Terug

Nationale telewerkdag: ik zoom, jij zoomt, wij zoomen?

Nationale telewerkdag: ik zoom, jij zoomt, wij zoomen?

Door de coronacrisis gingen velen onder ons naar volledig thuiswerk. Op deze nationale telewerkdag overlopen we wat goed werkt, wat niet, en formuleren we nieuwe voorstellen.

We trappen een open deur in door te stellen dat we door COVID-19 massaal telewerken. Vanaf de lockdown schakelden niet-essentiële bedrijven verplicht over op telethuiswerk. Die manier van werken heeft voor- en nadelen.

Momenteel geldt de verplichting om te telethuiswerken niet langer. Maar nog steeds wordt deze regeling sterk aanbevolen bij alle ondernemingen, verenigingen, diensten en dit voor alle personeelsleden wiens functie er zich toe leent.

Telewerken werkt?

“Elk nadeel, heb ze voordeel”, luidt een bekend Nederlands gezegde. De coronacrisis dwong ons massaal thuis te blijven, en thuis te werken. De file’s tijdens de spits, de vertragingen op het spoor, de rush om de kinderen tijdig op school te krijgen: tele(thuis)werk bracht rust en tijd. We hadden meer tijd voor het huishouden of dachten beter na over een gezonde levensstijl.

De autonomie die heel wat werknemers kregen, bracht gemoedsrust en dus minder stress. Het blijkt ook dat we productiever zijn als we van thuis uit werken, en efficiënter. De Zoom- of Skype-vergaderingen zijn korter én efficiënter dan sommige ellenlange vergaderingen.

Toch is opletten geblazen. Want snel nog wat mails beantwoorden of je project afmaken na de werkuren: “tja waarom niet?” kun je denken. Maar dat kan ervoor zorgen dat de balans werk/privé op de helling komt. Wat voor extra stress zorgt.

Het blijkt daarnaast dat heel werknemers hun collega’s echt missen. Wie staat er niet graag aan de koffiemachine, wat grappen en grollen te vertellen of stoom af te blazen na een heftige discussie of een malle beslissing. Dat werkt psychologiserend.

Toch kan de werkplek thuis een factor van stress zijn. Niet iedereen beschikt over een extra kamer, een groot bureau, of over een ergonomisch verantwoorde bureaustoel. Die dingen kosten vaak wat.

We mogen ook niet aan het feit voorbij gaan dat er vandaag in ons land een digitale kloof bestaat. 29% van de huishoudens met lage inkomens (minder dan 1.200 euro) beschikt thuis niet over een internetverbinding. 40% van de Belgische bevolking heeft minder tot zwakke digitale vaardigheden.

Deze digitale, sociale kloof laat zich natuurlijk ook voelen op het vlak van telewerk. Een werkgever kan dan wel een laptop ter beschikking stellen, als je thuis geen internetverbinding hebt, zal je er weinig mee kunnen doen.

Aparte regeling

Als werknemer is het dus ook van belang goed te weten in welke reglementering je zit. Momenteel hebben we er 3. Structureel telewerk en occasioneel telewerk, en nu met de coronacrisis dus ook telethuiswerken. En daar zit verschil op.

Het is dus goed om weten hoe de thuiswerkvork voor jou in de steel zit.

  • Er wordt qua reglementering een onderscheid gemaakt tussen twee soorten telewerk: structureel en occasioneel. Structureel telewerken is geregeld in de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 85. Occasioneel telewerken is geregeld in de wet betreffende wendbaar en werkbaar werk (ook wel naar verwezen als ‘de Wet Peeters’). Leg je beide reglementeringen naast elkaar, dan valt het op dat het structureel telewerken veel beter georganiseerd, gedetailleerder en omvattender is dan het occasioneel telewerken. Zo zijn er bij structureel telewerk afspraken over kosten, apparatuur, privacy, werkuren … maar bij occasioneel telewerk zijn er zeer weinig verplichtingen voor de werkgever.
  • Daarnaast heb je, door de coronacrisis, nu ook zoiets als ‘telethuiswerk’. Deze nieuwe vorm van ‘verplicht’ telewerk kreeg vermoedelijk een andere naam om niet in het gereglementeerde vaarwater te komen van de andere twee. Belangrijk hier is dat het niet gaat over vrijwillig telewerk.

Opletten: Het gebruik van de term ‘telethuiswerk’ maakt dat onwillige werkgevers niet geneigd zijn om tussen te komen in bijv. kosten van dit telewerk. Dus goed opletten! In de komende De Nieuwe Werker gaan we daar dieper op in.

Hoe kan het beter?

Goede afspraken, maken goede vrienden. Dat is ook zo voor telewerk. We moeten goed beseffen dat niet elke werknemer beroep kan doen op telewerk. Een zorgkundige of postbode kan niet eventjes van thuis uit werken.

In functies en sectoren waar telewerken wel een mogelijkheid is, is er ook nog die digitale kloof die overbrugd dient te worden. Daar moet je het met jouw ABVV-delegees over hebben. De mogelijkheid om telewerk te verrichten mag ook niet afhangen van de financiële toestand van de betrokken werknemer.

Een beter reglementair kader inzake telewerk (àlle vormen van telewerk) dient er sowieso te komen. Een goed begin is dus het afsprakenkader van die cao 85. Dit nieuwe reglementair kader, zou – omwille van de kostenbesparing die telewerk oplevert aan werkgevers – een gevoelige uitbreiding van de kosten moeten omvatten die werkgevers op zich dienen te nemen.

De werkgever moet tussenkomen in energiekosten, zorgen voor ergonomische apparatuur of kosten ervan vergoeden. Dit is nu niet expliciet geregeld in cao 85.

Tenslotte moet het recht op deconnectie/onbereikbaarheid van toepassing zijn. Dit best voor alle ondernemingen of minstens ondernemingen met 20 of meer werknemers (link).

Het zou goed zijn dat dit een daadwerkelijk recht is van iedere werknemer. Daarom: verplicht het (ofwel in een cao, ofwel in het arbeidsreglement). Maak afspraken over die onbereikbaarheid. Zo kunnen rusttijden, verlof, privéleven en familieleven gewaarborgd blijven.

En dat is goed voor iedereen.