Sterke openbare diensten zijn goed voor onze democratie én veiligheid

Sterke openbare diensten zijn goed voor onze democratie én veiligheid

De publieke overheid is een belangrijk fundament voor onze welvaart vandaag. Openbare diensten, een sterke overheid, zijn er steeds in geslaagd om op een evenwichtige en correcte manier de burgers in dit land bij te staan waar nodig. Anders gezegd: we geven dit best niet uit handen aan private spelers.

En het is nu dat wat de regeringen hier trachten te bereiken.

Religie is dood, maar als er 1 religieus dogma is waar sommige politici zich halsstarrig aan blijven vastklampen, dan is het wel dat van de markt als kloppend hart van onze samenleving. Maar is dat wel zo? Zijn er geen alternatieven? Tuurlijk wel.

De noodzaak voor een diepere democratisering van onze economie dient zich aan. Want we staan anno 2018 voor heel wat uitdagingen. De klimaatopwarming, de toenemende ongelijkheid, budgettaire krapte of het stijgend aantal burn-outs. En wat is dé oplossing voor heel wat politici en beleidsmakers? Ze klampen rigide vast aan de heilzame werking van de vrije markteconomie. En laat dat nu net een van de grootste mythes zijn op deze planeet.

De markt lijkt alomtegenwoordig. Ze reguleert, regelt en regeert. De arbeidsmarkt, de cultuurmarkt, de woningmarkt. We denken in termen van vraag en aanbod, kosten en baten, groeien en krimpen. Ze is het oppermachtig wezen met een hele rist politici en beleidsmakers als profeten. Deze marktofielen zijn er in geslaagd om ons te doen geloven dat de markt de enige weg vooruit is. Niets is minder waar. De markt is slechts één van de vele manieren waarop mensen hun activiteiten onderling coördineren. Het kan heus anders.

Toekomst

Niet alleen hier, maar ook in o.a. het Verenigd Koninkrijk en Nederland zien meer en meer beleids- en opiniemakers in dat ‘meer markt’ niet de oplossing is voor al onze problemen. Het besparingsbeleid van de neoliberale regering-Michel is hiervan een direct gevolg. Ze vormt zo een directe bedreiging voor de vaak genoemde concurrent van ‘de markt’, m.n. een sterke overheid, sterke openbare diensten. Wat de regering tracht is: ons meer laten betalen voor minder bij de openbare dienstverlening. Waardoor frustratie enkel toeneemt.

Een verrottingsstrategie”, noemt federaal secretaris Raf De Weerdt dit in een interview met ons.  Want, “Investeren in onze openbare diensten, is investeren in de toekomst.” En dat gebeurt momenteel veel te weinig, volgens De Weerdt, die in een vroeger leven de topman was bij ACOD-onderwijs en sinds kort lid is van het federaal secretariaat waar hij o.a. dossiers als sociale zekerheid van dichtbij zal opvolgen.

Voor iedereen

En gelijk heeft ie. Openbare diensten zijn zo belangrijk omdat iedereen er gebruik van maakt. Ze zijn veel te waardevol om er het mes in te zetten. Openbare diensten, dat betekent dat er water uit de kraan komt, of elektriciteit om je toestellen in gang te krijgen. Dat betekent dat (water)wegen, die ervoor zorgen dat goederen op het juiste moment op de juiste plaats raken, goed onderhouden worden.

Kortom, redenen genoeg om af te stappen van het idee dat openbare diensten en - infrastructuur louter ‘kosten’ zijn voor onze samenleving. Het kost geld, uiteraard. Maar het zijn ook stuk voor stuk investeringen, voor nu en in de toekomst.

De publieke infrastructuur behoort ons allen toe. We maken met z’n allen gebruik van de openbare weg, tunnels, bruggen, enzovoort. In onze vrije tijd genieten we dan weer heerlijk van parken en bossen, die beheerd worden met publiek geld. Onderwijs blijft in ons land relatief toegankelijk. Gelukkig maar.

Mens- en maatwerk

Ook De Weerdt ziet hier duidelijk het belang van in: “Degelijk onderwijs, met werkbaar werk voor onze leerkrachten. Een openbaar vervoer waar de reiziger op kan vertrouwen en het personeel goede arbeidsomstandigheden geniet, of in de culturele sector waar maat- en mensenwerk o zo belangrijk zijn.”

Publieke diensten gaan dus over meer dan openbaar vervoer of postbedeling. Het is de verzameling van overheidsdiensten en -infrastructuur die jouw koopkracht doen toenemen en het leven leefbaar en aangenaam maken.

Helaas kan je zelf geen trein kopen, omdat dat te duur is, moeilijk te besturen en te onderhouden is. Daarom betalen wij met zijn allen belastingen opdat de overheid in ons openbaar vervoer voorziet. Niet alleen trein, maar ook tram en bus. Het is essentiële basismobiliteit, vooral voor wie niet over eigen vervoer beschikt.

Desondanks zetten sommige politici zwaarder in op het privatiseringsmantra. Ons openbaar vervoer, onze pensioenen, onze gezondheidszorg, als het van hen afhangt staat alles voor de juiste prijs in de vitrine. Dat kan dus niet. Dat is niet gezond.

Principiële mantra

Voorbeelden waar dit fout loop zijn legio. We moeten maar gewoon al eens bij onze noorderburen gaan kijken. Daar betaal je immens veel voor een treinticket, worden de schulden van tienduizenden gezinnen overgedragen aan ‘private  bewindvoerders’ en is het enige goede aan de privatisering van de energiesector, jawel, de bonussen voor de topmannen en –vrouwen in de sector.

Volgens De Weerdt zijn openbare diensten nochtans een belangrijk onderdeel van onze democratische werking. “Goedwerkende openbare diensten staan ter beschikking van alle inwoners in dit land én hebben oog voor zij die het moeilijk hebben. Dat is het uitgangspunt”, vervolgt hij. Ze staan voor zekerheid. En daar draait het om bij goedwerkende openbare diensten. En dat zou het principiële mantra moeten zijn van politici en beleidsmakers, zowel in België als in Europa.