Terug

Een sociaal vaccin voor de toekomst

Een sociaal vaccin voor de toekomst

Eén van de belangrijkste lessen uit de coronacrisis: onze sociale zekerheid, met inbegrip van de gezondheidszorg, is zijn geld meer dan waard en moet de komende jaren nog versterkt worden.

De sociale zekerheid, en meer specifiek de gezondheidszorg, is een beetje als de brandblusser in de wagen. Je hoopt die nooit nodig te hebben, maar bij tegenslag in je leven ben je blij dat ‘ie er is.

Bart De Wever, voorzitter van de grootste partij van Vlaanderen, de N-VA, zegt al jaren dat hij wil besparen in de sociale zekerheid. “Er is geen andere keuze”, zegt hij. Tegelijkertijd weigert hij samen met zijn ideologische geloofsgenoten elk debat over een vermogensbelasting die ons land elk jaar miljarden zou kunnen opbrengen. De conservatieve rechterzijde vindt ook dat fiscale gunstregimes voor allerlei multinationals moeten blijven bestaan, in naam van “de werkgelegenheid”. Nochtans delokaliseren die multinationals in een handomdraai op het moment dat ze elders nog meer in de watten worden gelegd. De Vlaams-nationalistische partij leverde vier jaar lang de minister van Financiën in de persoon van gerenommeerd rekenwonder Johan Van Overtveldt en de begrotingsput is groter dan ooit te voren.

Er zijn wel degelijke andere keuzes mogelijk. Het goede nieuws is dat politici ter rechterzijde in het coronatijdperk een toontje lager zingen over besparingen in de gezondheidszorg.

De coronacrisis heeft ons met de neus op de feiten gedrukt. De gezondheidszorg en de sociale zekerheid zijn van levensbelang. De bevolking wachtte elke dag op de laatste besmettingscijfers om te weten of onze ziekenhuizen de enorme toevloed aan slachtoffers het hoofd konden bieden. Gezondheidszorg is geen post om op te besparen.

ABVV wil:

  • investeringen in gezondheidszorg en andere essentiële overheidsdiensten;
  • een versterking van het federaal en openbaar karakter van de sociale zekerheid;
  • een robuuste financiering van de sociale zekerheid door (lineaire) bijdrageverminderingen op te schorten; door nepstatuten en netto-verloning te vermijden; via een sociale bijdrage van alle inkomens; via een evenwichtsdotatie;
  • een grondige verbetering van de uitkeringen, door alle sociale uitkeringen boven de armoedegrens te tillen, een minimumpensioen van 1.500 euro netto te garanderen en een einde te maken aan de degressiviteit in de werkloosheidsuitkeringen.