PB Prioriteiten van het ABVV, het ACV en de ACLVB voor de toekomstige federale regering

Prioriteiten van het ABVV, het ACV en de ACLVB voor de toekomstige federale regering

Drie weken na zijn aanstelling heeft informateur Bart De Wever nog geen enkel contact gezocht met de sociale gesprekspartners.  Gelet op de sociaaleconomische en budgettaire context is dit onbegrijpelijk. Daarom zien ACV, ABVV en ACLVB zich verplicht om via de media veertien gezamenlijke prioriteiten voor de federale regeringsvorming kenbaar te maken. Hopelijk leest de informateur mee.

 
We willen dat er op korte termijn een federale regering tot stand komt. Een regering die, in samenwerking met de sociale gesprekspartners, voluit gaat voor de creatie van kwaliteitsvolle banen en voor een doorstart van de reële economie.  Zonder afbraak van welvaart en welzijn. Dus zonder kortzichtig besparingsbeleid waarvan enkel werkgevers en aandeelhouders beter worden. Geen louter ideologisch, neoliberaal economisch verhaal…
 
De drie vakbonden willen de volgende veertien prioriteiten gerealiseerd zien.
 
1. De koopkracht is essentieel voor de economie. Daarom is de automatische indexering van lonen en sociale uitkeringen essentieel. Net zoals vrije, verantwoordelijke onderhandelingen over lonen. Een nieuwe loonbevriezing is daarom na 2014 totaal uitgesloten. Integendeel, het federale, interprofessionele overleg moet versterkt worden i.p.v. ontmanteld.
 
2. Een sterke federale sociale zekerheid is cruciaal. Degressieve werkloosheidsuitkeringen en in tijd beperkte inschakelingsuitkeringen leiden naar armoede. Grondige bijsturing van deze antisociale ingrepen is prioritair. Tegelijk moet men de werkloosheid aanpakken. En aan alle werknemers kwaliteitsvol werk garanderen. En -in het verlengde van de Europese jongerengarantie- aan alle werkzoekenden een garantie op opleiding en werkervaring bieden, geen gemeenschapsdienst.
 
3. Het eengemaakte werknemersstatuut moet nu worden afgewerkt. In samenwerking met de sociale gesprekspartners. De verkorte opzeg voor arbeiders, ook voor bouwvakkers, moet verdwijnen. Alle werknemers moeten gelijk vakantiegeld krijgen. De medische enkelband die de privacy van zieke werknemers aantast, moet verdwijnen. Tijdelijke contracten moeten beperkt worden en tijdelijke werknemers moeten een betere bescherming krijgen. Geen afbouw van de ontslagbescherming
 
4. Een fiscale hervorming voor meer fiscale rechtvaardigheid moet uitgevoerd worden. Met een duurzamer evenwicht voor de staatskas. Met juist verdeelde bijdragen van inkomens uit arbeid en van inkomens uit vermogen. Met een bijzondere inspanning vanwege grote vermogens. Alle voordelen die aan de bedrijven toegekend worden, moeten afhankelijk zijn van de creatie van nieuwe banen en moeten meetellen bij de berekening van de loonkloof.
 
5. De overheid moet zich performant kunnen blijven uitbouwen. Iedereen verwacht veel van de overheid. Daarom zijn sterke en kwaliteitsvolle openbare en collectieve dienstverlening (publiek en non-profit) uiterst belangrijk. Commercialisering van deze diensten staat hier haaks op.
 
6. Een echt investerings- en infrastructuurbeleid is broodnodig. Deze moet gekoppeld zijn aan een grondige hervorming van de steunmaatregelen voor werkgelegenheid, economie en innovatie met het oog op een maximaal werkgelegenheidseffect. Zo slaat de regering drie (!) vliegen in één klap: (1) meer kwaliteitsvolle jobs in de privé- en publieke sector, (2) een duurzamer economie die minder beslag legt op milieu en grondstoffen en (3) een doordacht mobiliteitsbeleid dat de stilstand aanpakt.
 
7. Een echt beleid van duurzame industriële relance is eveneens broodnodig.
 
8.  Een ander Europa is dringend nodig. Met evenwicht tussen sociale, economische en ecologische doelstellingen. Gebaseerd op samenwerking – in plaats van concurrentie – tussen Lidstaten. Met een nieuwe rol en een meer democratische werking voor de instellingen (meer bepaald de ECB en de EIB).
 
9. Een sociaal Europa is meer dan nodig. Met een performante aanpak van sociale dumping. Met invoering van een leefbaar Europees interprofessioneel minimumloon. Met effectief naleven van wetten en collectieve overeenkomsten. Met transparante onderhandelingen over bilaterale handelsakkoorden zoals het TTIP. Met respect voor fundamentele sociale rechten en milieufactoren.
 
10. Een sterke federale sociale zekerheid gebaseerd op zowel solidariteit als verzekeringsprincipe. Zodat ook niet-actieven over een menswaardig inkomen beschikken, gekoppeld aan de welvaart. Geen beperking in duur van de werkloosheidsuitkeringen, noch verlaging van de uitkeringen, integendeel verbetering er van.
Met hogere minima die boven de Europese armoedenorm uitkomen. Geen verdere aantasting van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag.
 
11. Een degelijk pensioen is levensnoodzakelijk. Een versterking van de eerste pensioenpijler is onontbeerlijk. Een wettelijk pensioen met toereikende minima en plafonds, dat het vroegere loon in correcte verhouding benadert. Zonder dat de mogelijkheid van vervroegd pensioen vervalt of dat gelijkgestelde periodes worden verminderd. Met het behoud van de 3 pijlers.
 
12. Een sterk sociaal overleg staat garant voor sociale vrede. Erkenning en respect van de inspraakrechten van werknemers, van hun actiemogelijkheden, het stakingsrecht en van het collectieve overleg. Zowel in de privésector als in de openbare sector.  De rol van de vakbonden, zowel in het beheer als in de uitvoering van de sociale zekerheid, moet gerespecteerd worden.
 
13. Iedere vorm van discriminatie (loonkloof man-vrouw, leeftijd, orgine, arbeidshandicap...) moet heel stevig aangepakt.
 
14. De regering moet haar belofte om vanaf 2015 0,7% van het BBP te besteden aan ontwikkelingssamenwerking waar maken. Actieve inzet van de nieuwe regering om Waardig Werk als doel op zich te promoten. Erkenning van de essentiële rol van vakbonden in ontwikkeling middels programmafinanciering, met eigen financiële inbreng en autonomie in hun acties.