Persbericht ACV – ABVV – CIRE – Coördinatie mensen zonder papieren – Fairwork Belgium | Samen voor de bescherming van arbeidsmigranten

Persbericht ACV – ABVV – CIRE – Coördinatie mensen zonder papieren – Fairwork Belgium | Samen voor de bescherming van arbeidsmigranten

 

Op de internationale dag van de rechten van de arbeidsmigranten en hun familieleden organiseren het ACV, het ABVV, CIRE, de Coördinatie mensen zonder papieren, Fairwork Belgium en Vluchtelingenwerk Vlaanderen een colloquium. Tijdens dit colloquium zullen de organisatoren de politieke partijen interpelleren over de ondertekening en de ratificatie van fundamentele internationale teksten. Deze teksten moeten arbeidsmigranten beschermen tegen uitbuiting en discriminatie.

Vandaag, op de vooravond van de ondertekening van het Mondiaal Pact voor veilige, ordelijke en reguliere migratie in New York, moet België nog steeds een groot aantal internationale teksten ter bescherming van arbeidsmigranten aannemen. Wie wil ‘aan de goede kant van de geschiedenis staan’ moet ook arbeidsmigranten beschermen tegen uitbuiting en discriminatie. Daarom eisen we:

  • Dat België het VN-Verdrag van 18 december 1990 en de Conventie 143 van de Internationale Arbeidsorganisatie ondertekent.
  • Dat de Sanctierichtlijn 2009/52/EG van de Europese Unie volledig wordt toegepast om de mogelijkheid te creëren om een verblijfsvergunning toe te kennen aan arbeidsmigranten die het slachtoffer zijn van ernstige uitbuiting. Deze bescherming is essentieel om hun rechten te kunnen verdedigen.
  • Dat België de Slachtofferrichtlijn 2012/29/EU effectief maakt door echt het arbeidsrecht correct en niet-discriminerend te willen toepassen door een tijdelijke verblijfsvergunning te verlenen aan slachtoffers van een zware inbreuk op het arbeidsrecht.

Vandaag werken veel beperkingen op de toegang tot de arbeidsmarkt immers misbruiken en de schending van het arbeidsrecht, zwartwerk en uitbuiting in de hand. De arbeidsmarkt is gesegmenteerd met categorieën van werknemers die minder bescherming, of zelfs geen bescherming genieten. Het meest opvallende geval is dat van werknemers zonder papieren van wie de uitbuiting de arbeidsvoorwaarden en de lonen van alle werknemers naar beneden trekt. Hun uitbuiting versterkt problemen van fraude en sociale dumping waarbij alle werknemers tegen elkaar worden uitgespeeld. En waarbij de naleving van het arbeidsrecht en de sociale zekerheid – essentiële beschermingsmechanismen tegen sociale ongelijkheid – in het gedrang komt. De werkneemsters zonder papieren zijn nog kwetsbaarder en hun situatie is nog precairder. Daarom moet de strijd tegen uitbuiting een prioriteit zijn.

In België heerst ook een klimaat van criminalisering van vreemdelingen in illegaal verblijf. Onder meer door controles in het openbaar vervoer, arrestaties van werknemers zonder papieren, waaronder vakbondsmilitanten. Deze aanpak leidt ertoe dat vooroordelen tegen migranten (m/v) vergroten, het gevoel van verwerping toeneemt en racisme groeit.

Dit uitsluitingsbeleid dwingt vrouwen en mannen zonder papieren om ‘strategieën van onzichtbaarheid’ te ontwikkelen. Hierdoor raken ze geïsoleerd en worden ze gedwongen in vernederende omstandigheden te werken. Wat in strijd is met de internationale verdragen ter verdediging van de arbeidsmigranten. België heeft ze nooit ondertekend (VN-Verdrag van 18 december 1990, IAO-Conventie 143) of heeft geen middelen ingezet om de conventies die het heeft getekend, zoals de IAO-Conventie 189 betreffende huispersoneel (m/v) te doen toepassen.

De ondertekening van het ‘Migratiepact’ van 19 december is een stap in de goede richting, maar door de ratificatie van internationale verdragen en de verblijfsbescherming van arbeidsmigranten in situaties van ernstige uitbuiting zou België zich effectief aan de goede kant van de geschiedenis kunnen plaatsen.