Stop oneerlijke IGO-controles

Stop oneerlijke IGO-controles

We klagen de nieuwe, strenge en oneerlijke controles aan op de inkomensgarantie-uitkering voor ouderen (IGO). Samen met armoedeorganisaties, seniorenbewegingen en andere vakbonden verzamelen we op maandag 17 februari aan het kantoor van de minister van Pensioenen.

We willen de minister of een vertegenwoordiger van zijn kabinet duidelijk maken dat ouderen en kwetsbare personen onheus behandeld worden. Veel oudere personen durven hun huis niet meer te verlaten uit angst om gesanctioneerd te worden en hun zeer beperkte inkomen te verliezen. Het controlemechanisme deugt niet.

Praktische info

Waarover gaat het?

De inkomensgarantie-uitkering is er voor 65-plussers met een erg laag pensioen en onvoldoende financiële middelen. Meer dan 110.000 mensen krijgen een dergelijke IGO. Vaak zijn het (alleenstaande) vrouwen die geen volledig pensioen hebben opgebouwd. Een derde is ouder dan 80 jaar. Zij zijn zeer ongerust over de controles en voelen zich geviseerd en gestigmatiseerd. Het gaat om een erg kwetsbare groep van ouderen die zelfs met de IGO niet boven de armoedegrens geraken. Hun recht wordt al enkele jaren aan meer en meer voorwaarden onderworpen en hun bewegingsvrijheid wordt nu nog meer beperkt met de scherpe controles.

Welke controles?

Sinds juli is een verstrengde controle ingevoerd waardoor de vrijheid van mensen met een IGO om te reizen naar het buitenland, maar ook om zich vrij te bewegen in België, sterk ingeperkt wordt. Elke verplaatsing naar het buitenland of elk verblijf in België van meer dan drie weken moeten ze voortaan aan de pensioendienst melden. Gebeurt dit niet, dan kan hun uitkering voor één maand geschorst worden.

Wie controleert?

De postbode controleert. De pensioendienst sloot een contract af met Bpost. Het overheidsbedrijf moet acht op de tien IGO'ers controleren.

Hoe gebeurt dit? Een postbode van BPost komt minstens één maal per jaar langs op een willekeurige datum. Wanneer je de deur niet opent, dan komt de postbode binnen de 21 dagen nog twee keer langs. Ben je niet thuis of open je de deur niet bij deze twee bezoeken, dan steekt je postbode een verblijfsbewijs met een begeleidende brief in je brievenbus. Dit moet je binnen de 5 werkdagen laten ondertekenen op het gemeentehuis en dan versturen naar de pensioendienst. Een zeer korte periode dus om ervoor te zorgen dat je IGO niet opgeschort wordt.

Welke problemen?

  • Als je de bel niet hoort, ben je de pineut.

  • Je bent je van geen kwaad bewust als je bij de eerste twee controles niet thuis bent, of de bel niet hoorde, of de deur niet (op tijd) openende, want je postbode laat geen briefje achter. Dit mag immers niet: het contract tussen Bpost en de pensioendienst verbiedt dat de postbode een bericht achterlaat tijdens de eerste twee bezoeken. Je kan dus ook niet nagaan wanneer je postbode is langsgekomen, of je postbode zich daadwerkelijk aan het juiste adres heeft gemeld en waarom je toen niet hebt opengedaan. Terwijl de schorsing van je uitkering met terugwerkende kracht wel kan ingaan vanaf de eerste keer dat je postbode langskwam.

  • Postbodes zijn geen politieagenten. Zij kunnen niet eisen dat ouderen hun identiteitskaart tonen. Volgens de Gegevensbeschermingsautoriteit is er geen wettelijke basis om die taak aan postbodes toe te vertrouwen. Dit zorgt voor rechtsonzekerheid: de vaststellingen van de postbode hebben in principe geen bewijskracht, maar krijgen wel juridische draagwijdte waarop de uitkering geschorst wordt.

  • Je kan worden gesanctioneerd op basis van vaststellingen, die buiten je medeweten gedaan zijn door personen die hiervoor niet beëdigd zijn. Bovendien krijg je niet de mogelijkheid om gehoord te worden of je te verdedigen.

  • Hoe kan de postbode, die al te kampen heeft met moeilijke werkomstandigheden, nog zijn belangrijke verbindende sociale rol vervullen waarbij hij onder andere de eenzaamheid tegengaat bij kwetsbare ouderen als hij/zij belast wordt met sociale controle en in feite deel uitmaakt van een sanctionerend systeem?

  • Willen we als samenleving echt de privacy en bewegingsvrijheid beperken van ouderen die zich in de meest precaire situatie bevinden?