Pensioenminister Bacquelaine snijdt nog dieper in onze pensioenen

Pensioenminister Bacquelaine snijdt nog dieper in onze pensioenen

Op basis van de tekst die pensioenminister Bacquelaine publiceerde op zijn website werd ons duidelijk dat de Ministerraad verleden donderdag besliste de werknemerspensioenen opnieuw te verlagen.

Er zouden drie maatregelen genomen worden.

  1. Maatregel 1: De werknemers die op brugpensioen gaan in het algemene stelsel (dus niet herstructurering, zware beroepen…), zullen minder pensioen krijgen. Hun jaren brugpensioen zullen voor de pensioenberekening niet langer meetellen aan het laatste loon maar aan een minimumloon.
  2. Maatregel 2: Werknemers die langer dan één jaar zoeken naar werk zullen ook de nieuwe, negatieve berekening ondergaan. In plaats van die mensen een job te geven, kiest de regering ervoor om hen dubbel te straffen. Eén keer op het moment van ontslag en één keer, tientallen jaren later, als ze op pensioen zijn.
  3. Maatregel 3: daarenboven zou de minister opnieuw diezelfde gestigmatiseerde groep van werkzoekenden en bruggepensioneerden benadelen. Het zou kunnen dat werknemers die voor hun 20ste zijn beginnen werken en op het einde van hun loopbaan op SWT/brugpensioen gezet worden (ook wegens herstructurering, zware beroepen…) voor die jaren in hun pensioen bestraft worden. Het compensatiemechanisme dat voorzag dat mensen met meer dan 45 jaar loopbaan hun eerste lage lonen vervangen zagen door hun laatste hogere lonen zou hiermee worden afgeschaft.

Deze pure contractbreuk zou gelden voor pensioenen die ingaan vanaf 1-1-2019.

Werkbare eindeloopbanen en positieve maatregelen zijn onbekend terrein voor deze regering. Mensen bestraffen door te lage pensioenen te verlagen is het nieuwe normaal. Door mensen te bestraffen en hun (nog) lagere pensioenen te geven wordt het voor hen nog moeilijker om een nieuwe job te vinden of om hun job vol te houden tot hun 67ste .

Wij willen werkbaar werk voor iedereen.

Wij willen een deftig pensioen voor iedereen.

Enkele cijfers

Maatregel 1 en 2:  minder pensioen voor werkzoekenden en bruggepensioneerden.

Impact voor deze maatregelen (berekening per gewijzigd gelijkstellingsjaar )

maandelijks pensioenbedrag

maandelijks verlies

jaarlijks verlies

1042 - 1250

12,25 €

147 €

  1.  

20,06 €

240,72 €

  1.  

30,33 €

363,96 €

  1.  

40,36 €

484,32 €

  1.  

44,26 €

531,12 €

(Bron: Federale Pensioendienst)

De solidariteit van de gelijkgestelde periodes maken een belangrijk onderdeel uit van de loopbaan van mannen en vrouwen: van de gemiddelde loopbaan bij een man van 42 jaar is er 30 % gelijkgesteld. Bij vrouwen, met gemiddeld een loopbaan van 36,6 jaar is er 37 % gelijkgesteld. Zonder die gelijkstellingen zou hun pensioen dus evenredig verminderen.

Impact voor de gemiddelde man of vrouw.

Gemiddeld hebben zowel man als vrouw 5,6 jaren geviseerde gelijkstelling. De beslissing van de regering over het beperken van die gelijkgestelde periodes betekent voor de gemiddelde werknemer 152 euro pensioen per maand minder (man), een vrouw zal 133 euro verliezen. De mannen verliezen meer omdat hun inkomen, dat als basis dient om het pensioen te berekenen, hoger ligt

Maatregel 3:  Pensioenverlies voor werknemers die begonnen te werken voor hun 20ste.

Pensioenen gelegen tussen

Verliezen gemiddeld, bruto per maand

833 tot 1041 €

113 €

1042 tot 1249 €

65 €

1250 en 1450 €

93 €

1450 € tot 1650 €

104 €

(bron Federale Pensioendienst)

Noot: onze cijfers zijn gebaseerd op de laatst ontvangen officiële info daterend van 13/7/17