Terug

ABVV-barometer 2016: alternatieve kijk op welvaart en welzijn

ABVV-barometer 2016: alternatieve kijk op welvaart en welzijn

Vakbond ABVV | ABVV-barometer 2016: alternatieve kijk op welvaart en welzijn

Met onze sociaal-economische barometer 2016 zetten we de voorwaarden voor een kwaliteitsvol leven in de verf. We tekenen de krijtlijnen uit voor meer levenskwaliteit voor iedereen.

Barometer?

De courant gebruikte economische indicatoren (BBP/inwoner, activiteitsgraad, gemiddeld vermogen…) weerspiegelen de realiteit niet en zijn dus geen goede waardemeter voor het welzijn van de mensen. Daarom bevat de barometer 2016 van het ABVV nieuwe indicatoren die informatie geven over de levenskwaliteit.

Voor velen van ons gaat de kwaliteit van het leven erop achteruit. Minder collectieve voorzieningen, eenzijdige flexibiliteit, tijdrovende mobiliteit, toenemende moeilijkheden om werk en privéleven te combineren, problematische toegang tot gezondheidszorg … hebben een impact op de kwaliteit van ons leven en deze impact mag nooit onderschat worden.

Hoge armoede

Wanneer wij het op recht op waardig leven verdedigen, dan klagen we vooral de hoge armoede in België aan. Onze sociale zekerheid is een uitstekend vangnet, maar te veel mensen vallen door de mazen van het net.

Bovendien worden de mazen groter. De besparingen zorgen voor een inkrimping van rechten en van de uitkeringen zelf. Het blinde besparingsbeleid doet de armoede toenemen. Je kan enkel besluiten dat het blinde besparingsbeleid als voorwendsel dient voor een geleidelijke, geprogrammeerde afbraak van de welvaartsstaat.

Veel rijkdom, slecht verdeeld

België is één van de rijkste landen ter wereld, met een inkomen van ruim 35.000 euro per hoofd van de bevolking. Toch heeft niet iedereen toegang tot een goede baan, degelijke huisvesting, gezondheidszorg, onderwijs of cultuur … Inkomen en vermogen blijken ook oneerlijk verdeeld over de bevolking.

  • De 20 procent meest vermogende gezinnen bezitten 61,2 procent van het totale vermogen. De 20% armste gezinnen slechts 0,2 procent.
  • De helft van de werknemers verdient minder dan 2.976 euro bruto, de andere helft verdient meer dan dat.
  • Mensen met een laag scholingsniveau hebben een armoederisico van 25,8%. Werklozen hebben een armoederisico van 42,9 %.

Koopkracht?

Als we de stijgende prijzen in rekening nemen, stellen we vast dat de koopkrachtstijging van Belgische werknemers de afgelopen twintig jaar zeer mager is geweest. Hier tegenover staat een stijging sinds 1996 met 154 procent van uitgekeerde dividenden aan aandeelhouders. De loonsubsidies die bedrijven krijgen om de loonkosten te drukken, stegen in dezelfde periode met zo maar eventjes 1.953 procent (jawel, duizend negenhonderddrieënvijftig).

  • Bedrijven ontvangen bijna evenveel subsidies (9,93 miljard) als dat ze vennootschapsbelasting betalen (14 miljard).

Vergoeding bestuurders en vergoeding werknemers 2011-2013

Periode 2011-2013

  • Vergoeding bestuurders BEL 20, belangrijkste beursgenoteerde bedrijven: +25%
  • Vergoeding bestuurders BEL Small, kleinere beursgenoteerde bedrijven: +43%
  • Werknemers: +0% (loonstop)

Loonmatiging?

Terwijl ruim 15 procent van de bevolking met armoede flirt greep de regering-Michel naar loonmatiging, zogezegd om de “concurrentiepositie van bedrijven te versterken.” De lonen werden bevroren en daar bovenop kwam een indexsprong. Die betekent een loonverlies tot tienduizenden euro’s op een carrière.

Een werknemer, op 25 jaar van zijn pensioen en met een bruto loon van 3.000 euro, verliest op zijn volledige loopbaan meer dan 21.000 euro door de indexsprong.

Naast de maatregelen van de federale regering (indexsprong, btw op elektriciteit, accijnzen…) doet de Vlaamse regering er nog een schepje bovenop. Maak zelf je rekening op www.factuurregering.be.

Rechtvaardige fiscaliteit?

We worden om de oren geslagen met het ene belastingschandaal na het andere. We hadden al Luxleaks, Swissleaks, de Panama Papers, fiscale gunstregimes die multinationals bedingen bij de fiscus, en nu ook de Bahama Leaks. Dit staat investeringen in mens en maatschappij in de weg. Rechtvaardige fiscaliteit is de eerste pijler van een solidaire samenleving.

De regering moet er eindelijk voor zorgen dat iedereen in deze samenleving zijn eerlijk steentje bijdraagt. Dat veronderstelt rechtvaardige belastingen. Daar horen ook grote vermogens bij. Een vermogensbelasting voor superrijken moet bijdragen tot investeringen in openbare diensten en infrastructuur en tot de financiering van onze sociale zekerheid.

Sociale zekerheid, uitgehold door opeenvolgende patronale bijdrageverminderingen, en publieke diensten zijn immers een belangrijk stuk koopkracht van zij die het écht nodig hebben. De werknemer neemt de trein, de rentenier niet. Jan met de pet kan geen dure privékliniek betalen.

Averechtse taxshift

Gepensioneerde of werkzoekende alleenstaande

Een gepensioneerde of werkzoekende alleenstaanden met bruto maandinkomen van € 1.220 verliest jaarlijks € 293 door indexsprong, € 27 door btw-verhoging elektriciteit, € 216 door accijnzen en wint € 0 met de taxshift. Totaal verlies: € 536/jaar.

Twee voltijdse werknemers

Twee voltijdse werknemers zonder kinderen en met bruto maandinkomen van € 3.000 en € 1.600 verliezen jaarlijks € 1.288 door indexsprong, € 43 door btw-verhoging elektriciteit, € 432 door accijnzen en winnen € 1.185 met de taxshift (incl. werkbonus). Totaal verlies: € 578/jaar.

Gezin met kinderen

Twee voltijdse werknemers met kinderen en met bruto maandinkomen van € 3.000 en € 1.600 verliezen jaarlijks € 1.288 door indexsprong, € 138 door btw-verhoging elektriciteit, € 432 door accijnzen en winnen € 1.064 met de taxshift (incl. werkbonus). Totaal verlies: € 794/jaar.

Hier bovenop komen nog de Vlaamse maatregelen, die voor elk van de voorbeelden een verlies van enkele honderden tot meer dan duizend euro betekenen (verhoging prijzen De Lijn, water, zorgverzekering, Turteltaks, afschaffing gratis elektriciteit, geen indexering kinderbijslag …).

Dalende werkloosheid? Opgesmukte cijfers!

Ondanks de triomfalistische berichtgeving over de dalende werkloosheid, zelfs in tijden van zware herstructureringen en ontslagen tonen de cijfers dat heel wat werkzoekenden van de radar verdwijnen.

  • Nooit werden zo veel werklozen uitgesloten als in 2015.
    Vandaag worden werklozen onophoudelijk gecontroleerd of ze wel voldoende naar werk zoeken. In 2014 werden maar liefst 16.849 werklozen gesanctioneerd of uitgesloten. In 2015 bedroeg dat cijfer 15.425.
  • De beperking van de inschakelingsuitkering voor jongeren resulteerde vorig jaar in bijna 30.000 uitsluitingen.

De statistieken worden aantrekkelijker door dit beleid. De realiteit is anders, zoals het steeds stijgend aantal mensen met een leefloon duidelijk aantoont.

  • Sinds meer dan 10 jaar en vooral sinds het begin van de crisis van 2008 is het aantal mensen met een leefloon voortdurend gestegen. Tussen 2014 en 2015 is dit aantal met 12,4% gestegen voor het hele land, met sterke regionale verschillen.
  • In tien jaar tijd is het uitstellen van medische uitgaven om financiële redenen bij de bevolkingsgroepen met een laag inkomen aanzienlijk gestegen.
    Het percentage werklozen dat medische uitgaven om financiële redenen uitstelt, is op tien jaar tijd
    nagenoeg verdubbeld.

    Die trend doet zich ook voor bij de andere bevolkingsgroepen, zij het in beperktere mate.

% werklozen dat medische uitgaven uitstelt om financiële redenen

Gezonde planeet: snel optreden

Politici lijken echter niet gehaast om concrete actie te ondernemen. Charles Michel spreekt graag over “jobs jobs jobs”, maar op een dode planeet blijven er helemaal geen jobs meer over. Voor niemand. De inkt van het akkoord op de COP21-klimaattop in Parijs was nog niet droog, of de federale regering kondigde al flinke besparingen aan in het openbaar vervoer, meer bepaald bij de NMBS. Tegelijk blijft de overheid massaal bedrijfswagens subsidiëren. Beide beleidslijnen zijn totaal onverzoenbaar.

  • De jaarlijkse kost van de ruim 700.000 bedrijfswagens in ons land: zo’n 4 miljard euro. Dat is meer dan de jaarlijkse dotatie die de nationale spoorwegen ontvangen: zo’n 3 miljard euro.
    Een goed werkend spoorbedrijf levert de maatschappij veel meer op dan dat het kost: minder files, minder luchtvervuiling, degelijk (woon-werk)verkeer voor wie niet ‘het geluk’ heeft met een bedrijfswagen te rijden.
  • We staan met z’n allen in de file: Antwerpen en Brussel behoren tot de meest dichtgeslibde steden ter wereld.

Conclusie: alternatieven voor meer levenskwaliteit

De economie moet ten dienste moet staan van de mens, en niet omgekeerd. We moeten weg van het systeem dat enkel de ‘1%’ dient en de controle over onze maatschappij herwinnen. Een systeem dat een kleine groep alsmaar rijker maakt, is nefast voor al de rest, en zo’n systeem kan niet eeuwig blijven bestaan.

  • Wij pleiten voor een herziening van de financiering van de sociale zekerheid, voor een herziening van de fiscaliteit die veel te gunstig uitvalt voor inkomsten uit kapitaal en vermogen.

Huidige situatie: wie betaalt wat?

Wanneer wij de nadruk leggen op het recht op een kwaliteitsvol beroepsleven, dan zijn we de spreekbuis van de werknemers die werken om te leven (en niet leven om te werken), die werk en privéleven beter willen combineren. Wij tonen ook aan dat de lonen helemaal niet te hoog zijn, integendeel dat veel lonen veel te laag zijn. Dat de lonen geen ‘lasten’ zijn, maar wel de motor van de economie.

Een kwaliteitsvol beroepsleven houdt ook in dat iedereen toegang heeft tot werk. Arbeidsduurvermindering met compenserende aanwervingen kan een oplossing vormen voor de structurele werkloosheid. Bovendien zou het een antwoord bieden aan de steeds luider klinkende roep om loopbanen en de combinatie werk-privé leefbaar te houden.

De generatie van vandaag en die van morgen hebben het recht te leven op een gezonde planeet. De overgang naar een economie die niet langer een risico vormt voor het voortbestaan van onze planeet moet op een eerlijke manier gebeuren: een ‘just transition’. Dit veronderstelt een andere organisatie van onze economie waarbij we afstappen van het principe ‘winst, winst, winst’.