Terug

Uitzendkracht verliest geen vakantierechten door tijdelijke werkloosheid wegens overmacht-corona

Uitzendkracht verliest geen vakantierechten door tijdelijke werkloosheid wegens overmacht-corona

Op 28 juni 2021 publiceerde de Rijksdienst voor Jaarlijkse Vakantie (RJV) een verduidelijking met betrekking tot de arbeiders-uitzendkrachten onder de FAQ op haar website. De verduidelijking kwam er nadat vragen waren gerezen over de toepassing van de gelijkstelling van tijdelijke werkloosheid wegens overmacht-corona op de uitzendkrachten.

Op aandringen van het ABVV wordt nu verduidelijkt dat ook voor uitzendkrachten die de dag voorafgaand aan de gelijkgestelde periode niet tewerkgesteld waren, de dagen tijdelijke werkloosheid wegens overmacht-corona worden meegeteld voor de dagen jaarlijkse vakantie en voor het wettelijk vakantiegeld in 2021.

Tijdelijke werkloosheid voor uitzendkrachten

Sinds 13 maart 2020 beschouwt de RVA de COVID-pandemie als een geval van overmacht. Daardoor kunnen werkgevers hun werknemers tijdelijk werkloos stellen als gevolg van deze pandemie. Na tussenkomst van de vakbonden kregen ook de uitzendkrachten toegang tot dit systeem. Zodoende konden ook sommige uitzendkrachten een werkloosheidsuitkering ontvangen van de RVA.

Voor de jaarlijkse vakantie worden dagen van tijdelijke werkloosheid omwille van economische redenen wel meegeteld, maar dagen van tijdelijke werkloosheid wegens overmacht niet. Op vraag van de vakbonden stellen drie koninklijke besluiten deze dagen gelijk met werkelijke werkdagen voor de periode van 1 februari 2020 tot 31 december. De gelijkstelling geldt zowel voor arbeiders als voor bedienden.

Gelijkstelling voor jaarlijkse vakantie

Door deze dagen van tijdelijke werkloosheid te beschouwen als gewerkte dagen, worden ze meegeteld voor de berekening van de duur van de jaarlijkse vakantie en het bedrag van de vakantie-uitkering.

Voor sommige arbeiders-uitzendkrachten wiens contract omwille van corona niet verlengd werd, was echter onduidelijk of ze op de gelijkstelling aanspraak konden maken. De vakantiereglementering vereist in principe immers dat de werknemer de dag vóór de periode van tijdelijke werkloosheid een arbeidsovereenkomst had.

De RJV verduidelijkt nu dat deze regel niet geldt in 2 situaties:

  • Situatie 1 : Ik heb gewerkt tot aan het begin van de coronaviruscrisis. Binnen de 15 dagen na het begin van de pandemie werden mijn contracten onderbroken. Vervolgens kreeg ik contracten met enkel dagen coronawerkloosheid. (Deze werden erkend door de RVA na aangifte door de werkgever.) De RJV neutraliseert de onderbreking in de arbeidsovereenkomsten en neemt de dagen coronawerkloosheid automatisch in rekening voor mijn vakantiegeld en vakantieduur 2021.
  • Situatie 2 : Ik heb gewerkt en ook arbeidsovereenkomsten met alleen dagen coronawerkloosheid gehad. Vervolgens heb ik verlof genomen en opnieuw contracten met enkel dagen erkende coronawerkloosheid gekregen. Ook in dit geval neutraliseert de RJV de onderbreking in de arbeidsovereenkomsten en neemt de dagen coronawerkloosheid op in de berekening.

Moet ik iets doen?

In deze twee situaties worden deze gelijkgestelde dagen opgenomen in de berekening. Deze uitzonderlijke maatregel is van toepassing op de arbeiders-uitzendkrachten voor de periode van 13 maart 2020 tot en met 31 december 2020.

De RVJ beschikt over de gegevens van de arbeiders-uitzendkrachten die in deze situatie zijn en gaat de gelijkstelling toekennen en het vakantiegeld herrekenen. De arbeider-uitzendkracht hoeft dus zelf geen aanvraag tot gelijkstelling te doen. Wie toch nog vragen heeft over de berekening van zijn vakantie(geld), kan terecht bij de RJV of het ABVV, die dan het dossier zullen nakijken.