Pensioenminister blijft discrimineren

Pensioenminister blijft discrimineren

Het ABVV stelt vast dat de regering de minimumpensioenen op 1 maart verhoogt, maar dat deze verhoging enkel ten goede komt van werknemers met 45 jaar loopbaan. De minderheidsregering en haar pensioenminister volharden in de boosheid. Het (herhaaldelijk) negatief advies van de sociale gesprekspartners wordt opnieuw genegeerd.

Discriminatie

De verhoging van het minimumpensioen enkel voor wie 45 jaar loopbaan heeft, is discriminerend ten aanzien van vrouwen. Vrouwen hebben gemiddeld een loopbaan van 36,6 jaar terwijl dit bij mannen 42 jaar is. Het zijn dus opnieuw de vrouwen die geen recht hebben op dat iets meer pensioen en zij moeten het al doen met bitter weinig. Door de loonkloof V/M (vrouwen ontvangen nog te vaak de laagste lonen) en omdat zij meer deeltijds werken dan mannen, vallen zij vaker terug op het minimumpensioen. Door enkel de minima te verhogen voor wie 45 jaar loopbaan heeft, komt slechts 41% van de verhoging de vrouwen ten goede.

Nochtans herhalen werkgevers en werknemers al vier jaar dat het geen goede zaak is om het minimumpensioen enkel te verhogen voor wie een volledige loopbaan heeft. Het negeren van unanieme adviezen van sociale gesprekspartners is een constante geworden onder de regering-Michel, en in deze materie in het bijzonder de bevoegde minister van Pensioenen. Nooit eerder ging men zo respectloos om met het sociaal overleg.

Leugenachtig en kwalijk voor de democratie

Niet alleen het sociaal overleg wordt genegeerd, ook de bevolking wordt bedrogen. De regeringspartijen steken steevast de pluim op hun hoed over de verhoging van het minimumpensioen. Daarbij schuwen zij niet om grote bedragen te vernoemen, maar wat er niet bij wordt gezegd is dat enkel wie 45 jaar heeft gewerkt, recht heeft op dat ietsje meer. Dit is leugenachtig en kwalijk voor de democratie.

Hoogste pensioenen krijgen bovendien opnieuw cadeaus

Naast de discriminerende verhoging van de minimumpensioenen wordt ook de solidariteitsbijdrage verlaagd. Deze werd in de jaren ‘80 ingevoerd om de ongelijkheid tussen de hoogste pensioenen en de laagste, terug te dringen. Ongeacht het feit dat vandaag die ongelijkheid nog steeds een realiteit is, heeft de regering beslist om de solidariteitsbijdrage te verminderen. Opnieuw tegen een unaniem negatief advies in van de sociale gesprekspartners in het Beheerscomité van de Federale Pensioendienst.

Het ABVV vraagt een coherent beleid zonder discriminatie en met respect voor het sociaal overleg en de werknemers. Een minimumpensioen van 1.500 euro is dan ook een eis die zich steeds meer opdringt.