PB Vergrijzingskost: minister van Pensioenen gelooft nog in Sinterklaas

Vergrijzingskost: minister van Pensioenen gelooft nog in Sinterklaas

Volgens het Planbureau daalt de vergrijzingskost met de helft door werknemers langer aan het werk te houden. De voornaamste redenen zouden de optrekking van de pensioenleeftijd én de verstrenging van de toegang van de uittredemogelijkheden zijn. De minister van Pensioenen slaat zichzelf dus - samen met deze regering - op de borst.
 

Op het terrein zien en horen we nochtans andere verhalen. Werknemers zijn vaak op het einde van hun loopbaan gewoon op. Als het einde van de loopbaan al gehaald wordt. Het ABVV stelt dat langer werken verplichten voor veel werknemers bijzonder uitputtend tot onmogelijk is. Dit is de realiteit op het terrein en dat zijn de signalen die ons uit de bedrijven bereiken. De minister gaat voorbij aan deze realiteit.

 

Door het afschaffen van de landingsbanen voor de leeftijd van 60 jaar, hebben oudere werknemers niet langer de mogelijkheid om op een rustiger, maar haalbaarder tempo te werken. Het afschaffen van de pensioenbonus tenslotte, heeft eveneens de incentive weggenomen om langer werken financieel aantrekkelijk te maken.

 

Het ABVV stelt ook dat er geen enkele garantie is dat door uittredemogelijkheden af te bouwen, de tewerkstellingsgraad omhoog zou gaan. Er wordt integendeel een sterke afname vastgesteld van de tewerkstellingskansen van oudere werknemers.

 

Amper 3% van de totale aanwervingen is voor 55-plussers. Kenmerkend voor de houding van de werkgevers, is het gegeven dat je als 55-plussers slechts 12% kans hebt om uitgenodigd te worden op een sollicitatiegesprek.

 

Werknemers langer aan de slag houden, is bovendien nefast voor de tewerkstellingskansen van werkzoekenden en jongeren én zorgt voor een verschuiving binnen de takken van de sociale zekerheid. Zij die niet meer mee kunnen, worden ofwel naar de werkloosheid of de ziekteverzekering verwezen wat dan weer extra druk zet op de begroting.
Wat betreft de optrekking van de pensioenleeftijd, stelt het ABVV dat in België de gemiddelde levensverwachting in goede gezondheid 65,5 jaar voor vrouwen en 64,5 jaar voor mannen is. de optrekking van de wettelijke pensioenleeftijd naar 67 is dan ook tegenstrijdig met de realiteit.

 

Het beleid dat gevoerd wordt, is vooral een beleid van budgettaire cijfers en staat veraf van de realiteit. Tenzij men dus nog in Sinterklaas gelooft.

 

Het ABVV vraagt respect voor de werknemers en voor de rol van de sociale partners in de discussie over de eindeloopbaan. Het Nationaal Pensioencomité heeft tot op vandaag nog geen resultaten kunnen voorleggen.
Het ABVV vraagt respect voor alle werknemers, jong én oud, door hun werkelijke kansen te geven op de arbeidsmarkt.

 

Wij willen een aangepaste loopbaan met een collectieve arbeidsduurvermindering zodat werknemers baas worden over hun eigen tijd en niet uitgeperst worden als citroenen. Wij willen betere en waardige pensioenen omdat het een land onwaardig is te accepteren dat gepensioneerden niet zelden op de rand van de armoede moeten leven.

 

Wij - en de generaties die na ons komen - willen niet geconfronteerd worden met het resultaat van het huidige beleid: langer werken voor minder loon en minder pensioen.