PB Pensioenhervorming

Pensioenhervorming:het ABVV heeft een realistisch voorstel

Het ABVV heeft de pensioenconferentie goed voorbereid en geeft aan zijn onderhandelaars een becijferd en realistisch voorstel tot verbetering van de pensioenen mee.

De huidige pensioenen zijn immers veel te laag. Het gemiddeld pensioen van een (mannelijke) werknemer bedraagt slechts 1.000 euro bruto per maand. Het gemiddelde pensioen van een werkneemster ligt nog lager, nl. 800 euro bruto per maand. Daarmee staan we onderaan de ladder in Europa.

Voor een kwart van de gepensioneerden dreigt armoede, en het werknemerspensioen staat niet in verhouding tot het vroeger loon en de betaalde sociale bijdragen. Dit moet dringend verbeteren.

Daarom willen wij het wettelijk pensioenstelsel verder uitbouwen. Dat is het enige stelsel dat het verzekeringsprincipe en solidariteit waarborgt is t.o.v. werknemers die afgedankt worden of het ongeluk hebben langdurig ziek te vallen.

Van de tweede pensioenpijler kunnen nog lang niet alle werknemers genieten en de fiscale voordelen van de derde pijler zijn ongelijk verdeeld.

Het ABVV stelt voor om de pensioenen met een kwart te verhogen, door het progressief optrekken van het berekeningspercentage van 60 naar 75% van het vroegere loon, voor de werknemers uit de privésector. Dit zal 2,4 miljard euro kosten.

Het ABVV is bereid om hiervoor de werknemersbijdrage te verhogen, op voorwaarde dat ook de werkgevers en de overheid eenzelfde inspanning leveren. Voor de overheid kan deze meeruitgave gecompenseerd worden door de belastingvoordelen voor het individueel pensioensparen tegelijkertijd af te bouwen.

Geen generatiepact bis

Voor het ABVV moet de pensioenconferentie leiden tot verbeteringen, niet tot achteruitgang zoals sommigen bepleiten door een generatiepact bis voor te stellen.

De jongste pensioenhervorming werd immers pas vorig jaar voleindigd. Iedereen moet nu 45 loopbaanjaren bewijzen om recht te hebben op een volledig pensioen. Door deze inspanning van de werknemers werd al 625 miljoen euro bespaard.

En het generatiepact is nog niet eens op kruissnelheid gekomen: pas in 2014 zullen de vrouwen 38 loopbaanjaren moeten hebben om nog op brugpensioen te kunnen gaan.

Bovendien is de gemiddelde uittredingsleeftijd in de periode 2001-2007 bij de arbeiders van 56,7 jaar naar 57,8 jaar gestegen; bij de bedienden is er een evolutie van 57,8 jaar naar 59 jaar (bron: Steunpunt tewerkstelling). Dus lang niet iedereen gaat op 55 met pensioen !

Bovendien waren nooit tevoren zoveel mensen actief in ons land. Het percentage actieven steeg van 56,8% in 1997 tot 62,4% in 2008. Hierbij moet nog rekening gehouden worden met het feit dat de leerplicht ervoor zorgt dat er in België geen tewerkstelling is voor de 15 tot 18- jarigen. Voor de werknemers tussen 55 en 64 jaar steeg het percentage in diezelfde periode van 22,1% naar 34,5%.

Het is bovendien bijzonder verrassend om mensen nu te dwingen langer te werken, terwijl er elke dag nieuwe werklozen bij komen, ook in de categorie ouder dan 55 jaar, door de grootste crisis sinds de jaren ’30. Crisis die het gevolg is van de speculaties en de winsthonger van de bank en de financiële sector. De eerste prioriteit is dan ook bestaande banen te behouden en er nieuwe te creëren. Vergeten we ook niet dat dit jaar 110.000 jongeren op de arbeidsmarkt zullen komen.

Het ABVV heeft altijd gesteld dat langer werken voor oudere werknemers kan, maar dat dit mogelijk gemaakt moet worden doordat de werkgevers daar de voorwaarden voor scheppen (recht op minder zwaar werk, overgang van nacht naar dagploeg, aanpassing arbeidsvoorwaarden…). Die voorwaarden zijn nog lang niet vervuld!