Regering wil je verplichten sneller job te aanvaarden

De regering wil je verplichten sneller een job te aanvaarden

De definitie van ‘passende dienstbetrekking’ wordt aangepast. Dat staat in het zomerakkoord van de regering-Michel die hiermee werkzoekenden sneller wil verplichten een job te aanvaarden.

Met de nieuwe definitie wil de regering werkzoekenden verplichten om al van in het begin van hun werkloosheid een ruimer aanbod van jobs te aanvaarden. Je zal niet alleen moeten ingaan op werkaanbiedingen die aansluiten bij je beroepservaring, je zal ook jobs moeten aanvaarden wanneer je over de nodige competenties beschikt om die job uit te oefenen. Er zal dus (nog) minder rekening gehouden worden met je kwalificaties en je ambities.

De regering wil dit echt uitwerken volgens haar besparings- en sanctielogica. Ze heeft immers al in de begroting gezet dat dit jaarlijks 20 miljoen moet besparen aan werkloosheidsuitgaven ….

Passende dienstbetrekking?

Om recht te hebben op werkloosheidsuitkeringen moet je beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt. Dit wil zeggen dat je moet willen en kunnen werken. Het houdt onder meer in dat je een passende job niet mag weigeren of verlaten.

  • Wat is dan een passende job? Hiervoor zijn een aantal criteria vastgelegd.
    Vandaag stelt de reglementering dat in het begin van je werkloosheid (de eerste 3 maanden als je jonger bent dan 30 of minder dan 5 jaar beroepservaring hebt, en de eerste 5 maanden voor andere werkzoekenden) een betrekking passend is als ze aansluit bij je studies of leertijd, je gewoon beroep of een aanverwant beroep. Een uitzondering is enkel mogelijk als de gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling VDAB/Actiris oordeelt dat je beroepsmogelijkheden op die basis zeer beperkt zijn.

Uitbreiding: voorbeeld

De regering wil deze uitzondering uitbreiden en voorzien dat ook andere beroepen in aanmerking komen als je als werkzoekende over de nodige competenties beschikt.

Zo zou de VDAB bijvoorbeeld kunnen oordelen dat je als werkzoekende leerkracht de nodige competenties hebt om als winkelbediende te werken. Een leerkracht die pas afgestudeerd of werkloos geworden is, zal dan ook op jobs voor winkelbedienden moeten solliciteren en mag aanbiedingen niet weigeren, zelfs tijdens de eerste drie maanden werkloosheid.

Risico?

Rekening houden met de competenties van werkzoekende is op zich niet verkeerd op voorwaarde dat deze aansluiten bij de beroepsvoorkeur van de werkzoekende.

Het is een win-win als men langs beide zijden inspanningen doet om kansen te zoeken/vinden die het vooruitzicht op een job verhogen, indien ze in het jobperspectief van de werkzoekende passen. Zo niet zijn zowel werknemer als werkgever verliezende partij.

Absolute voorwaarde is dat dit competentie-element evenwichtig en met een gewogen toepassing op gewestniveau wordt ingevoerd met maximale inspraak van de werkzoekende. Anders zal deze wijziging enkel en alleen neerkomen op een uitbreiding van het sanctioneringsmechanisme en een beperking van de keuzevrijheid van de werkzoekende. De regering verkoopt de illusie van ‘het afstemmen van vraag en aanbod van jobs’, maar ze doet dit door een bijkomend sanctie-instrument op te stellen.

Wanneer?

De regering wil deze aanpassing doorvoeren vanaf 1 januari 2018. Maar daarvoor moet eerst de reglementering aangepast worden. Dat kan enkel na een advies van het beheerscomité van de RVA, waar de discussie nog gevoerd moet worden, ook met ons al vakbond. Nadien moet dan nog blijken hoe de de diensten voor arbeidsbemiddeling VDAB/Actiris dit zullen toepassen, en ook daar kunnen we als vakbond tussenkomen.