Stijgende loonspanning

Stijgende loonspanning, stijgende maatschappelijke spanning

In een nieuw opiniestuk kaart algemeen secretaris Miranda Ulens aan dat de loonspanning te hard toeneemt. Hoge lonen stijgen meer dan lage lonen. Om dat aan te pakken moet de loonwet aangepast worden zodat eerlijke loonsstijgingen mogelijk zijn. Daarnaats moet ook het miniumumloon aanzienlijk omhoog.

Dit opiniestuk werd gepubliceerd door De Tijd

De cijfers:

  • Tussen 2010 en 2017 stegen de hoge lonen sterker dan de lage (Statbel).De 10% hoogste lonen er met 18,5% op vooruit. In 2010 bedroeg hun brutoloon minstens 4.679 euro per maand, zeven jaar later was dat 5.544 euro. Bij de 10% slechtst betaalde Belgen steeg het brutoloon maar met 14,9%, van hoogstens 1.967 euro naar 2.261 euro.
  • Anders gezegd: de grootverdieners kregen er in die periode zo’n 865 euro bij, de laagbetaalden 294 euro.

Evenwicht is zoek

Ik verslikte me in mijn koffie toen ik las dat de loonspanning, de verhouding tussen de hoge en lage lonen, toeneemt. De laagste lonen gaan minser snel vooruit. Toch maakt net voor die mensen een hoger loon een wereld van verschil. De wereld op zijn kop.

Sterker nog, de situatie is ernstiger dan wat de cijfers doen uitschijnen. Zo ontvangen de hogere loonklassen immers ook de grootste extralegale voordelen, zoals bedrijfswagens, warrants, en bonussen. Die werknemers hebben daar recht op, maar de inkomensverdeling zit structureel fout wanneer één inkomenscategorie er steevast beter op vooruit gaat dan de rest. De maatschappelijke ongelijkheid neemt toe en dat is, volgens slimmeriken als Joseph Stiglitz en anderen, nefast voor iedereen: sociale onrust, minder welzijn, minder economische vooruitgang.

Loonwet

Waarom geniet niet iedereen op dezelfde manier van de welvaart die we samen voortbrengen? Waarom haalt de portemonnee bij steeds meer mensen het einde van de maand niet?

Het regeringsbeleid van de afgelopen jaren hielp alvast niet. Zo werd de loonwet verstrengd: lagere loonmarges met minder uitzonderingen. Zelfs een bruto loonsverhoging van amper 1,1% vinden sommige werkgevers al te veel. Kijk maar naar de sector van de dienstencheques, waar de loon- en arbeidsvoorwaarden weinig rooskleurig zijn. Hogere lonen ontsnappen voor een aanzienlijk stuk aan die strengste loonmatiging. Die hogere lonen vinden we immers meestal in sectoren waar er wél een extraatje vanaf kan.

De strengere loonwet heeft de verdeling van onze welvaart fundamenteel scheefgetrokken. De lonen lopen niet meer in de pas met de productiviteit: een achterstand die oploopt tot 12% sinds 1996. In een rechtvaardige economie loopt de stijging van de lonen gelijk met de stijging van de productiviteit. Dit betekent dat de inkomsten van een stijgende productie gelijk verdeeld worden tussen de eigenaars van productiemiddelen en werknemers. Dat is nu niet het geval.

Een tweede belangrijke reden voor de trage stijging van de laagste lonen, is de groeiende flexibilisering van onze arbeidsmarkt: stabiele, goedbetaalde jobs worden ingewisseld voor contracten met minder zekerheid, met lagere lonen. Vier op de tien nieuwe jobs zijn tijdelijk. Nieuwe jobs anno 2019 zorgen voor een beduidend lager loon dan nieuwe jobs dat in het verleden deden. Dat zeg niet ik, maar de Hoge Raad voor de Werkgelegenheid.

Minimumloon

Een even belangrijk element in dit debat is de verwaarlozing van het nationaal minimumloon. Deze onderste trede van de loonverdeling is de afgelopen tien jaar niet meer opgewaardeerd. Ja, het minimumloon wordt geïndexeerd, maar een automatische koppeling aan de evolutie van de andere, hogere lonen bestaat niet. Daardoor verliest het minimumloon aan waarde in vergelijking met de andere lonen. Mensen die aan het minimumloon werken - dat zijn er zo’n 65.000 in ons land - gaan er jaar na jaar op achteruit in vergelijking met de rest van de bevolking.

Twee pistes

Wie werkt moet waardig kunnen leven. Een koopkrachtige bevolking is het beste schild tegen mogelijk economisch onheil. Voer je een beleid dat dit niet centraal stelt, dan ben je volgens mij van kwade wil. Een brede koopkrachtverhoging voor alle werknemers dient zich aan. Hiervoor zijn twee pistes.

Ten eerste is een snelle hervorming van de loonwet noodzakelijk. Zo krijgen de sociale partners opnieuw meer vrijheid in het loonoverleg en kan welvaart rechtvaardiger verdeeld worden.

Ten tweede moet er iets gebeuren voor de allerlaagste lonen: het minimumloon. Wij gaan niet akkoord met een aalmoes van 10 eurocent. Een aanzienlijke stijging van het minimumloon in de komende maanden is nodig, opdat mensen die aan het minimumloon werken écht kunnen leven en niet moeten overleven.

We zijn een rijk land waar de taart groot genoeg is. Helaas wordt die taart oneerlijk verdeeld. De feestdagen komen eraan. Het wordt tijd dat de overgrote meerderheid ook eens wat meer kan genieten van iets extra.