Wie respecteert het sociaal pact nog?

Wie respecteert het sociaal pact nog?

Deze opinie verscheen eerder bij De Standaard: 30 november 2018.

De rijkdom die werkgevers en werknemers samen produceren, wordt niet langer rechtvaardig verdeeld, stelt Miranda Ulens vast.

 

In 2019 zullen heel wat bedienden hun loon aangepast zien aan de fors gestegen prijzen (DS 28 november). Dat is nodig. Los van de brandstofprijzen wordt elk aspect van het leven in ijltempo duurder. Gas werd op één jaar tijd 17 procent duurder. Elektriciteit 10 procent. Maar ook voor dagelijkse producten als aardappelen (11 procent), frisdranken (6 procent) of tandverzorging (8 procent) moet je meer geld op tafel leggen. Een krant of tijdschrift werd op twaalf maanden tijd bijna 9 procent duurder. En zo kunnen we nog een hele tijd doorgaan.

In principe hebben we de automatische indexatie als garantie om die gestegen prijzen in ons inkomen te compenseren, om onze koopkracht op pijl te houden. Maar de afgelopen dagen blijkt dat een niet te onderschatten deel van de Belgische bevolking aanvoelt dat hun inkomen niet langer voldoet om de gestegen levenskosten te dekken.

In dat gevoel worden ze ook bevestigd. De Internationale Arbeidsorganisatie kwam tot de ontstellende vaststelling dat de Belgische werknemers de afgelopen drie jaar 2,3 procent aan koopkracht verloren (DS 27 november). De indexsprong, lage loonstijgingen, hogere accijnzen, een indexkorf die niet alle prijsstijgingen capteert en de afbouw van cruciale publieke voorzieningen, zoals openbaar vervoer, hebben het gezinsinkomen uitgehold. Genoeg centen overhouden aan het einde van de maand om te kunnen overleven, het is een uitdaging waar meer en meer Belgen mee geconfronteerd worden. Het protest van de gele hesjes is hiervan het sprekende bewijs.

 

De schaamlapjes

Los van enkele kortzichtige politieke beslissingen schuilt er ook een breder verhaal achter de loonmalaise. En dat verhaal gaat veel verder dan schaamlapjes als digitalisering of globalisering. Het gaat om machtsverhoudingen. Er is al tonnen wetenschappelijk onderzoek verschenen over hoe de lonen niet langer het ritme aanhouden van de stijgende productiviteit. In een functionerende sociale welvaartsstaat wordt de rijkdom die we samen produceren rechtvaardig verdeeld tussen werknemers en werkgevers. Deze essentiële afspraak, die we weleens het ‘sociaal pact’ noemen, wordt niet meer gerespecteerd.

Vanaf het eind van de jaren 70 werden belastingen en (financiële) regelgeving tot een minimum herleid, publieke diensten geliberaliseerd en kregen vakbonden steeds vaker het label van ‘marktverstoring’. Ongelijkheid werd als iets deugdelijks weggezet. België ontsnapte niet aan die trend. De Belgische lonen lopen zo sinds 1996 twaalf procent achter op de productiviteit.

 

" Met de nieuwe wet op de loonvorming wordt het onmogelijk om tegemoet te komen aan de legitieme eisen rond koopkracht."

 

Economische zelfmoord

In vergelijking met de rest van de eurozone is onze economie relatief goed door de crisis gekomen. De loonindexering, sociale uitkeringen en andere mechanismen die we jarenlang als ‘schokdempers’ hadden opgebouwd, bewezen op dat moment hun nut. Maar ook gingen de Belgen meer krediet aan om hun consumptie te ondersteunen. De schuldgraad van Belgische gezinnen gaat momenteel door het dak, terwijl de koopkracht afneemt.

Een beleidsmaker zou hier iets aan kunnen doen. Een tekort aan koopkracht los je op met geld. Over enkele maanden starten de nieuwe nationale loononderhandelingen. Hierover krijgen wij verontrustende berichten. Een nieuwe wet op het concurrentievermogen maakt dat enkele jaren van complete loonblokkering realiteit zullen worden. De eerste cijfers van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven wijzen hierop. Dat is niet slim. Zeker niet in een context waar de bedrijven al twee jaar winstrecords laten optekenen. Die bedrijven blijken nu minder te willen investeren omdat ze een nieuwe crisis verwachten.

Gaan we echt op dat moment de koopkracht verder naar beneden duwen? Dat is economische zelfmoord. Dan kan een politicus zwaaien met statistieken over koopkracht of de zogenaamde positieve effecten van de taxshift, ze gaan voorbij aan wat de Dorpsstraat in haar portemonnee voelt.

 

Solidariteitsakkoord

Het is de verantwoordelijkheid van het middenveld, van de sociale partners om oplossingen te zoeken voor maatschappelijk ongenoegen. De regering-Michel helpt ons hier niet bij. Met de nieuwe wet op de loonvorming wordt het onmogelijk om tegemoet te komen aan de legitieme eisen rond koopkracht van het grootste deel van de bevolking. Energieprijzen blijven stijgen, mobiliteit wordt een schaars goed.

De bedrijven zijn de afgelopen jaren op hun wenken bediend. Denk aan de verlaging van de patronale bijdragen aan de RSZ en de daling van de vennootschapsbelasting. Het is aan hen om in te zien dat de situatie moeilijk houdbaar blijft. Laten we eind dit jaar een loonakkoord sluiten dat de solidariteit en stabiliteit in het land garandeert. Werknemers verwachten de komende jaren een belangrijke koopkrachtverhoging die minstens de prijs- en productiviteitsstijgingen omvat. Het is aan de sociale partners om onrust te kanaliseren, te bufferen. De afgelopen dagen bewijzen dat die onrust over koopkracht er wel degelijk is. In Noord en Zuid. Laten we onze verantwoordelijkheid opnemen.