Terug

Sociale gesprekspartners sluiten ontwerp van interprofessioneel akkoord

Sociale gesprekspartners sluiten ontwerp van interprofessioneel akkoord

De sociale gesprekspartners in de Groep van 10 hebben op 11 januari een ontwerp van interprofessioneel akkoord voor 2017-2018 bereikt. Wij leggen dit ontwerpakkoord nu voor aan onze instanties en onze militanten.
 

Goed voor de mensen en goed voor de economie

De sociale gesprekspartners zijn erin geslaagd om een ontwerp van interprofessioneel akkoord tot stand te brengen dat goed is voor de mensen én goed is voor de economie. Onder Michel hebben de werknemers en mensen aangewezen op een uitkering zwaar moeten inleveren. Dit ontwerp is een garantie voor een betere koopkracht. De sociale gesprekspartners doen wat deze regering niet kan nl. tot akkoorden komen die goed zijn voor de mensen. Wij verwachten dat de regering het sociaal overleg respecteert en dit ontwerp integraal uitvoert.

 

  • Een IPA of interprofessioneel akkoord, wat is dat eigenlijk?
    Een IPA is een akkoord dat om de twee jaar in de Groep van 10 gesloten wordt tussen de toppers van de vakbonden en werkgeversorganisaties van de privésector. Dergelijk akkoord gaat over lonen en arbeidsvoorwaarden. De ‘loonmarge’ die in het kader van een IPA onderhandeld wordt, is een indicatie voor de loononderhandelingen in de sectoren en ondernemingen. Een IPA is geldig voor 2 jaar.
    Het is belangrijk dergelijk kader af te spreken zodat de werknemers uit de hele privésector, ook in de sectoren waar de vakbonden minder sterk staan, een garantie hebben op betere lonen en arbeidsvoorwaarden. Net omdat de krachtsverhoudingen op het terrein verschillen, moet een IPA dus in de eerste plaats een solidariteitsakkoord zijn.

  • Lees en download de fiche '(ontwerp) IPA: inleiding'

Het ontwerpakkoord 2017-2018 gaat over de loonnorm, de regelingen voor brugpensioen – stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT) en landingsbanen, en enkele ‘maatschappelijke uitdagingen’. De sociale gesprekspartners bereikten ook een akkoord over de invulling en verdeling van de enveloppe welvaartsvastheid, het budget om uitkeringen te versterken.

Versterking van de koopkracht

Rekening houdend met de cijfers van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB), heeft de G10 de maximale onderhandelingsmarge voor de lonen voor de periode 2017-2018 op 1,1% bruto gelegd. Over de invulling van deze maximale loonmarge wordt verder onderhandeld in de sectoren en vervolgens in de bedrijven.

Samen met de verwachte stijging van de lonen aan de index van 2,9% minimum omwille van prijsstijgingen maakt dit een behoud en verbetering van de koopkracht met 4% mogelijk.
 

Brugpensioen en eindeloopbaan: iets menselijker 

Er is een akkoord over het verlengen van de kader-cao’s SWT en landingsbanen voor 2017- 2018. Hiermee wordt het de stelselmatige verstrenging voorzien door de regering, gunstig bijgestuurd.

  • De situatie blijft behouden voor de bijzondere regimes van landingsbanen (55 jaar) en voor SWT om medische redenen (58 jaar).
  • Er komt één jaar bij voor SWT lange loopbanen (59 vanaf 2018) en voor SWT zware beroepen (59 vanaf 2018).
  • Ook voor SWT bedrijven in moeilijkheden/ in herstructureringen komt er één jaar bij ( 56 vanaf 2017), tenzij het collectief ontslag reeds werd aangekondigd in 2016 terwijl de erkenning ervan zich situeert in 2017 (blijft 55 jaar).

Er is ook overeengekomen om de leeftijd- en loopbaanvoorwaarde om te worden vrijgesteld van de ‘aangepaste beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt’ (aangepast beschikbaar wil zeggen dat je als SWT’er moet ingaan op passende aanbiedingen in het kader van een traject van de bemiddelingsdiensten zoals VDAB of Actiris) parallel hiermee licht op te trekken:

  • naar 61 jaar (pas vanaf 2018) en 42 jaar loopbaan in geval van zware beroepen en lange loopbanen;
  • naar 61 jaar en 39 jaar loopbaan in geval van bedrijven in moeilijkheden/herstructurering.

Als het ontwerpakkoord en de kadercao’s goedgekeurd worden, zijn er daarna wel nog collectieve afspraken of cao’s nodig binnen je sector of onderneming (dit laatste in geval van ondernemingen in moeilijkheden/in herstructurering).

Als dit voorakkoord goedgekeurd wordt, en de regering voert het uit dan is dit de nieuwe situatie:

  • Oudere werknemers in een onderneming in moeilijkheden of herstructurering kunnen in 2017 en 2018 nog op 56 jaar met brugpensioen. Bij wijze van overgangsregeling geldt de huidige instapleeftijd van 55 jaar wel nog voor collectieve ontslagen die vóór 1 november 2016 werden aangekondigd en in 2017 erkend worden.
  • Oudere werknemers in zware beroepen en lange loopbanen kunnen dit jaar nog met brugpensioen op 58 jaar. Vanaf volgend jaar wordt dat opgetrokken naar 59 jaar.
  • Oudere werknemers in zware beroepen, lange loopbanen, een onderneming in moeilijkheden of herstructurering kunnen dit en volgend jaar nog op 55 jaar in een landingsbaan stappen om halftijds of viervijfden te werken.
     

Welvaartsvastheid sociale uitkeringen

De G10 bereikte ook een voorakkoord over de verdeling van enveloppe welvaartsvastheid voor 2017 en 2018. Het moet gezegd dat de regering deze enveloppe vooraf beperkt had tot slechts 60% van de bij wet voorziene enveloppe (169,9 miljoen in 2017 en 506 miljoen op kruissnelheid in 2018).

Elke tak van de sociale zekerheid ontvangt wat hen toekomt op basis van hun aandeel in de enveloppe, ook de werkloosheid.

In grote lijnen

  • Alle minimumuitkeringen stijgen met 1,7% - dit gaat om de minima in de pensioenen, ziekte- en invaliditeit, arbeidsongevallen en beroepsziekten. Aangezien het armoederisico voor werkzoekenden zeer hoog is en de uitkeringen veel te laag, worden de minima in de werkloosheid stevig verhoogd: +3,5% voor gezinshoofden, +2% voor alleenstaanden en 1% voor bevoorrehcte samenwonenden. Ook bevoorrechte samenwonenden, twee personen die van een uitkering moeten leven, ontvangen de 3,5% verbetering.
  • De berekeningsplafonds (lonen boven dit plafond worden niet meegerekend voor de berekening van de uitkeringen) stijgen met 0,8% (in de pensioenen zelfs met 1,7%) waardoor de berekeningen van de uitkeringen de evolutie van de welvaart volgen.
  • Alle uitkeringen (behalve werkloosheid) die 5 tot 6 jaar geleden zijn ingegaan krijgen 2%.
  • De inhaaloperatie van de oudste pensioenen (ingegaan van 1995 tot 2004) wordt voortgezet (1%).
  • De inschakelingsuitkeringen voor alleenstaanden ouder dan 21 worden opgetrokken tot het niveau van het leefloon. De gezinshoofden krijgen net als de andere minima in de werkloosheid een verhoging met 3,5%. Voor de bevoorrechte samenwonden is er +4,5%.
  • Het vakantiegeld voor de gepensioneerden en de inhaalpremie voor langdurig zieken verhoogt.
  • De uitkeringen voor thematische verloven zoals ouderschapsverlof, medisch zorgverlof en palliatief verlof stijgen fors voor alleenstaanden die moeten instaan voor de zorg van hun kinderen: + bijna 40%.
  • De uitkeringen in de sociale bijstand verhogen. Wie leeft van een leefloon of een soortgelijke uitkering, krijgt vanaf 1 september een verhoging met 0,9%. De inkomensvervangende uitkeringen voor mensen met een handicap stijgen dan met 2,9%.

 

De regering moet deze voorstellen uitvoeren en ook maatregelen nemen zodat deze voordelen niet worden afgezwakt via belastingen of de mensen doen inboeten op andere sociale voordelen.

Voor wie aangewezen is op een uitkering is dit levensnoodzakelijk. Zij kregen al genoeg te verduren met de huidige factuurregeringen.
 

Maatschappelijke uitdagingen op de agenda

De G10 bereikte ook een akkoord over een aantal dossiers waarover de interprofessionele sociale gesprekspartners verder willen onderhandelen. Hiermee geven ze het signaal aan deze regering en het parlement dat het sociaal overleg over deze dossiers primeert.

Concreet gaat het over engagementen in verband met:

  • voorkomen van burn-out;
  • de aanpak van de jeugdwerkloosheid
  • het bevorderen van aanwervingen en tewerkstelling (met aandacht voor de sectorale dimensie)

Deze dossiers komen op de onderhandelingsagenda van de komende maanden. Er zal ook gepraat worden over het vereenvoudigen van (sociale)wetgeving, het bevorderen van een toekomstgerichte arbeidsorganisatie, en over maatregelen op het vlak van mobiliteit, digitalisering en deeleconomie. Ook herstructureringen en de verbetering van sociaal overleg staan op de agenda.

Hoe gaat het nu verder?

Alle sociale partners, zowel de vakbonden als de werkgeversorganisaties, leggen dit ontwerpakkoord momenteel voor aan hun instanties. Tegen eind januari moet de evaluaties rond zijn.

Voor het ABVV is er een brede informatie en consultatieronde gestart. We informeren en raadplegen onze mensen om dan op 31 januari 2017 een oordeel te vellen tijdens een federaal comité. Onze militanten spreken zich uit over het voorliggende ontwerpakkoord. Zij vertegenwoordigen onze leden.

Het komt er intussen op aan dat de regering-Michel geen nieuwe maatregelen neemt of zaken aankondigt die het ontwerpakkoord uithollen.

Dit voorakkoord biedt de kans en een kader aan onze onderhandelaars in sectoren en vervolgens in ondernemingen, om daadwerkelijk het verschil te maken voor de werknemers.