Terug

Actu Je wil meer koopkracht? Stem ABVV!

Je wil meer koopkracht? Stem ABVV!

Vakbond ABVV | Je wil meer koopkracht? Stem ABVV!

Jouw koopkracht en levenskwaliteit beginnen bij een goed loon. Het ABVV en de ABVV-delegees maken van jouw koopkracht een topprioriteit. Want koopkracht versterkt iedereen. Stem ABVV, stem 2 

 

 

 


Heb ik een goed loon?


Minimumloon
In België bestaat er over alle sectoren heen een bij wet vastgelegd minimumloon voor voltijds werk. Je leeftijd en aantal jaren werkervaring spelen een rol.
 

  • vanaf 21 jaar: 1.501,82 euro
  • vanaf 21,5 jaar en 6 maanden werkzaam: 1.541,67 euro
  • vanaf 22 jaar en 12 maanden werkzaam: 1.559,38 euro 

Gemiddeld loon

Gelukkig liggen de meeste lonen hoger dan het minimumloon. In België verdient een voltijdse werknemer gemiddeld 3.300 euro bruto per maand (laatst beschikbare cijfers van 2013).

Dit gemiddelde verbergt echter een aantal realiteiten: 

  • De helft van de werknemers verdient minder dan 2.854 euro bruto per maand (1.865 euro netto voor wie gehuwd is, een werkende partner heeft en twee kinderen).
  • 10% van de Belgen verdient minder dan 2.049 euro.
  • 10% van de werknemers verdient minstens 5.038 euro per maand.
  • Voltijds werkende vrouwen verdienen gemiddeld 5% minder dan de mannen.
  • Houden we rekening met deeltijdse arbeid, dan stijgt de loonkloof tussen vrouwen en mannen tot 20%.


De directeurs van de grote ondernemingen verdienen het meest, zij hebben namelijk een gemiddeld maandloon van 9.018 euro bruto. Dit is viermaal meer dan het maandloon van een kelner of een barman, zij verdienen gemiddeld 2.129 euro bruto. Bovendien ontvangen veel directeurs bovenop hun loon ook nog aandelen en een winstuitkering voor hun aandelen (dividenden) en ook nog eens een gouden handdruk of een grote ontslagpremie als ze vertrekken.

Gemiddeld loon, een goed loon?

Wat is een goed loon? Dat hangt ervan af wat je ermee kan doen, wat dit loon betekent voor jouw levenskwaliteit.

In Roemenië bedraagt het minimumloon 157 euro/maand, in België 1.502 euro, in Luxemburg 1.874 euro. Maar de prijzen zijn er navenant. Lonen die in verschillende landen op het eerste gezicht ongelijk zijn, kunnen je wel dezelfde koopkracht opleveren, afhankelijk van de hoogte van de prijzen en hoe duur het leven is in die landen.

Automatische indexering

De koopkracht kan verschillen afhankelijk van de evolutie van de levensduurte. Vandaar het belang van de automatische loonindexering van lonen en uitkeringen waardoor je geen koopkracht verliest als de prijzen stijgen.

Kan je met je huidig inkomen nog wel minstens evenveel goederen en diensten kopen als met je vroeger inkomen, bijvoorbeeld dat van een jaar geleden? Daar draait ‘behoud van koopkracht’ om.

Wanneer het leven duurder wordt, maar de lonen (en uitkeringen) zouden niet mee stijgen, dan zouden aankopen als voeding een steeds grotere hap uit je budget nemen. Inderdaad, als de lonen de stijging van de prijzen niet volgen, daalt je koopkracht. En dat is nu wat er sinds de crisis van 2008 gebeurt: tussen 2008 en 2012 is de koopkracht gedaald met 5% en die tendens werd nog versterkt door de loonstop (of loonbevriezing) en de indexsprong. Een indexsprong van 2% komt overeen met het verlies van vele duizenden euro’s over een hele loopbaan, omdat de herinvoering van de normale indexering zonder inhaalbeweging zal gebeuren. Het sneeuwbaleffect is gigantisch.



Arme werknemers

Volgens de interfederale armoedebarometer loopt 4,8% van de (werkende) werknemers een armoederisico, hetgeen concreet betekent dat ze met moeite de eindjes aan elkaar kunnen knopen.

Arm zijn betekent één enkel inkomen hebben van minder dan 2.100 euro netto/maand (of twee inkomens van elk 1.050 euro netto/maand) voor een gezin met twee kinderen, of 1.600 euro voor een eenoudergezin met twee kinderen. In ons land leven drie kinderen op tien in een arm gezin. Het ABVV weigert dit te aanvaarden.


Jouw koopkracht is de motor van de economie

In het debat over ‘competitiviteit’ en ‘concurrentiekracht’, worden lonen herleid tot kosten. Terwijl jij, met jouw arbeid en jouw loon, de economie doet draaien.

De lonen zijn niet alleen kosten. Ze zijn de motor van de economie. Druk blijven uitoefenen op de lonen zal de crisis alleen maar verergeren. Het is net dankzij de schokdempers van ons sociaal model zoals de automatische indexering, dat België overleeft in crisistijd. Verdedig je je loon, dan verdedig je je koopkracht, maar ook het loon en de tewerkstelling van de anderen, de sociale zekerheid en de openbare diensten. Dat is waar het ABVV en de ABVV-delegees zich dagelijks voor inzetten.
 

 Jouw koopkracht, onze prioriteit

  • Jouw koopkracht is een topprioriteit voor het ABVV. De automatische indexering garandeert jouw koopkracht en die van andere werknemers en mensen aangewezen op een uitkering. Wij blijven ons dus verzetten tegen de indexsprong opgelegd door de factuurregering.
  • Wij zijn in tegenstelling tot de andere vakbonden, niet akkoord gegaan met ontwerpakkoorden met werkgevers (in de Groep van Tien) waarbij uitgegaan werd van een indexsprong.
  • Wij vechten de indexsprong aan bij het Grondwettelijk Hof.


 

Bruto – netto? Waar gaat het verschil naartoe?

Je loon is de financiële vergoeding die je ontvangt van je werkgever in ruil voor je geleverde prestaties. Op je loonbriefje staat echter altijd een bruto- en een nettoloon.
 

  • Het brutoloon is je loon zonder enige aftrek voor de belastingen of de sociale zekerheid. Het is belangrijk dat je het totale bedrag van je loon kent. Dit bedrag heeft immers invloed op de opzeggingstermijn, de opzeggingsvergoeding, het gewaarborgd loon, de werkloosheidsuitkeringen, de vergoedingen voor arbeidsongevallen en beroepsziekten, ...
  • Het nettoloon is het bedrag dat op je bankrekening terecht komt. 

 

Maak je rekening op factuurregering.be


‘Alternatieve’ verloning

In heel wat bedrijven is het loon niet beperkt tot het uur- of het maandloon. Werkgevers bieden meer en meer ‘alternatieve’ verloningsvormen aan: een bedrijfswagen, maaltijdcheques, geschenkcheques, ecocheques, een hospitalisatieverzekering, aanvullend pensioen, resultaatsgebonden voordelen, gsm, laptop, enz.

Een goede zaak voor de werknemer natuurlijk, maar je moet wel weten dat de werkgevers op die ‘alternatieve’ verloningsvormen geen sociale bijdragen moeten betalen en belastingaftrekken genieten. Dat betekent een enorm voordeel voor de werkgever. Maar dat betekent evengoed een enorm nadeel voor de hele gemeenschap die belastinginkomsten en inkomsten voor de sociale zekerheid verliest. En ten gevolge van die lagere inkomsten zou er dan moeten bespaard worden in die sociale zekerheid: pensioenleeftijd naar 67, degressieve werkloosheidsuitkeringen, beperking van het brugpensioen en van het tijdskrediet, afschaffing van de inschakelingsuitkeringen. Kortom, de sociale bescherming van de werknemers is hier de grote verliezer. Daarom is het ABVV een voorstander van bruto-loonsverhogingen, omdat deze de sociale bescherming van iedereen ten goede komen.
 

  • Het ABVV en de ABVV-delegees ijveren steevast voor een verhoging van het brutoloon omdat dit de financiering van de sociale zekerheid en dus (de sociale bescherming van) iedereen ten goede komt.



Individueel of collectief?


Bij de ondertekening van je arbeidsovereenkomst werd je een loon meegedeeld, dat je aanvaard hebt of waarover je onderhandeld hebt (als je daarvoor sterk genoeg in je schoenen stond). Als je loonopslag wil, kan je je tot de werkgever of de personeelsdirecteur richten, die je wandelen kan sturen. Maar kan je werkgever het loon vrij bepalen? Ja en neen…

Het niveau van de lonen hangt voor een stuk af van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt. Voor unieke ‘profielen’ is meestal een hoger loon weggelegd. Maar de loonvorming wordt op verschillende niveaus omkaderd en hangt sterk af van de krachtsverhouding tussen de werkgevers en de vakbonden die voor iedereen loonvoordelen kunnen bedingen die men individueel niet zou kunnen krijgen, vooral als er geen delegee is in het bedrijf.

Wet van 96

De wet tot vrijwaring van het concurrentievermogen (of wet van 1996) bepaalt het kader voor de loonvorming. Sinds 1996 mogen onze lonen niet meer stijgen dan de voorziene gemiddelde loonsverhoging in Frankrijk, Nederland en Duitsland. Die voorspellingen laten toe een ‘loonmarge’ vast te leggen.

Over die marge onderhandelen de sociale gesprekspartners in de Groep van 10, waar werkgevers en vakbonden in zetelen. Deze Groep wordt het al dan niet eens over een loonnorm, die voor de komende twee jaar het kader van het loonoverleg in de sectoren en in de bedrijven bepaalt. Dit akkoord wordt in een interprofessioneel akkoord vastgelegd (een akkoord dat geldt over de verschillende sectoren heen).

De loononderhandelingen volgen dan op sectoraal niveau, in de paritaire comités, waar de werkgevers en vakbonden cao’s afsluiten (collectieve arbeidsovereenkomsten – geheel van afspraken over loon- en arbeidsvoorwaarden). Pas daarna onderhandelen de werknemers over bedrijfsovereenkomsten waarin ze hun eisen kunnen aanpassen aan de situatie van het bedrijf, hun krachtsverhouding, enz. en eventueel alternatieve of kwalitatieve financiële voordelen kunnen krijgen.

Vrijheid van onderhandelen

De wet garandeert in principe de automatische indexering van de lonen en de baremaverhogingen. De loononderhandelingen zijn normaal gezien het voorrecht van de sociale gesprekspartners. De regering wordt slechts verondersteld tussenbeide te komen als de akkoorden uitgaven meebrengen voor de overheid.

Helaas wordt die wet niet meer gerespecteerd: de regering mengt zich alsmaar meer in het loonoverleg om de loonsverhogingen te beperken of om de lonen te bevriezen. En de indexsprong was natuurlijk een zware ingreep. Het kostenvoordeel door die indexsprong en een nieuwe vermindering van de werkgeversbijdragen voor de sociale zekerheid hadden de tewerkstelling moeten bevorderen. Maar in tijden van tegenvallende economische conjunctuur gaan de bedrijven niet meer produceren en keren zij dus hun winsten - die nog groter worden dankzij de belastingcadeaus en loonsubsidies - aan de aandeelhouders uit.

 

  • Het ABVV blijft zich verzetten tegen de loonnorm. Het afbraakbeleid van loonbevriezing is sociaal onrechtvaardig en economisch zinloos. We vragen de vernietiging van deze norm bij het Grondwettelijk Hof.

  • Het ABVV en de ABVV-delegees staan voor vrije onderhandelingen op het niveau van de sectoren en bedrijven en gaan voor collectieve onderhandelingen over loon- en arbeidsvoorwaarden want samen staan we sterk.

 


Vragen over je contract, loon, premies,…? Spreek je delegee aan!


Je delegee kent de realiteit op de werkvloer. Het loont dus altijd de moeite om met haar/hem te spreken.

De delegees in je organisatie moeten inzicht krijgen in het financiële reilen en zeilen van het bedrijf en kunnen in de overlegorganen in discussie gaan met de werkgever over het loonbeleid, de promotiekansen, premiestelsels, … Daarbij kunnen ze ook nagaan of het principe ‘gelijk loon voor gelijk werk’ wel wordt toegepast en of bijvoorbeeld vrouwen systematisch minder verdienen of vooral de minst betaalde jobs uitoefenen in het bedrijf. Ook kunnen ze in de gaten houden welke loonbarema’s toegepast worden. En ze kennen de regels rond overloon voor de extra uren die je klopt, of de compensatie wanneer je werkt in ploegen of op feestdagen. Bovendien kan je delegee je helpen bij het invullen van formulieren zoals kinderbijslag.
 

  • Twijfel je of je correct betaald wordt? Wil je meer uitleg bij je loonbrief?
  • Krijg je jouw fiscale attesten niet op tijd?
  • Meen je recht te hebben op een premie?
  • Heb je vragen over je vakantiegeld of eindejaarspremie?
  • Ben je niet zeker of je overuren wel betaald/gecompenseerd worden?
  • Denk je recht te hebben op een vergoeding voor je werkkledij?
  • Wil je weten hoe het zit met je verplaatsingskosten?

Spreek je afgevaardigde aan!