Actu Te koud op de werkplek ?

Te koud op de werkplek ?

Vakbond ABVV | Te koud op de werkplek ?

Je werkgever moet maatregelen nemen zodra een bepaalde minimumtemperatuur bereikt wordt.

 

Nu de winter zijn intrede heeft gedaan en de eerste koude voelbaar wordt, brengen we enkele maatregelen in herinnering die de werkgever moet nemen zodra een bepaalde minimumtemperatuur bereikt wordt.
 

Hoe koud moet het zijn?

Bij koninklijk besluit zijn er minimumtemperaturen vastgelegd. Onder een bepaalde temperatuur is het gewoonweg niet meer mogelijk om goed te functioneren en kan het schadelijk zijn voor de gezondheid van de werknemers om nog verder te werken. Dit geldt zowel voor kantoorwerk als voor handenarbeid. Hoe koud het mag zijn, hangt af van de aard van het werk. Zo wordt er een onderscheid gemaakt tussen zeer licht werk en licht werk, halfzwaar werk, zwaar werk en zeer zwaar werk. De kwalificatie van zeer licht tot zeer zwaar werk, gebeurt in functie van de geproduceerde energie (uitgedrukt in watt).


De luchttemperatuur mag niet lager zijn dan:

  • 18°C voor zeer licht werk
  • 16°C voor licht werk
  • 14°C voor halfzwaar werk
  • 12°C voor zwaar werk
  • 10°C voor zeer zwaar werk

Goed om weten: minimumtemperaturen mogen gemeten worden met een gewone kwikthermometer of met, wat men noemt, een ‘droge’ thermometer.

 

Voor de open werklokalen of de werkplekken in open lucht gelden andere regels. Tussen 1 november en 1 maart moeten bijvoorbeeld op de werkplekken voldoende verwarmingstoestellen worden geplaatst, die ‘indien nodig’ in werking worden gezet (maar altijd bij een buitentemperatuur onder de 5°C). Andere maatregelen gaan van warme dranken ter beschikking stellen, speciale kledij voorzien…


Verkooptoonbanken in open lucht zijn een speciaal geval. Het is absoluut verboden om personeel buiten of in de onmiddellijke omgeving van de winkel te laten werken onder een temperatuur van 5°C. Bij een temperatuur tussen 5 en 10 graden moet de werkgever voorzien in verwarmde ruimtes waar het personeel regelmatig en telkens wanneer dat nodig is, zich kan verwarmen. Deze werknemers moeten op een vloer kunnen werken waardoor onmiddellijk contact met de grond vermeden wordt en dienen zij zoveel mogelijk tegen weer en wind beschermd te worden. Werknemers die achter een toonbank in open lucht werken, mogen dit niet doen vóór 8 uur of na 19 uur, niet langer dan 2 uur zonder een pauze van tenminste 1 uur en ook niet langer dan 4 uur per dag.

 

Wat te doen?

Zodra de temperatuur van de werkplek onder deze minima daalt, moet de werkgever dus een aantal maatregelen nemen. Dit kan gaan (en is afhankelijk van het soort van werk en de aard van de werkplek) van gepaste beschermingskledij, het enkele graden hoger zetten van de verwarmingsinstallatie, het installeren van elektrische radiatoren tot het inrichten van een verwarmd lokaal waar werknemers kunnen rusten.

 

Wanneer de werkgever weigert maatregelen te nemen, dan kan je het comité voor preventie en bescherming op het werk of de vakbondsafvaardiging inschakelen. Bij afwezigheid hiervan, heb je het recht om zelf contact op te nemen met de preventieadviseur of de arbeidsgeneesheer. Je kan ook altijd terecht bij je ABVV-vakcentrale.