Minder pensioen door nieuwe berekeningswijze
Sommige periodes in je loopbaan tellen vanaf nu veel minder mee bij de berekening van je pensioen...
Langdurige werkloosheid, brugpensioen vóór de leeftijd van 60, landingsbanen voor werknemers tussen 50 en 59 jaar zullen nog enkel meetellen voor de berekening van het pensioen op basis van het minimumloon per loopbaanjaar, in plaats van op basis van het laatste loon. Die loopbaanjaren zullen in de praktijk dus weggegomd worden.
Hoe wordt je pensioen berekend?
De wettelijke pensioenleeftijd is 65 jaar. Om een volledige loopbaan te hebben moet je 45 jaar gewerkt hebben. En je moet 30 jaar gewerkt hebben om recht te hebben op een minimumpensioen. Voor een volledige loopbaan van 45 jaar bedraagt het minimumpensioen 1.025 euro bruto. Het effectieve pensioen wordt berekend op basis van het aantal loopbaanjaren. Het pensioen is gelijk aan 60% van je loon van elk loopbaanjaar, gedeeld door 45.
Voorbeeld: vorig jaar verdiende je 2.200 euro bruto per maand, plus een 13e maand. Op jaarbasis dus 28.600 euro. Dit geeft 28.600 X 60 % = 17.160/45 = 381,33 euro.
Als je loon hetzelfde blijft, telt elk bijkomend loopbaanjaar voor 381,33 euro, dus na een volledige loopbaan 381,33 X 45 = 17.160 euro bruto/jaar of 1.430 euro bruto/maand. Maar door de inflatie is het startloon na verloop van tijd uiteraard veel minder waard: 2.000 euro vandaag was in 1970 ongeveer 500 euro waard. Daarom wordt er een herwaarderingscoëfficiënt op toegepast (bijv. 4,34 op de lonen van 1970).
Als je loon stijgt, zal ook je pensioen toenemen, tenzij je meer verdient dan de berekeningsgrens van 47.960,29 euro/jaar of 3.689 euro/maand, 13e maand inbegrepen.
Een koppel heeft recht op een gezinspensioen dat berekend wordt op 75% van de lonen van de partner die gewerkt heeft. Als beide partners wel gewerkt hebben en hun individuele pensioenen samen lager zijn dan het gezinspensioen, kunnen zij kiezen voor het hoogste pensioenbedrag.
Gelijkgestelde periodes?
Als men het over een volledige loopbaan van 45 jaar heeft, dan omvat die ook bepaalde periodes waarin men niet gewerkt heeft, zoals de leger- of burgerdienst, invaliditeit, werkloosheid (brugpensioen inbegrepen) of loopbaanonderbreking in de vorm van tijdskrediet. Die niet gewerkte periodes worden "gelijkgestelde periodes" genoemd, omdat ze meetellen voor de berekening van de loopbaan. Het enige verschil met de effectief gewerkte periodes is dat het loon dat in aanmerking genomen wordt, het laatst verdiende loon is, aangezien er voor de niet gewerkte jaren geen eigenlijk loon uitbetaald werd, zelfs al was er een door de sociale zekerheid betaald vervangingsinkomen (werkloosheidsuitkeringen, ziektevergoedingen, uitkering tijdskrediet, enz.).
Op die manier verliest men altijd een beetje omdat dit referteloon vastligt en niet verhoogd noch geïndexeerd wordt zoals de lonen. Maar veel verschil maakt dat niet, zeker voor een hoog loon aangezien het pensioen berekend wordt op een loon van maximum 47.960 euro/jaar.
Einde van bepaalde gelijkstellingen
Dé grote verandering die door de nieuwe pensioenwet ingevoerd wordt, is dat bepaalde periodes niet meer gelijkgesteld zullen worden op basis van het laatste loon, maar op basis van het « gewaarborgd minimumloon per loopbaanjaar», nl. 21.327 €/jaar.
Bijkomende voorwaarde is dat het uiteindelijke pensioen nooit hoger mag zijn dan 13.737 euro per jaar (1.145 /maand) voor een alleenstaande (bij een volledige loopbaan, dus proportioneel minder bij een onvolledige loopbaan).
Gevolg: werknemers van wie het loon voldoende hoog is zodat ze aanspraak kunnen maken op een pensioen dat hoger is dan dat bedrag, verliezen de gelijkstelling. Ze zullen bijgevolg een onvolledige loopbaan en dus een onvolledig pensioen hebben, dat in elk geval lager zal zijn dan met de vorige regeling. |
Welke periodes?
1) Werkloosheid 3e periode
De werkloosheidsuitkeringen worden lager in de tijd. Het eerste jaar ontvangt men een maximum uitkering. Na één jaar valt men in een tweede periode met iets lagere uitkeringen. De duur van die periode hangt af van het beroepsverleden, maar bedraagt minimum twee maanden. Als men daarvoor gewerkt heeft, komen er twee maanden per gewerkt jaar bij met een maximum van 2 jaar. De 3e periode begint dus ten vroegste na 14 maanden werkloosheid en ten laatste na 3 jaar. Ongeacht het statuut van de werkloze: gezinshoofd, alleenstaande of samenwonende.
- Voorbeeld: iemand die na 5 jaar zijn baan verliest en niet vlug opnieuw werk vindt, komt al na twee jaar werkloosheid in de 3e periode terecht. Vindt hij na die twee jaar geen werk meer, dan zullen de jaren daarna niet meer meetellen voor zijn pensioen.
2) Bruggepensioneerden van jonger dan 60 jaar
Het nieuwe sociaal overleg (februari 2012) ten gevolge van onze acties bepaalt dat enkele volledige gelijkstellingen voor brugpensioen wel nog behouden blijven:
- brugpensioen aangevraagd voor 28 november 2011
- brugpensioen voor de bouwsector en nachtwerk op 56 jaar
- brugpensioen voor zware beroepen en medische problemen op 58 jaar
- brugpensioen vanaf 56 jaar voor werknemers met een loopbaan van min. 40 jaar (cao 96)
- gewoon brugpensioen boven 59 jaar
- halftijds brugpensioen wanneer nog mogelijk (tot 31 maart 2012 wanneer halftijds brugpensioen afgeschaft wordt)
- bruggepensioneerden van ondernemingen in moeilijkheden of herstructurering
3) Landingsbanen tussen 50 en 59 jaar
4) Voltijdse landingsbanen na 60 jaar
Gelijkstelling op basis van het gewaarborgd minimum voor maximum één jaar. Halftijds tijdskrediet en 1/5e tijdskrediet blijven hun gelijkstelling behouden gedurende respectievelijk 2 en 5 jaar, maar eveneens op basis van het minimum. Het zijn dus verloren loopbaanjaren als het pensioen hoger is dan het minimum.
5) Tijdskrediet zonder motief
Het gaat om tijdskrediet buiten de "zorgverloven" om: ouderschapsverlof voor de verzorging van zieke verwanten, voor palliatieve zorg en voor opleiding) van meer dan 1/5e: volledige gelijkstelling van ten hoogste één jaar of vijf jaar in dagen voor wie 1/5e tijdskrediet neemt.
Deze maatregel geldt enkel voor degenen die één van deze regelingen aangevraagd hebben NA 28 november 2011.
Welke gevolgen?
De gevolgen zijn duidelijk: veel mensen zullen minder pensioen trekken omdat momenteel de gemiddelde loopbaan bij de mannen 42 jaar bedraagt, en 31 jaar bij de vrouwen, en ongeveer 1/3e van de loopbanen uit gelijkgestelde periodes bestaat. Door de nieuwe, strengere loopbaanvoorwaarden, zowel voor het pensioen als voor het brugpensioen, zullen de loopbanen noodzakelijkerwijze langer duren. Maar door de veranderingen in de gelijkstellingen zullen nagenoeg alle (al dan niet vrijwillige) niet gewerkte periodes tot minder pensioen leiden!
Overzichtspagina Regeringsmaateregelen Download de folder 'Ik ben aan't werk en ouder dan 50'