Terug

Werelddag van het verzet tegen Armoede

Werelddag van het verzet tegen Armoede: meer dan ooit nodig

Op zaterdag 17 oktober is het ‘Werelddag van verzet tegen armoede’. Een belangrijke dag om aandacht te vragen voor de vele mensen die dag in dag uit strijden tegen armoede.

Op 22 december 1992 riep de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, 17 oktober uit tot Internationale dag voor de uitroeiing van armoede (VN resolutie). Dit was een oproep aan overheden, regeringen en verenigingen om armoede op de politieke agenda te plaatsen en praktische stappen te ondernemen om het te bestrijden.

Wereldwijd komen er vandaag mensen samen om de samenleving eraan te herinneren dat armoede een schending van de mensenrechten is.

Zeer dichtbij

Armoede ontvouwt zich onder onze collectieve neus. Meer en meer gezinnen worden geconfronteerd met kansarmoede. De coronacrisis doet daar geen goed aan. Corona slaat veel harder toe bij mensen met een lage socio-economische status dan bij de rest van de bevolking. Dat blijkt uit een studie van de Socialistische Mutualiteiten.

Een pak mensen moeten rondkomen met een inkomen dat lager ligt dan de armoedegrens. Maar dat niet alleen. Kansarmoede vertaalt zich ook naar sociale en culturele uitsluiting, ongelijke toegang tot gezondheidszorg, slechtere huisvesting, enzovoort. Armoede is een lelijk beest dat hard tekeer gaat.

Een dag als vandaag is belangrijk. Voor de publieke opinie, voor de politieke agenda maar ook voor de mensen in armoede zelf. Zij worden vaak niet gehoord, worden vaak scheef bekeken of worden wat stiefmoederlijk behandeld.

Sociale bescherming

De strijd tegen armoede is voor het ABVV prioritair.

Het is net daarom dat:

  • de sociale zekerheid voor ons een belangrijk solidariteitsmechanisme vormt. Onze sociale zekerheid beschermt ons altijd. In zieke, slechte dagen of op momenten dat je zonder werk zit. Eerlijke herverdeling werkt en is goed voor de gelijkheid in onze samenleving. Wanneer we geen belastingen of sociale bijdragen zouden innen, en die belastingen en bijdragen herverdelen, zou meer dan 40% van de Belgische bevolking in relatieve armoede leven. Zo zie je maar.
  • het minimumloon opgetrokken moet worden naar 14 euro per uur. De afgelopen tien jaar steeg het aantal werkende armen in België met meer dan 16%. Een indexsprong, lagere loonmarges, een mislukte taxshift, maar ook de minimumlonen die onvoldoende mee evolueerden, liggen aan de basis van deze vaststelling. Lees in onze brochure waarom die #FightFor14 zo belangrijk en goed is voor onze samenleving.
  • de sociale minima opgetrokken moeten worden tot boven de armoedegrens. Sociale uitkeringen moeten mensen in staat stellen waardig te leven. Trek ze daarom op tot boven de armoedegrens. Dat is nu niet het geval. We kwamen daar in september nog voor op straat.

Er moet een politieke consensus zijn om het risico op armoede of sociale uitsluiting, dat 1 op de 5 Belgen treft, te bestrijden. Wie het voor corona al moeilijk had om het hoofd boven water te houden, dreigt nu kopje onder te gaan. Een eenmalige reddingsboei volstaat niet. Beleidsmakers moeten het roer omgooien en armoede en ongelijkheid echt aanpakken.