Versoepeling studentenarbeid is symptoom van flexibilitis à la Michel

Versoepeling studentenarbeid is symptoom van flexibilitis à la Michel

 

De regering heeft in haar flexibiliseringsdrang nu ook de studentenarbeid onder handen genomen. Studenten zullen niet langer tot maximum 50 dagen kunnen werken, maar wel tot 475 uur per jaar. Het ABVV vreest voor een toenemende concurrentie tussen jobstudenten en vaste werknemers én voor onwerkbare flexibiliteit voor deze jongeren.
 

Tot hiertoe moet er bij overschrijding van het aantal dagen normale sociale bijdragen betaald worden op alle prestaties bij die werkgever. Voortaan zullen maar normale sociale bijdragen betaald moeten worden vanaf het 476ste uur zodat werkgevers niet meer afgeschrikt worden om het krediet te overschrijden.


De regering zwijgt over een aanpassing van de grenzen om ten laste van de ouders te blijven voor de fiscaliteit of om het recht op kinderbijslag te behouden. Ook de gezinnen kunnen dus op het einde van de rit de dupe worden van deze nieuwe uitbreiding.
 

Verder wordt er in de tekst geen specifieke nadruk gelegd op de vakantieperiodes, zodat deze uren op gelijk welk moment kunnen worden gepresteerd. Er is al evenmin sprake van een conventionele omkadering of bespreking binnen het bedrijf. Een omzetting naar uren betekent dat studenten voor enkele uren kunnen worden opgeroepen naar inschatting van de werkgever, onbetaalde springuren verzamelen tussen shiften en opgeroepen kunnen worden voor vroege uren of late uren. Dit alles zet voor werkgevers de deur open voor misbruik en een massale inschakeling van goedkope studenten die vaak niet mondig genoeg zijn om neen te zeggen.
 

Met deze versoepeling vreest de socialistische vakbond dat studenten flexibele wegwerparbeidskrachten worden die op elk moment kunnen worden ingezet ten koste van de reguliere werknemers. Goedkope en flexibele jobstudenten zullen de voorkeur krijgen op werknemers met een vast contract, zeker wat weekendwerk, late of extra uren betreft. Deeltijdse werknemers zien zo de kans op een uitbreiding van hun uren aan hun neus voorbij gaan. Wij zijn dan ook absoluut niet te spreken over deze laatste daad van flexibilisering.


Als de werkgevers en de regering Michel dan toch zoveel van studenten verwachten, dan zou het maar niet meer dan normaal zijn dat die inspanningen als jobstudent ook worden meegeteld voor de opbouw van sociale rechten, zoals vakantiegeld, een werkloosheidsuitkering en pensioen. Het ABVV wil dat de regering hier dan ook werk van maakt.

En tot slot, in plaats van studentenarbeid nog flexibeler te maken, zouden regering en werkgevers meer verantwoordelijkheid moeten nemen om het zwartwerk tegen te gaan. 1 op 5 jobstudenten werkt zonder contract en dus zonder enige sociale bescherming en zekerheid.