PB Verhoging van de koopkracht via relance en fiscaliteit

Verhoging van de koopkracht via relance en fiscaliteit

Op 14 januari stelde het ABVV zijn sociaal-economische barometer 2013 voor. De cijfers bevestigen nogmaals het gevaar dat het blinde bezuinigingsbeleid inhoudt voor de werknemers en de uitkeringsgerechtigden.

 

De barometer heeft het over de oorsprong van de schuldencrisis en de crisis van de euro, en wijst er met nadruk op dat België, vóór de crisis die door de financiële wereld veroorzaakt werd, goed op weg was om zijn overheidsschuld af te bouwen en tegen 2015 de Europese doelstelling van een schuld van 60% van het BBP te halen (barometer p9).

Komt daarbij dat de verdeling tussen inkomens uit arbeid (dalende evolutie) en uit kapitaal (stijgende evolutie) in negatieve zin is geëvolueerd. De geldhoeveelheid werd niet besteed aan investeringen in de economie, maar wel aan speculatie. Tussen 1996 en 2008, daalde het aandeel van de lonen in het BBP met 1,7%, terwijl de dividenden van de aandeelhouders met 3,4% stegen en de rijkdom met 4,7% toenam (barometer p10).

 

Antwoorden op de crisis contraproductief en rampzalig

De antwoorden op de crisis? Die zijn economisch gezien contraproductief en sociaal rampzalig. Ze zijn in hoofdzaak gebaseerd op kostenconcurrentie, op fiscale concurrentie, op sociale dumping. Dit alles leidt tot een daling van de koopkracht van de gezinnen en de binnenlandse consumptie. Ook gaat een versneld doorgevoerd soberheidsbeleid samen met een versnelde recessie. (barometer p11).

 

De daling van de consumptie en de overheidsuitgaven wordt vertaald in faillissementen, herstructureringen en een stijgende werkloosheid. Meer en meer mensen worden getroffen door armoede en onzekerheid, vooral werklozen zijn het slachtoffer: de jongerenwerkloosheid stijgt, onvrijwillig deeltijdwerk neemt toe evenals het aantal tijdelijke contracten (barometer p13). De lonen staan onder neerwaartse druk en het verschijnsel van de ‘working poor’ en de mini-jobs duikt opnieuw op (barometer p14).


In Duitsland, zogezegd model voor Europa, zijn de armoede- en bestaansonzekerheidscijfers omgekeerd evenredig met de positieve cijfers van uitvoer of schuld: ongeveer 5 miljoen mensen hebben een baan die 400 euro per maand opbrengt en 16% van de bevolking leeft er in armoede.

 

Het Belgische sociale model is beter voor de economie, maar ook voor de mensen:

  • De werkgelegenheid is sterker gestegen in België (+20%) dan in Duitsland (+8%);
  • De loonkosten per eenheid product (dus rekening houdend met de productiviteit) zijn lager in België (0,67€) dan in Frankrijk (0,74€) of in Duitsland (0,75€) (barometer p17); 
  • De ongelijkheden zijn minder groot in België dan elders (GINI-index, barometer p18);
  • De armoedecijfers zijn nog te hoog, maar leden niet onder de crisis en het stijgend aantal werklozen, dankzij een sterke sociale bescherming.


Desondanks springen de knipperlichten op oranje, vooral voor de werkloze werknemers, meer bepaald sinds de invoering van de degressieve werkloosheidsuitkeringen…een andere maatregel die net zoals de loonstop aansluit bij het Duitse ‘model’.

 

Hinderpalen voor relance weghalen

Voor de vakbond zijn er geen fataliteiten, maar de hinderpalen voor de relance moeten dringend uit de weg geruimd worden. Zo blijft de fiscaliteit voor het ABVV het middel om de inkomens te herverdelen en om de economie te sturen. Maar,

  • het leeuwendeel van de belastinginkomsten wordt betaald door de werknemers (directe belastingen en BTW), heel weinig door de inkomens uit kapitaal (barometer p24);
  • de meerwaarden worden niet belast; 
  • de bedrijven betalen een belasting die schommelt tussen 0 en 15% (ver verwijderd dus van het wettelijke tarief van 33,9%); 
  • de belastingadministratie heeft geen kennis van de inkomens uit kapitaal en eigendom. Dat verhindert de invoering van een fiscaliteit die deze inkomens meer doet bijdragen en belet een betere werking van de belastingadministratie (barometer p28).


Ondanks de 10 miljard verlaging van de sociale bijdragen en fiscale loonsubsidies en de 5 miljard notionele intrestaftrek, eisen de werkgevers steeds meer voordelen, maar blijven ze sterk achterop op het gebied van Onderzoek & Ontwikkeling (1,99% van het BBP tegen 2% voor de EU) en vorming/opleiding (1,02% tegen de voorziene 1,9% van de loonmassa), die nochtans een springplank vormen naar een duurzame relance.

 

De cijfers ondersteunen het pleidooi van het ABVV voor een verhoging van de koopkracht van de werknemers en de uitkeringsgerechtigden in het kader van een relancebeleid en een meer rechtvaardige, progressieve fiscaliteit.