ABVV confronteert politiek met realiteit werknemers

ABVV confronteert politiek met realiteit werknemers en eist minimumloon van 14 euro per uur

Vandaag, donderdag 12 december, organiseerde het ABVV een groot debat in de Kamer van Volksvertegenwoordigers over de verhoging van het interprofessioneel minimumloon. Dit debat kadert in de maandelijkse reeks acties van de ABVV-campagne ‘Fight for 14’.

Al een jaar mobiliseert en sensibiliseert het ABVV voor een fors hoger minimumloon met de campagne ‘Fight for 14’, waarmee we op termijn een verhoging van het minimumloon beogen naar 14 euro bruto per uur (of 2.300 euro per maand). We trokken de straat op met deze campagne, we hielden militantenbijeenkomsten en sensibiliseerden op markten, festivals, aan universiteiten en aan fabriekspoorten. Nu hebben we het debat naar de politieke arena gebracht, gesterkt door zo’n 70.000 mensen die de petitie ondertekenden voor een verhoging van het minimumloon naar 14 euro per uur.

Meerdere politieke partijen tekenden present en gedurende meer dan twee uur debatteerden de politici met ABVV-vertegenwoordigers en werknemers die getuigden over de dagelijkse realiteit. Op deze wijze confronteerden we de politiek met het reële probleem waarmee veel werknemers kampen: de eindjes aan mekaar knopen.

Algemeen secretaris Miranda Ulens benadrukt de sociale en economische noodzaak van een hoger minimumloon: “Wie werkt moet waardig kunnen leven. Dit is een kwestie van rechtvaardigheid. Met het huidig minimumloon van amper 10 euro per uur kan je niet deftig leven. Bovendien zien we dat het minimumloon steeds minder ‘waard’ is. Naast Griekenland is België het enige land in de EU waar het minimumloon aan waarde verloor tussen 2010 en 2019. Ook daar gaat het over. Een inhaaloperatie is nodig.”

Daarnaast is het zo dat binnen onze economie veel afhangt van de binnenlandse consumptie. “Een verhoging van het minimumloon en dus de koopkracht bij laagbetaalde werknemers stimuleert de economische groei”, zegt Miranda Ulens. “Het beetje extra budget maakt misschien wel net het verschil tussen rondkomen of niet rondkomen op het einde van de maand. In tijden waarin politici en economen de mond vol hebben over fameuze ‘terugverdieneffecten’, is het belangrijk te noteren dat het extra budget van die werknemers direct weer terugvloeit naar de economie in de vorm van consumptie. Het is economisch gezond verstand. Koopkracht voor lage en middeninkomens is een belangrijke pijler voor een duurzame economie.”

Het ABVV benadrukt dat het optrekken van het interprofessioneel minimumloon in de eerste plaats een zaak van sociaal overleg moet zijn. Dat overleg moet dan wel ernstig worden gevoerd en resultaat opleveren.

We vragen de werkgeversorganisatie terug rond de tafel te komen om in alle sereniteit te onderhandelen over een substantiële verhoging van het minimumloon. Een verhoging met 3,5% is een eerste stap.