PB Rapport CRB over loonverschil geef werknemers gelijk

Rapport CRB over loonverschil geeft werknemers gelijk


De Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB) publiceert jaarlijks een rapport over de loonkloof tussen België en zijn 3 referentiebuurlanden (Duitsland, Frankrijk, Nederland). Tweejaarlijks wordt dit rapport gebruikt om de loonnorm te bepalen voor de volgende twee jaar.

 

Het rapport 2013 heeft deze doelstelling niet - ter herinnering: de lonen werden bevroren en voor 2013 en 2014 bedraagt de loonnorm nul - maar daarom is het niet minder belangrijk.

 

Verre van de 16,5% die de werkgeversvertegenwoordigers als loonkloof naar voor schuiven, schat de CRB de loonkloof voor 2014 op 3,8%.

 

Die 3,8% houdt geen rekening met de totaliteit van 11 miljard aan subsidies. Met name 6,1 miljard van de jaarlijks toegekende loonsubsidies, wordt niet in rekening gebracht. Deze 6,1 miljard vertegenwoordigt ongeveer 4% van de loonmassa. Dit bevestigt dus dat de zogezegde loonkloof ten opzichte van onze buurlanden niet bestaat.

 

Het ABVV is opgelucht dat er eindelijk klaarheid is: de lonen van de werknemers zijn niet de vijand van de economie, integendeel, ze zijn er de motor van.

 

De werkgeversvertegenwoordigers kunnen zich dus voortaan toespitsen op de echte oorzaken van de kloof tussen België en zijn buurlanden: zijnde de handicap inzake O&O, vorming van werknemers en innovatie. Het is door te innoveren in toekomstgerichte sectoren en door afgewerkte producten met hoge toegevoegde waarde te produceren, dat de betrokken bedrijven hun competitiviteitsproblemen kunnen oplossen en hun werknemers kwaliteitsvolle banen kunnen aanbieden.

 

Voortaan moet elke nieuwe steun of loonsubsidie aan bedrijven in ieder geval strikt verbonden worden aan het behoud of het scheppen van banen en aan investeringen in het bedrijf. België heeft een ernstige achterstand in te lopen inzake telecommunicatie en in het fabriceren van afgewerkte producten met hoge toegevoegde waarde (en niet zoals nu waar onderdelen van wagens in België worden gemaakt, maar waar de assemblage wordt uitgevoerd in Duitsland). Deze aanpak zorgt ervoor dat ons land geen exportmarktaandelen meer verliest en dat we opnieuw economische groei kennen met kwaliteitsvol werk én koopkracht.