Actu Werkgevers nemen hun verantwoordelijkheid niet op in het klimaatdebat

Werkgevers nemen hun verantwoordelijkheid niet op in het klimaatdebat

Vakbond ABVV | Werkgevers nemen hun verantwoordelijkheid niet op in het klimaatdebat

Het VBO riep de regering op de toeslag voor de offshore windmolenparken vanaf 2011 in de federale “bijdrage" op te nemen. Het VBO schermt daarbij met de concurrentiekracht van onze bedrijven. Daar is op zich niets mis mee, maar dat dergelijk voorstel de elektriciteitsprijzen voor de kleine consumenten en ook voor de KMO’s sterk zou doen toenemen, vergeet de werkgeversorganisatie erbij te vermelden.

 

Men kan zich dus de vraag stellen of het voorstel om de bijdrage voor de offshore windproductie te laten opnemen in de federale bijdrage - die in veel gevallen geplafonneerd is en dus degressief in functie van het elektriciteitsverbruik - geen manier is om alleen de energiefactuur van de grootverbruikers te doen dalen én een poging om de eigen verantwoordelijkheid af te wentelen op de eindverbruiker.

 

De factuur voor de grote industriële verbruikers zal dalen, de kosten worden afgewenteld op de kleine consumenten of op de overheid, terwijl het de staat is (en dus de belastingbetaler) die - omdat we niet aan onze internationale verplichtingen kunnen verzaken én omdat we in een problematische klimaatverandering zijn verzeild  - in het verleden al een budgettaire inspanning heeft gedaan om de offshore windmolenproductie op gang te trekken in ons land.

 

Het ABVV wil  zich niet neerleggen bij nieuwe prijsverhogingen voor de gezinnen noch bij een afwenteling van de kosten op de staat. Door de offshore windproductie moeten de ondernemingen immers zelf minder inspanningen doen om hun CO2-uitstoot te verminderen.

 

Een alternatief kan zijn de overwinsten van de nucleaire producenten via een wet af te romen, zoals Duitsland onlangs heeft gedaan. Dit geld kan dan aangewend worden voor investeringen in hernieuwbare energie, zodat iedereen kan genieten van een lagere bijdrage voor offshore windproductie. En laat het deze keer maar om meer dan 250 miljoen gaan.