Terug

Wie hield de samenleving nu ook alweer draaiende?

Wie hield de samenleving nu ook alweer draaiende?

De werknemers, met de werknemers in de essentiële sectoren op kop, hielden de afgelopen maanden de samenleving draaiende. Zij verdienen een opwaardering in centen, werkomstandigheden en statuten.

Als starter in de zorgsector verdien je volgens zorgjobs.be zo’n 2.225 euro bruto per maand. Volgens statistiekbureau Statbel verdien je aan de kassa van de lokale supermarkt gemiddeld 2.298 euro bruto per maand. Terwijl we met z’n allen naar de supermarkt snelden om toiletpapier in te slaan alsof het einde der beschaving voor de deur stond, hielden de échte helden onze beschaving recht.

Die echte helden zijn het zorgpersoneel, dat vaak met gevaar voor eigen leven bleef doorwerken. Dat zijn de supermarktmedewerkers die ervoor zorgden dat de rekken gevuld waren en alles op een ordentelijke manier kon verlopen. Dat waren de bezorgers, die plots overspoeld werden met werk omdat iedereen massaal op internet ging shoppen. Het waren transportmedewerkers, fabrieksarbeiders die de voorraden van basisproducten voorzien, werknemers in de openbare dienstverlening en de overheid, onderhoudspersoneel en herstellingswerkers, en nog zo veel meer.

Meer dan schade beperken

Werknemers zijn de grootste slachtoffers van de coronacrisis. Zij die op tijdelijke werkloosheid werden gezet, verloren een flink stuk koopkracht. Onder druk van het ABVV gingen de uitkeringen wel omhoog, maar dan nog … Het was slechts schade beperken. Veel van die werknemers riskeren nu ook nog hun job te verliezen. Die met de meest onzekere statuten, zoals interimmers en tijdelijke werkkrachten, eerst.

Loonmatiging is al decennia al wat de klok slaat. Hogere lonen zouden ons economie op lange termijn de nek om wringen. Dat is prietpraat. Het was een politieke keuze om sinds de jaren ’80 een steeds groter deel van de geproduceerde rijkdom te laten vloeien naar de bezittende klasse of de aandeelhouders, en minder naar de werkende klasse.

Daarom pleiten wij voor een fikse opwaardering voor werknemers op vlak van loon, werkomstandigheden en statuut.

Centen

Mag het voor alle werknemers ietsje meer zijn dan een karig loon? Iedereen die werkt, moet in staat zijn op een waardige manier te leven. Dat is een kwestie van elementaire rechtvaardigheid. De Covid-19-crisis legde een gapende kloof bloot tussen het belang van een bepaalde job en de verloning die eraan gekoppeld is. De onmisbare krachten kregen wel applaus, maar dikwijls moeten ze het stellen met een karig loon.

Een eerste stap om dit te corrigeren is een aanzienlijke verhoging van het minimumloon. Het ABVV pleit ondertussen al enkele jaren voor een minimumloon van 14 euro bruto per uur of 2.300 euro bruto per maand voor een voltijdse werknemer. We stellen vast dat de geesten op dit vlak beginnen te rijpen en dat we op steeds meer bijval mogen rekenen.

Een ander essentieel element zijn de vrije loononderhandelingen. Wanneer vakbonden, met een mandaat van de collega’s, kunnen onderhandelen over loonvoorwaarden binnen bedrijven en sectoren, betekent dat een direct positief effect op de loonbrief. Een volgende federale regering moet hiervoor de strakke loonnormwet (de wet van ’96) hervormen en de vakbonden meer vrijheid te geven om te onderhandelen met werkgevers.

Betere lonen betekent overigens ook minder ongelijkheid tussen vrouwen en mannen. Vrouwen zijn doorgaans oververtegenwoordigd in de minder goed betaalde sectoren, zoals de kleinhandel of de zorgsector. Een verhoging van de laagste lonen en een aanzienlijke verhoging van het wettelijk minimumloon betekent een onmiddellijke verkleining van de loonkloof tussen vrouwen en mannen en dus meer gelijkheid én gelijkwaardigheid tussen de geslachten.

Omstandigheden

Veiligheid en gezondheid op het werk moeten absolute topprioriteit worden, zeker in tijden van een wereldwijde pandemie. Vakbonden hebben hier een sleutelrol in te spelen, als onderhandelaar in een comité voor preventie en bescherming op het werk en in de syndicale delegatie. Preventieplannen worden best opgesteld in samenspraak tussen werknemers, werkgevers en adviserende artsen en experten. Investeringen in persoonlijke beschermingsmiddelen moeten worden opgedreven. Het is onaanvaardbaar dat werknemers, met of zonder pandemie, soms niet eens de gepaste beschermingsmiddelen ontvangen van hun werkgever.

Daarnaast pleiten we voor minstens een verdubbeling van het aantal inspecties. Bij sommigen werkt dit als een rode lap op een stier, alsof we enkel willen bestraffen. Maar als alle richtlijnen worden nageleefd, dan is er natuurlijk geen probleem. Wie de gezondheid van zijn werknemers vooropstelt, heeft van de inspectie niks te vrezen.

In plaats van altijd maar harder en langer te werken plaatsen wij collectieve arbeidsduurvermindering met behoud van loon weer op de agenda. Zo verdelen we het werk en dringen we het aantal burn-outs en andere aandoeningen als gevolg van stress flink terug. Werk moet weer werkbaar worden, opdat werknemers niet worden uitgeperst.

Statuten

Waardering voor werknemers betekent ook dat zij voldoende zekerheid verdienen om een toekomst uit te bouwen. Het aantal opeenvolgende dagcontracten lijkt de laatste jaren wat af te nemen, maar er is nog veel werk aan de winkel. De helden van de coronacrisis zijn vaak de werknemers met de meest onzekere contracten. Laat ons komaf maken met onzeker en precair werk, zoals opeenvolgende dagcontracten en platformwerkers een normaal werknemerscontract aanbieden.

Hoe sterker de vakbond in ene bedrijf, hoe meer waardering voor werknemers, op vlak van centen, omstandigheden en statuten, hoe veiliger het werk. Alle werknemers moeten het recht op een vakbondsvertegenwoordiging hebben. Alleen (ten opzichte van je baas) bereik je weinig of niks. Samen sta je sterk.

Laat ons de komende maanden blijven applaudisseren voor de helden van het coronatijdperk, en niet nalaten om de voltallige werkende klasse, in essentiële en minder essentiële sectoren, blijvend te bedanken. Maar applaus brengt geen brood op de plank. Werknemers verdienen een fikse opwaardering.