Waarom de vakbond goed is tegen ongelijkheid

Waarom de vakbond goed is tegen ongelijkheid

Kapitaalkrachtigen bezitten hoe langer hoe meer. Het ziet er niet naar uit dat hier snel verandering in komt. Dat staat in 2 uitgegeven hoofdstukken van het halfjaarlijkse World Economic Outlook-rapport van het Internationaal Monetair Fonds (IMF).

Het rapport stelt dat sinds de jaren 70 het loonaandeel in het bbp (bruto binnenlands product) stelselmatig daalt en dat kapitaal zich opstapelt aan de top. Met andere woorden, lonen van werknemers maken een steeds kleiner deel uit van de gecreëerde rijkdom.

Daarnaast winnen andere soorten inkomsten (bijvoorbeeld uit huur, speculatie, winstuitkeringen van aandelen …) aan belang.Dat komt door verschillende aanhoudende crises, maar ook omdat de syndicaliseringsgraad in de meeste geïndustrialiseerde landen de afgelopen 30 jaar afneemt en dit zijn effecten niet heeft gemist.

Volgens het rapport zijn te snelle technologische ontwikkelingen en economische globalisering en vrijhandel de grote boosdoeners. In veel industrielanden (ook hier) leidde dit tot jobverlies.

Er ontstaat dus een grotere, onrechtvaardige inkomensongelijkheid. Het zijn de kortgeschoolde werknemers die het hardst worden getroffen door die economische en technologische veranderingen.

Kapitaal vs Arbeid 2.0

Enkele vaststellingen om toch in het achterhoofd te houden:

  1. Arbeid wordt vervangen door machines, algoritmes en robots. De productiekosten dalen en over loonkosten hebben we het dan al helemaal niet meer.
  2. Sinds de jaren 80 en 90 is outsourcing (uitbesteding) een wereldwijd fenomeen. Heel wat sectoren zoeken hun arbeidskrachten op ‘goedkopere’ plekken.
  3. De macht van de vakbonden en hun onderhandelingspositie is door jarenlang neoliberaal beleid in veel geïndustrialiseerde landen stelselmatig afgebouwd. In landen met een relatief hoge syndicaliseringsgraad, zoals België, blijft de ongelijkheid nog enigszins beperkt.

Het leert ons dat deze daling in de syndicaliseringsgraad een sleutelrol speelde in de toename van de ongelijkheid.

De grootverdieners in de ontwikkelde landen (die 10% vertegenwoordigen van de bevolking) namen tussen 1980 en 2010 jaar na jaar een steeds groter aandeel van alle inkomens in”, schreven we twee jaar terug in onze sociaal-economische barometer. Anno 2017 is dit aandeel enkel groter worden.

De zwakkere onderhandelingspositie van vakbonden verkleint de invloed op de lonen binnen de bedrijven, waardoor een groter aandeel van de opbrengsten naar de topinkomens binnen die bedrijven vloeit. Hierdoor stijgt dat kapitaalaandeel in de economie verder (ten nadele van het loonaandeel), waardoor de ongelijkheid toeneemt.

‘Samen sterk tegen ongelijkheid’ is de boodschap.