Tijdslijn regering Michel

4 jaar regering-Michel: 4 jaar sociale afbraak

Sinds oktober 2014 organiseert de regering-Michel met N-VA, CD&V, Open Vld en MR een ware sociale afbraak. In vier jaar haalden ze je rechten en je sociale bescherming onderuit.

Hun ‘besparingen’ leidden, direct of indirect, tot minder koopkracht. Werknemers en mensen die van een uitkering moeten leven worden allemaal geraakt, maar veel ingrepen komen extra zwaar aan voor vrouwen.

Ondertussen worden de grote bedrijven en de grote vermogens gepamperd en dicteren zij het beleid van Michel. Het sociaal overleg wordt in een strak keurslijf gegoten.

Deze lange lijst met onrechtvaardige, asociale en oneerlijke ingrepen is niet volledig: na vier jaar sociale afbraak is er gewoon te veel om hier op te lijsten. Wij willen het anders. Samen kan het ook anders. Doe mee op #14december!

 

  • Koopkracht

    Wie werkt en wie op een uitkering aangewezen is, zag zijn koopkracht dalen. De lonen werden bevroren. De effecten van de peperdure taxshift, slechts gunstig voor een deel van de loontrekkenden en niet voor wie van een uitkering leeft, werden zwaar beperkt.

    • Indexsprong van 2% voor iedereen, ook uitkeringsgerechtigden = levenslang verlies
    • Loonblokkering in 2015
    • Zeer beperkte marge voor loonsverhoging in 2016 met 0,5% bruto en 0,3% netto
    • Aanhoudende loonmatiging via nieuwe wet op de loonvorming (wet van ‘96)
    • Budget (welvaartsenveloppe) bedoeld voor het optrekken van de minimumuitkeringen met 40% verminderd
    • Btw-verhoging op elektriciteit van 6 naar 21%, en van accijnzen op tabak, alcohol en brandstof
    • Opnieuw een lager bruto minimumloon voor jongeren onder 21 jaar
  • Sociale Zekerheid

    De werkgevers dragen steeds minder bij en de regering verminderd het budget. Langdurig zieken, bruggepensioneerden en werkzoekenden worden opgejaagd alsof het profiteurs zijn. De financiering van de sociale zekerheid komt onder druk te staan en het sociaal en collectief karakter dreigt verloren te gaan. Dit is geen sociale vooruitgang, maar sociale afbraak.

    • Aanzienlijke besparingen in de sociale zekerheid, waarvan 1,7 miljard euro in de gezondheidszorg over de periode 2014-2018
    • Vermindering van de werkgeversbijdragen naar 25% zonder dat de factuur is gedekt
    • Invoering van verschillende arbeidsvormen voor wie al een job of pensioen heeft zonder of met beperkte bijdragen (flexi-jobs, onbelast bijklussen …) = bedreiging echte jobs en minder inkomsten overheid.
  • Gezondheid en ziekte-uitkeringen

    Het budget inperken en dat van gezondheidszorg vastpinnen onder de behoeften (te lage groeinorm), heeft directe gevolgen voor de patiënten.

    • Prijsverhoging of niet-terugbetaling van bepaalde geneesmiddelen, waardoor het deel ten laste van de patiënt gemiddeld 9% stijgt.
    • Tariefverhoging voor raadplegingen bij specialisten
    • Verhoging van het plafond van wat je persoonlijke bijdraagt m.b.t. de maximumfactuur.
    • Afschaffing van verplichting de derdebetalersregeling toe te passen voor de chronisch zieken = zij moeten dus zelf eerst meer ophoesten.
    • Vermindering van de verblijfsduur in het ziekenhuis met een halve dag voor bevallingen.
    • Beslissing om te desinvesteren in het ‘Globaal Medisch Dossier’ dat voor personen van 45 tot 74 jaar een gezondheidscheck mogelijk maakt in het kader van betere preventie.
    • Nieuwe re-integratieprocedure voor langdurig zieken: 69% van de werknemers wordt definitief ‘afgeschreven’ (medische overmacht - contractverbreking zonder vooropzeg of opzegvergoeding en de werkgever is niet meer verplicht om gewaarborgd loon te betalen wanneer je, na langdurige ziekte, tijdens een periode van tijdelijke hervatting ziek wordt of een ongeval krijgt = jij verliest inkomen, werkgever bespaart, ziekenfonds betaalt (in het beste geval).
    • Beperking van de toegang tot en het niveau van de ziekte-uitkeringen: Indexsprong en beperking welvaartsvastheid; Verlaging referteloon voor de berekening ziekte-uitkeringen; Wachttijd alvorens een ziekte-uitkering te ontvangen van 6 naar 12 maanden; Lagere uitkeringen voor vele zieke werklozen tijdens de eerste 6 maanden arbeidsongeschiktheid.
  • Werkloosheid

    • Verlaging leeftijd om recht op inschakelingsuitkeringen te openen van 30 naar 25 jaar en verplichting te slagen voor studies om het recht op inschakelingsuitkeringen te openen en ze te ontvangen vóór de leeftijd van 21  tienduizenden jongeren uitgesloten
    • Verlaging tijdelijke werkloosheidsuitkering: 65% in plaats van 70% (van je (begrensd) loon)
    • Invoering toelaatbaarheidsvoorwaarden voor tijdelijk werklozen
    • Afschaffing anciënniteitstoeslag voor de nieuwe oudere werklozen
    • Controle beschikbaarheid voor werkzoekenden ouder dan 60 (aangepaste beschikbaarheid tot 65 jaar)
    • Beperking vrijstelling voor mantelzorgers
    • Inkomensgarantie-uitkering voor werklozen die deeltijds aan de slag gaan aangepast naargelang de gezinssituatie
    • Controle van beschikbaarheid voor wie een inkomensgarantie-uitkering ontvangt.
    • Verstrenging administratieve sancties en invoering van strafrechtelijke sancties.
    • Beperking op meetellen (gelijkschakelen) van werkloosheidsperiodes bij je pensioenberekening
    • Beslissing in het kader van de ‘arbeidsdeal’ om werkloosheidsuitkeringen sneller te laten dalen (degressiviteit) en werklozen verplicht gemeenschapsdienst te laten doen
  • Flexibiliteit

    Toenemende flexibiliteit betekent toenemende onzekerheid. Een evenwicht tussen werk en privé is bijna onmogelijk als je niet weet hoe je werkrooster voor volgende week eruit ziet.

    • Verhoging van het aantal toegelaten overuren.
    • Weken van 45 uur mogelijk gedurende een lange periode door berekening van arbeidsduur op jaarbasis (annualisering).
    • Invoering van een pakket van 100 “vrijwillige” overuren zonder motivering, die niet gerecupereerd worden.
    • Versoepeling van de beperking op nachtarbeid en zondagwerk
    • Uitbreiding van het plus minus conto-systeem (variabele arbeidstijd tot 10 u/dag, 48 u/week zonder overloon tijdens 6 jaar).
    • Invoering van uitzendwerk in de federale en gewestelijke openbare diensten en overheidsbedrijven, de koopvaardij en de verhuizingssector
    • Invoering van het uitzendcontract van onbepaalde duur.
    • Flexi-jobs in de horeca, handel, kappersvak, schoonmaak, industriële bakkerijen en voor gepensioneerden.
    • Uitbreiding van de toegelaten studentenarbeid van 50 dagen naar 475 uren.
    • Uitbreiding van occasioneel werk van 100 naar 200 dagen.
    • Onbelast bijklussen tot 500 per maand.
  • Fiscaliteit

    De offers komen van één kant: werknemers, werkzoekenden, mensen aangewezen op een uitkering, consumenten. Wie zijn inkomen uit kapitaal of eigendom haalt, wordt net als de grote bedrijven stevig in de watten gelegd.

    • Vermindering sociale bijdragen van werkgevers van 32 naar 25%.
    • Verlaging vennootschapsbelasting van 33,99 naar 25%.
    • Btw-verhoging op elektriciteit van 6 naar 21%.
    • Verhoging van accijnzen.
    • Niet gelijktijdig optrekken van belastingbarema’s wanneer uitkeringen aangepast worden of kortingen toegekend worden waardoor deze ingrepen een maat voor niets zijn.
  • Openbare Diensten

    Brute besparingen die het personeel treffen en de dienstverlening in het gedrang brengen.

    • Drastisch inperken van het budget van elk federaal overheidsdepartement met 5 miljard per jaar.
    • Niet vervangen van 4 op 5 federale ambtenaren die vertrekken (vrijwillig, ontslag, pensioen, ziekte…).
    • Uitdoven ambtenarenstatuut en voorrang voor contractuelen ten opzichte van statutaire benoemingen.
    • Uitholling stakingsrecht door minimale dienstverlening.
    • Afschaffing ‘tantiemes’ die toelieten sneller aan volledig pensioen te geraken (in ruil voor een onzekere erkenning zware beroepen).
    • Afschaffing diplomabonificatie (meetellen studieperiode) voor de loopbaanberekening bij pensioen.
    • Afschaffing pensioen wegens lichamelijk ongeschikt.
    • Invoering gemengd pensioen (gewerkte jaren als contractueel tellen niet meer mee voor ambtenarenpensioen).