Bijna altijd 500 euro verschil tussen uitkering en minimumloon

donderdag, 06 Juni 2024
Nieuws

Het verschil tussen een werkloosheidsuitkering en een minimumloon is bijna altijd meer dan 500 euro netto per maand. Om werkzoekenden meer kansen te bieden op werk moeten de echte drempels worden aangepakt.

Tijdens de verkiezingscampagne zetten liberalen en conservatieven de aanval in op de de sociale uitkeringen. Ze beweren de  de strijd aan te binden met de zogenaamde ‘werkloosheidsval’. Voor sommige werkzoekenden zou het – volgens hen – financieel niet lonen om terug aan de slag te gaan. Ze bepleiten een verschil van minstens 500 euro netto tussen ‘werken’ en ‘niet-werken’. Wie naar de cijfers kijkt, ziet dat dit nu al het geval is. 

Armoedegrens

“Eigenlijk moeten we uitkeringen niet afzetten tegen lonen, maar tegen de armoedegrens”, stipt Raf De Weerdt (federaal ABVV secretaris, specialist sociale zekerheid).

“Onze sociale zekerheid is een instrument om te voorkomen dat werknemers die hun werk verliezen, in de armoede terechtkomen en dat ze (deels) hun verworven levensstandaard te kunnen houden. Vervolgens zijn er bepaalde verplichtingen verbonden aan het recht op deze uitkering die we allemaal onderschrijven, zoals bereidheid om werk te zoeken. De maatstaf waaraan de werkloosheidsuitkeringen moeten afgewogen worden is niet het mogelijks te beperkte loon dat men zou kunnen verwerven, maar de mate waarin iemand een menswaardig bestaan kan hebben met deze uitkering. De maatstaf die daarvoor gehanteerd wordt is de armoedegrens. Onze uitkeringen scoren daar ruim onder!”

De cijfers

De ABVV-studiedienst nam de proef op de som en vergeleek de werkloosheidsuitkeringen met de armoedegrens en het minimumloon.

Het verschil tussen de netto werkloosheidsuitkering en het nettominimumloon bedraagt 545 euro voor een alleenstaande (€624 als je het vakantiegeld in rekening brengt).

Dankzij het ABVV steeg het netto minimumloon op 1 april 2024 met 50 euro, wat betekent dat de ‘verkiezingsbelofte’ van de liberalen en de Vlaams nationalisten ondertussen ingelost is.

Voor de samenwonenden – dat is de grootste groep binnen de werkloosheid – bedraagt het verschil tussen ‘werken’ en ‘niet-werken’ al vlug meer dan 1.000 euro netto per maand, voor de gezinshoofden (o.a. alleenstaande ouders) is het verschil wel beduidend kleiner. In de werkloosheid zijn de minimumuitkeringen dan ook afhankelijk van de gezinssituatie.

Conclusie: het idee van de ‘werkloosheidsval’ is op zijn zachtst gezegd overroepen. Zeker als je weet dat de meeste sectoren een minimumloon boven het ‘gewaarborgd gemiddeld minimummaandinkomen (GGMMI) kennen en naast vakantiegeld ook een eindejaarspremie voorzien.

Overzicht

Bedragen mei 2024, alles in euro, bruto minimumloon 2.070 euro, armoedegrens alleenstaande 1.509 euro.

Bedragen mei 2024

Netto
uitkering

Verschil armoedegrens (met kinderbijslag)

Netto minimumloon

Verschil werken maandelijks

Verschil werken met vakantiegeld

Werkloos alleenstaande

1.409
(= bruto)

-99

1.955

545

624

Werkloos gezinshoofd
(alleenstaande ouder 2 kinderen)

1.739
(= bruto)

-180

2.065

326

425

Werkloos samenwonende
(maanden 1-3)

1.220
(bruto 1.357)

-

1.953

733

674

Werkloos samenwonende
(maanden 13-24)

933
(bruto 1.038)

-

1.953

1.019

993

Arbeidsongeschiktheid alleenstaande
regelmatige werknemer (vanaf M7)

1.606
(= bruto)

97

1.955

349

427

Arbeidsongeschiktheid alleenstaande
niet-regelmatige werknemer (vanaf M7)

1.288
(= bruto)

-220

1.955

666

745

Leefloon alleenstaande

1.288
(= bruto)

-220

1.955

666

745

Leefloon gezinshoofd
(alleenstaande ouder 2 kinderen)

1.741
(= bruto)

-178

2.065

324

423

Leefloon samenwonende

859
(= bruto)

-

1.953

1.094

1.172

 

Echte drempels

Om werkzoekenden meer kansen te bieden op werk, moeten de echte drempels worden aangepakt zoals de ontoereikende arbeidsvoorwaarden en te lage lonen, het gebrek aan betaalbare kinderopvang, te selectieve aanvullende steun verbonden aan bepaalde statuten, de kosten verbonden aan het woon-werkverkeer of het huwelijksquotiënt in onze fiscaliteit. Het beeld is ook genuanceerder bij deeltijdse werkhervatting. Het ABVV vraagt daarom een hervorming van de inkomensgarantie-uitkering. Met die ‘IGU’ kan een werkzoekende na het aanvaarden van een deeltijdse vacature een deel van zijn / haar uitkering behouden.

Degelijke uitkeringen en lonen

Het ABVV ijvert voor degelijke sociale uitkeringen én degelijke lonen. De (volgende) federale regering mag onder geen beding raken aan de indexering waarmee uitkeringen (en lonen) worden aangepast aan stijgende prijzen en aan de welvaartsvastheid van de sociale uitkeringen, het budget waarmee tweejaarlijks de uitkeringen aangepast worden aan de gestegen welvaart zodat ze niet te ver achterop lopen op de lonen.

Negen van de tien sociale minimumuitkeringen liggen  nog altijd onder de armoedegrens. Terwijl die uitkeringen niet alleen een verzekering zouden moeten zijn tegen inkomensverlies bij ziekte, werkloosheid, ouderdom … werknemers hebben er immers zelf aan bijgedragen, maar ook moeten beschermen tegen armoede.

Daarnaast moeten de (laagste) lonen omhoog. Om werk meer te laten lonen, vraagt het ABVV daarom een optrekking van het brutominimumloon richting €17 per uur of €2.800 bruto per maand. Ook moeten deeltijders dringend meer kansen krijgen om extra uren te presteren of voltijds aan de slag te gaan.

We stellen ook voor om sociale voordelen, zoals het sociaal energietarief en de verhoogde tegemoetkoming voor gezondheidszorg, niet langer te koppelen aan het sociaal statuut maar meer geleidelijk af te bouwen naarmate het inkomen toeneemt.

Belangrijk

  • Lagere of dalende werkloosheidsuitkeringen helpen niet aan werk. Alle studies bevestigen dit.
  • Een job hebben, levert je niet alleen een inkomen op, maar ook regelmaat in je leven, sociale contacten, ontplooiing, waardering.
  • Het aantal werkzoekenden dat een volledige werkloosheidsuitkering ontvangt, daalt elk jaar.
  • Werkloosheid is amper goed voor 3% van alle uitgaven van de federale overheid.
  • Het hebben van een uitkering zorgt er ook voor dat mensen blijvend worden opgevolgd en ondersteund. Zonder begeleiding is vaak ook de kans op werk weg.
  • Een werkloosheidsuitkering krijg je niet zomaar: je moet ervoor gewerkt hebben én je moet buiten je wil om ontslagen zijn. Onze werkloosheidsuitkering is een verzekering, waar alle werknemers mee aan betalen. Zo beschermen ze zichzelf én anderen.