Welvaartsenveloppe of hogere uitkeringen: waarover gaat het?

Welvaartsenveloppe of hogere uitkeringen: waarover gaat het?

Vakbonden en werkgeversorganisaties hebben afgesproken dat meer dan 1 miljoen mensen met een minimumuitkering erop vooruit moeten gaan. Gepensioneerden, werkzoekenden, zieken en invaliden zullen hun uitkering zien verhogen met minstens 2%.

In de marge van de loononderhandelingen sloten vakbonden en werkgeversorganisaties een akkoord over het budget om de uitkeringen aan te passen aan de gestegen welvaart. Die zogenaamde ‘welvaartsenveloppe’ komt bovenop de indexering van de uitkeringen en houdt in dat meer dan 720 miljoen euro tegen 2020 verdeeld wordt ter versterking van de sociale bescherming. Dit is broodnodig om de koopkracht en dus de levenskwaliteit van de mensen te garanderen.

De verhoging van de sociale uitkeringen via deze ‘welvaartsenveloppe’ is voorzien bij wet. In feite had de invulling van dit budget al afgesproken moeten zijn tegen 15 september 2018 maar om te onderhandelen moet je met twee zijn en de werkgeversorganisaties hebben dit uitgesteld. Nu is er een afspraak tussen de vakbonden en werkgeversorganisaties die de regering onverkort moet uitvoeren.

Koopkracht van meer dan 1 miljoen mensen

Volgens de afspraken zouden meer dan 1 miljoen mensen met een minimumuitkering erop vooruit gaan. Gepensioneerden en werkzoekenden met een minimumuitkering, en zieken/invaliden, slachtoffers van een arbeidsongeval en mensen met een beroepsziekte zouden hun uitkering zien verhogen met minstens 2%.

  • voor meer dan 550.000 gepensioneerde werknemers met een minimumpensioen: 2,4% verhoging (of 1 % als ze al een verhoging kregen in 2018)
  • voor meer dan 200.000 werkzoekenden met een minimumuitkering: verhoging tussen 2% en 3,5%
  • voor meer dan 310.000 zieken of invaliden: verhoging van 2,4% (of 1 % als ze al een verhoging kregen in 2018).

Meer in detail: wat zijn de afspraken?

Minimumuitkeringen in de sociale zekerheid

  • Een verhoging van de minimumuitkeringen met 2,4% op 1 juli 2019.
  • Een sterkere verhoging voor de minimumuitkeringen voor gezinshoofden in de werkloosheid met 3,5% op 1 juli 2019, ook voor de inschakelingsuitkeringen omdat deze het verst van de armoedegrens liggen.
  • Gelijke verhoging voor de minima en forfaits in de tijdelijke werkloosheid met 3,5% op 1 juli 2019.
    De minimumuitkering tijdelijke werkloosheid wordt gelijkgeschakeld met die van de gezinshoofden. Dat is niet alleen een belangrijke administratieve vereenvoudiging, maar ook een stap naar de individualisering van de rechten.
  • Verhoging van de minima voor samenwonenden in de werkloosheid met 2% en met 2,4 % voor alleenstaanden op 1 juli 2019.
  • Opheffing van de door de regering ingevoerde discriminatie tussen mensen met volledige en onvolledige loopbanen in de minimumpensioenen door 1% te geven aan de minima volledige loopbanen en 2,4% voor de minima onvolledige loopbanen. Dit laatste is met name voor vrouwen een verbetering aangezien zij vaker dan mannen een onvolledige loopbaan hebben.
  • De minima voor jeugdvakantie, seniorvakantie en onthaalouders worden op 1 januari 2020 verhoogd met 2,4%.

Berekeningsplafonds

Dit gaat om het hoogste loon waarmee rekening gehouden wordt voor de berekening van de uitkering. De optrekking op 1 september 2019 betekent dat er correcter rekening gehouden wordt met je loon

  • Optrekken van de berekeningsplafonds met +1,1%
  • Extra optrekking van de berekeningsplafonds in de pensioenen: +1,7%
  • Iets mindere optrekking voor stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag: +1%

Andere maatregelen

  • 2% extra verhoging na 5 jaar uitkering, behalve in werkloosheid
  • Verhoging van het minimumrecht in de pensioenen met 2,4% op 1 juli 2020: dit betekent dat periodes van werkloosheid (de 2e en 3e periode voor werkzoekenden jonger dan 50 jaar en werkloosheid met bedrijfstoeslag algemeen stelsel en lange loopbaan) voor een hoger bedrag meetellen.
  • Oudste pensioenuitkeringen: +0,8 % (uitkeringen ingegaan vóór 2010, geldt niet voor werkloosheid)
  • Verhoging vakantiegeld gepensioneerden met 7,9%
  • Verhoging inhaalpremie zieken met 40 tot 105 euro naar gelang duurtijd en gezinslast
  • Uitkeringen éénoudergezinnen (vooral vrouwen) in thematisch verlof: +4,5% op 1 januari 2020
  • Verlagen van de persoonlijke sociale bijdrage voor werknemers die een pensioen en een uitkering arbeidsongevallen of beroepsziektes ontvangen naar 5,34%.
  • Het maximumbedrag waarvoor je gedurende een jaar een overlevingspensioen en een sociale uitkering kan ontvangen, wordt verhoogd.
  • Inkomensgarantie-uitkering: vanaf 1 januari 2020 worden de gezinscategorieën afgeschaft die ingevoerd werden in januari 2015; de uurtoeslag voor alleenwonenden en samenwonenden komt op het niveau van de uurtoeslag voor werknemers met enig inkomen en gezinslast. Dit maakt met name voor deeltijds werkende vrouwen een verschil.

Sociale bijstand

  • Leefloon en inkomensvervangende tegemoetkoming:
    • 2% voor alleenstaanden en samenwonenden op 1 juli 2019
    • Extra +1,25% op 1 januari 2020 inclusief voor gezinshoofden
  • Inkomensgarantie voor ouderen
    • +0,3% op 1 juli 2019
    • +0,9% op 1 januari 2020 er bovenop

 

Voor al deze afspraken geldt het principe dat de verhogingen effectief moeten opbrengen en dus niet mogen afgeroomd of geneutraliseerd worden via belastingen. De mensen moeten de verhogingen ontvangen.