Sneller naar meer zekerheid

Opinie: Sneller naar meer zekerheid

Onze sociale zekerheid verdient meer snelheid, vinden Raf De Weerdt en Celien Vanmoerkerke van het ABVV. We schakelen een versnelling hoger met meer bruto.

De Engelse natuurkundige Isaac Newton leerde ons met zijn eerste natuurwet dat de bewegingstoestand van een voorwerp verandert onder invloed van een kracht. We dachten eraan bij het lezen van het opiniestuk van Caroline Deiteren van Unizo (DS, 4/7). Het is makkelijk scoren door te schermen met een eventueel onevenwicht in de financiën van onze sociale zekerheid zonder tegelijk te wijzen op de oorzaken ervan. De financiële situatie van onze sociale zekerheid is immers géén resultaat van een natuurwet.

Toch kunnen we wat leren van Newton. Onze sociale zekerheid staat niet stil. Het doelbewust beleid van de afgelopen jaren heeft als externe kracht geleid tot de huidige situatie. Deiteren stelt – overigens terecht – dat bepaalde evoluties in de uitgaven “het gevolg zijn van beleidskeuzes.” Wel, de evolutie in de inkomsten is dat evenzeer.

Van Newton naar netto

“We moeten netto meer overhouden.” Wanneer je een politicus deze gevleugelde woorden hoort uitspreken, boer, let dan op je ganzen. Individuele netto voordelen – zoals maaltijdcheques, hospitalisatieverzekering, groepsverzekering, salariswagens, opties, bonussen en winstdeelnames, telefoons, laptops en fietsen en nog veel meer – gaan immers ten koste van het collectief. Het solidair systeem van een sterke sociale zekerheid wordt ermee uitgehold, want dat systeem wordt gefinancierd met bijdragen op het brutoloon van alle werknemers. Alles wat je puur netto bovenop je loon ontvangt, draagt daar dus niet toe bij. En daarmee bouw je evenmin sociale rechten op.

De afgelopen jaren zagen we een wildgroei aan alternatieve verloning, aan extralegale voordelen. Werkgevers kennen die toe om medewerkers te belonen, aan te trekken en tegelijk de loonkosten te beperken. Maar wat blijkt? De totale omvang van deze vormen van verloning is één groot vraagteken omdat werkgevers deze loonelementen niet moeten aangeven bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid.

Legale ontduiking

Sociaal secretariaat SD Worx deed een poging om een gedeeltelijk zicht te krijgen op de alternatieve verloning in ons land. Ze namen hiervoor elf (van de ruim dertig) netto loonelementen in aanmerking. Zelfs zonder grote kleppers als hospitalisatieverzekering en aanvullend pensioen in rekening te nemen, kwam het totaal op 6,8 miljard euro per jaar.

Op deze netto loonelementen wordt noch persoonlijke RSZ-bijdrage (13,07%) noch patronale sociale zekerheidsbijdrage (25%) betaald. Het komt eigenlijk neer op het ontwijken om bij te dragen, want de netto loonelementen dragen niet bij aan de sociale zekerheid.

Bijkomend probleem is dat de alternatieve verloning vooral de ‘happy few’ ten goede komt. De meeste mensen krijgen helemaal geen aandelenopties, bonussen, winstdeelnames … Nochtans gaat dit wel ten koste van de sociale bescherming van elke werknemer.

Taxshift

Een andere structurele aderlating is de fameuze taxshift van de regering-Michel. Onder het mom van een belastingverschuiving (shift) moet de bedrijfswereld minder bijdragen, op kap van de werknemers. De patronale sociale zekerheidsbijdragen gingen van ruim 32 naar 25 procent. De minister-rekenwonders van de regering-Michel deden natuurlijk alsof dit verlies aan overheidsinkomsten, zo’n 5,8 miljard, zichzelf automatisch zou oplossen.

De financiering van de sociale zekerheid staat onder druk. De alternatieve verloning betekent een groot lek in de financiering van de sociale zekerheid, waarvan niemand bovendien weet hoe groot het precies is. Daarnaast zet de taxshift de sociale zekerheid structureel op droog zaad.

Nochtans palaveren politici en werkgevers liever over hoe we nóg meer kunnen snoeien in de sociale bescherming van alle burgers van dit land in plaats van na te denken over een betere financiering ervan. Die financiering begint bij het brutoloon van alle werknemers.

Meer bruto betekent meer middelen voor de sociale zekerheid en vooral meer bescherming voor wie het nodig heeft. Dit betekent dat de volgende regeringen minder moeten inzetten op allerlei alternatieve verloningsvormen, zonder dat de werknemer hier een nadeel van ondervindt, en komaf moeten maken met onvoorwaardelijke en algemene bijdragekortingen.

Degelijke sociale bescherming voor iedereen is onmogelijk als werkgevers via fiscale en sociale hocuspocus en met de groetjes van de federale regering kunnen vermijden om de sociale zekerheid te spekken. Wanneer de focus weer verschuift van netto naar bruto, en de werkgevers opnieuw hun fair deel bijdragen, geven we met de groeten van Newton de sociale zekerheid opnieuw snelheid.

 

Raf De Weerdt, federaal secretaris ABVV

Celien Vanmoerkerke, adviseur studiedienst ABVV