Lagere ziekte-uitkering voor wie gedeeltelijk het werk hervat

Lagere ziekte-uitkering voor wie gedeeltelijk het werk hervat

De meeste langdurig zieke werknemers die het werk gedeeltelijk hervatten, krijgen vanaf 1 april een lagere ziekte-uitkering. Dat besliste de regering-Michel.

De regering-Michel blijft besparen op de kwetsbaarste groepen in onze samenleving. Nu is het de beurt aan gedeeltelijk arbeidsongeschikten die geleidelijk aan het werk hervatten. Zij zien hun uitkering dalen.

De maatregel gaat in vanaf 1 april en treft de meerderheid van de langdurig zieke werknemers die geleidelijk aan het werk hervatten en gaat in tegen het unaniem advies van de sociale gesprekspartners (werkgevers- en werknemersvertegenwoordigers). Gepensioneerden, werkzoekenden en zieken zijn overduidelijk de favoriete slachtoffers van deze regering.

Voorbeelden

  • Werknemer in arbeidsongeschiktheid (<1 jaar) met €1.500/maand voor een voltijdse baan: ziekte-uitkering gaat van €854 naar €630/maand of €224/maand minder.
  • Werknemer in arbeidsongeschiktheid (<1 jaar) met €3.000/maand voor een voltijdse baan: ziekte-uitkering gaat van €1.341 naar €1.260/maand of  €81/maand minder.
  • Werknemer in arbeidsongeschiktheid (<1 jaar) met €4.500/maand voor een voltijdse baan: ziekte-uitkering gaat van €1.232 naar €1.526/maand: €294/maand meer

Gebaseerd op een werknemer die 18u/week mag werken, terwijl hij normaal gezien 36u/week presteert. Het loon wordt in dit geval door 2 gedeeld tijdens de halftijdse werkhervatting.

 

Nieuwe berekeningswijze

Zo gaat het momenteel: als je aangepast werk hervat met de toelating van de adviserend geneesheer, dan wordt je basisuitkering verminderd met je beroepsinkomen (brutobedrag min de sociale bijdragen ten laste van de werknemer) tot een bepaald percentage vastgelegd per inkomensschijf.

Vanaf 1 april 2018 hangt de berekening van de uitkeringen hoofdzakelijk af van het volume toegelaten arbeid, waarbij het dagbedrag van de uitkering verminderd wordt in functie van de tewerkstellingsbreuk van de toegelaten arbeid. De teller van de breuk zijn het aantal te presteren uren in gedeeltelijke werkhervatting. De noemer van de tewerkstellingsbreuk stemt overeen met de toegelaten werkhervatting voltijds – na akkoord van de adviserend geneesheer – met andere woorden met het gemiddeld aantal werkuren per week in die bepaalde job.

Als de tewerkstellingsbreuk van de toegelaten arbeid niet hoger is dan 20 procent, zal het dagbedrag van de arbeidsongeschiktheidsuitkering niet verminderd worden. Als de tewerkstellingsbreuk van de toegelaten arbeid hoger is dan 20 procent, wordt de uitkering verlaagd met het deel van de tewerkstellingsbreuk van de toegelaten arbeid dat hoger is dan 20 procent.

  • We leggen uit aan de hand van een voorbeeld.
    Je hervat als zieke werknemer je werk a rato van 19 uur per week, oftewel halftijds aangezien je job normaal gezien 38 uur per week telt. Deze 50% (halftijds) ligt 30% hoger dan 20% van de tewerkstellingsbreuk (gepresteerde uren gedeeld door het aantal uren van de ‘maatpersoon’, zijnde 38 uur). Je uitkering wordt daarom met 30% verlaagd.

Pure besparingsmaatregel

De regering voert deze besparingsmaatregel in onder het voorwendsel dat het zieke werknemers ertoe zal aanzetten hun werk zo snel mogelijk te hervatten. De realiteit is echter helemaal anders.

Het valt nog te betwijfelen of deze maatregel een zieke werkelijk zal motiveren om sneller terug aan het werk te gaan, maar afgezien daarvan schilderen de ministers de zieken en arbeidsongeschikten weer af als een bende profiteurs. Deze maatregel kadert in een louter budgettaire oefening: broeksriempolitiek voor wie het al moeilijk genoeg heeft.

Verschil tussen laag en hoog inkomen

De vakbonden hebben zich altijd verzet tegen deze aanpak. Deze maatregel is namelijk nefast voor zieke werknemers: het verlaagt de uitkering voor zieke werknemers die gedeeltelijk het werk hervatten, toelating krijgen om meer dan 1/5de te werken en die een laag of gemiddeld inkomen hebben. Zij met een hoog inkomen, daarentegen, worden er ten opzichte van de oude regelgeving wél beter van.

  • Een werknemer met een maandloon van 1.500 euro voor een voltijdse baan, die toegelaten wordt om in arbeidsongeschiktheid (minder dan één jaar) het werk halftijds te hervatten, krijgt volgens de nieuwe regels maandelijks een ziekte-uitkering van 630 euro. In het oude systeem zou dat 854 euro zijn. Dit is een verlies van 224 euro per maand.
  • Een andere werknemer, in dezelfde situatie maar met een maandloon van 4.500 euro voor een voltijdse job, ontvangt in het nieuw systeem een ziekte-uitkering van 1.526 euro per maand in plaats van 1.232 euro in het oude stelsel. Dit is maandelijks 294 euro méér.

Bereken zelf het verschil met de simulator van de socialistische mutualiteit.

Zieken opnieuw in de vuurlijn

De zoveelste aanval van de regering-Michel zal voelbaar zijn voor iedere zieke werknemer. De socialistische mutualiteit ontwikkelde een simulator waarmee iedereen kan berekenen hoeveel de uitkering bedraagt vóór en na de aanpassing.

Deze maatregel is sociaal onrechtvaardig en onaanvaardbaar. De regering neemt opnieuw zieken onder vuur (in dit geval gaat het over de mensen met een laag of gemiddeld inkomen die terugkeren naar een gedeeltelijke beroepsactiviteit, ondanks een arbeidsongeschiktheid van 50% of meer).

Misschien gaat het globaal genomen, en zeker in vergelijking met de belastingfraudeurs en Panama-toeristen, om een bescheiden besparingsoperatie, maar de regering doet hiermee zieken of arbeidsongeschikten wel bijzonder veel pijn! Dit moet stoppen. Werknemers - en zieke werknemers in het bijzonder - hebben recht op sterke sociale bescherming in plaats van in armoede geduwd te worden.

Waar kan je terecht voor hulp?

Wanneer je een vragenlijst van je ziekenfonds ontvangt:

  • Neem dan contact op met de dienst ‘adviserend-arts’ of met de sociale dienst van je ziekenfonds.
  • Neem ook contact op met de ABVV-delegee in je bedrijf. Hij kan je doorverwijzen indien nodig.
  • Is er geen ABVV-delegee in je bedrijf? Neem dan contact op met (de juridische dienst van) je ABVV-vakcentrale.
  • Neem tevens contact op met je huisarts/specialist.

Twijfel je over je eigen terugkeer naar je werk? Wil je vooraf nadenken over jouw mogelijkheden tot re-integratie? Wat je nog kan en wil?

 

Heb je als delegee advies nodig over een re-integratieplan in jouw bedrijf? Neem dan contact op met je beroepssecretaris.