Vrouwen blijven oververtegenwoordigd in de lagere loonklassen

Vrouwen blijven oververtegenwoordigd in de lagere loonklassen

Dit jaar pakken we met de Dag voor Gelijk loon-v/m de horizontale segregatie aan. Het optrekken van het minimumloon zou vrouwen immers een serieus duwtje in de rug geven, met als automatisch gevolg een vermindering van de genderongelijkheid.

Iedere 14e van de maand voeren de beroepscentrales en het ABVV overal in het land actie om het minimumloon naar 14 euro per uur of 2.300 euro per maand op te trekken. Op 14 maart staat de campagne Dag voor Gelijk Loon v/m - Fight for 14 in het teken van vrouwen. Het optrekken van het minimumloon zou vrouwen immers een serieus duwtje in de rug geven, met als automatisch gevolg een vermindering van de genderongelijkheid.

Want binnen veel sectoren is de 14 euro/2.300 euro alles behalve een realiteit. De laagste lonen vinden we immers terug in sectoren waar veel vrouwen tewerkgesteld zijn en deeltijdse contracten massaal aanwezig zijn.

Vrouwen blijven oververtegenwoordigd in de lagere loonklassen

Bron: Statbel 2017

Hoewel het gemiddelde bruto uurloon van voltijdse werkneemsters 19,96 euro bedraagt (voltijds werkende mannen verdienen gemiddeld 20,93 euro/uur) krijgt 15% van de werknemers (met een oververtegenwoordiging van vrouwen) een uurloon dat nauwelijks meer dan het wettelijk minimum van 9,65 euro bedraagt. Netto geeft dit 1.340 euro voor een voltijds loon.

De sectoren met de meeste GGMMI-verdieners (gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen) zijn de uitzendarbeid, de zelfstandige kleinhandel, de grote kleinhandelszaken, de bedienden (aanvullend), het hotelbedrijf, de socioculturele sector de welzijns- en gezondheidssector, de bedienden uit de kleinhandel in voedingswaren. Deze top bestaat uit paritaire comités die geen minimuminkomen hebben vastgelegd boven het interprofessionele minimuminkomen.

Andere sectoren of paritaire comités hebben wel een minimumloon vastgelegd, maar zitten nog steeds onder de 14 euro. Merk op dat daar veel meer vrouwen dan mannen tewerkgesteld zijn.

 

Niet toevallig zijn veel van deze sectoren ook die waar veel (onvrijwillig) deeltijdse contracten zijn. De werkneemsters zijn dus twee keer de dupe: een heel laag uurloon in combinatie met een deeltijdse job… Een verhoging van het minimumloon in die sectoren zou de loonkloof verkleinen en de financiële situatie van veel vrouwen verbeteren.

Loongelijkheid bewijzen

Vrouwen weten waarom en dus eisen wij naast een minimumloon van 14 euro per uur of 2.300 euro per maand ook dat bedrijven - naar voorbeeld van IJsland - bewijzen dat zij vrouwen evenveel betalen dan mannen en dat er op de bedrijfsvloer dus geen sprake is van loonongelijkheid.

Hoe zit dat in elkaar?

Bedrijven moeten wettelijk hetzelfde loon uitbetalen voor dezelfde functie. In de praktijk is dat niet altijd het geval en dus heeft men in IJsland een systeem uitgewerkt dat na analyse van elke job een score geeft aan een functie. Bij de analyse wordt gekeken naar de opleiding, de mate waarin men verantwoordelijkheid is, de fysieke inspanning en de stress die een baan oplevert.

Wanneer medewerkers met dezelfde score verschillend worden beloond, moet de werkgever dat rechtzetten. In de meeste gevallen zal het loon van degene die minder verdient, worden opgetrokken.

Als werkgever moet je dus bewijzen dat je niet discrimineert en dat is nieuw. Discriminatie (ook tussen vrouwen en mannen) is bij wet verboden. Wat wij vragen is een wet die zegt dat je als werkgever moet aantonen dat je niet discrimineert.

Met deze wet wordt het loonbeleid van bedrijven veel transparanter en werkgevers worden aangemoedigd om eenzelfde loon uit te betalen voor dezelfde functie. Dat veronderstelt uiteraard dat er doorgevoerde controles worden gedaan en dat werkgevers die er toch de kantjes vanaf lopen, juridisch worden aangesproken.

De wet moet nageleefd worden, anders blijft het schone schijn.