Onze pensioenen in gevaar

Onze pensioenen zijn in gevaar, zowel in de privé- als in de openbare sector

Pensioen op 67, strengere toegangsvoorwaarden voor vervroegd pensioen, afschaffing pensioenbonus, de uitholling van het systeem van werkloosheid met bedrijfstoeslag – brugpensioen, het niet langer in rekening brengen van de studiejaren voor het berekenen van de pensioenen bij de openbare diensten… Nog minder pensioen, nog langer en meer werken. Daar komt de pensioenafbraak van de regering-Michel op neer.

En daar houdt het ook niet op: inbreken in de gelijkgestelde periodes, het puntensysteem, zwaar/belastend werk onrealistisch invullen, het in vraagstellen van voordelige tantièmes, lagere pensioenen in de openbare diensten… Enkele van de ingrepen die nog op ons afkomen.

Omdat we vandaag al bij de laagste pensioenen in Europa hebben en omdat de werknemers aangeven dat ze het nu al niet kunnen volhouden tot aan hun pensioen én omdat deze regering onze pensioenen ziet als een pure besparingspost, organiseerde het ABVV op 30 juni een persconferentie en een militantenconcentratie.

Rudy De Leeuw: “Deze minister van pensioenen zal de geschiedenis ingaan als de minister die ons pensioenstelsel volledig heeft ontmanteld en onze gepensioneerden in de armoede heeft gestort.”

Puntensysteem

Begin deze week kwam minister Bacquelaine met een puntensysteem op de proppen. Dat systeem is voor het ABVV onaanvaardbaar want zowel je pensioenbedrag als je pensioenleeftijd wordt onzeker. Rudy De Leeuw legt uit: “Je zal nog altijd een pensioen hebben, maar hoeveel dat pensioen zal zijn, hangt af van de regering die op dat moment aan de macht is. En als dat een regering is zoals vandaag, kan dat wel eens serieus tegenvallen.”

Waarom? “Omdat er een automatische bevriezing is ingebouwd in het geval van economische, budgettaire, financiële of demografische problemen. Met andere woorden: als de banken opnieuw een crisis hebben georganiseerd, en de regering pompt daar geld in, dan is de kans heel groot dat dat geld is dat voorzien was voor de pensioenen. Of nog, stel dat er plots een pak gepensioneerden bijkomen, dan betekent dat minder pensioen voor iedereen.”

Dat puntensysteem van Bacquelaine geeft geen enkele zekerheid op hoeveel je aan pensioen zal ontvangen.

 

Wij eisen

  • een minimumpensioen van 1.500 euro per maand
  • een pensioen dat berekend wordt aan 75% van het gemiddeld loon i.p.v. 60 nu
  • een volledig pensioen na 40 jaar loopbaan
  • en een bijkomende financiering uit kapitaal

 

Pensioenen: wat moet je weten?

  • Onze pensioenen behoren tot de laagste van Europa. 
  • Het gemiddelde wettelijke pensioen van een werknemer bedraagt 950 euro voor een man en 710 euro voor een vrouw. De armoededrempel in België ligt voor een alleenstaande op 1.115 euro netto per maand.
  • In 2015 was de levensverwachting in goede gezondheid 64 jaar voor een vrouw en 64,4 jaar voor een man en dat ging zelfs achteruit voor mannen. Deze regering besliste dus om mensen langer te laten werken dan ze gezond zijn.
  • In België geven we gemiddeld minder aan uit aan pensioenen dan in de buurlanden: 2.400 euro per inwoner tegenover 2.618 euro in Duitsland, 3.408 euro in Frankrijk en 3.157 euro in Nederland.
  • Van alle Europese lidstaten geven enkel Duitsland (39,1%) en Ierland (29,8%) nog minder uit aan pensioenen dan België (40,3% van de sociale uitgaven).
  • Al twee jaar belooft de pensioenminister aanpassingen voor mensen met zwaar werk. En al twee jaar zijn het enkel de vakbonden die voorstellen op tafel leggen om tot een objectief, meetbaar, registreerbaar systeem van belastend werk te komen. Regering en werkgevers willen de discussie niet ten gronde voeren.
  • De gemiddelde loopbaan (42 jaar) bij een man bestaat voor 30% uit gelijk gestelde periodes. Bij vrouwen, met gemiddeld een loopbaan van 36,6 jaar is er 37% gelijkgesteld. Zonder die gelijkstellingen (periodes van ziekte, onvrijwillige werkloosheid, brugpensioen) zou hun pensioen dus evenredig verminderen. Net die gelijkstellingen wil de regering fors beperken.
  • Mensen die vroeg zijn beginnen werken en een loopbaan hebben van meer dan 45 jaar maar op het einde op brugpensioen zijn gezet, hun werk verliezen of ziek worden, ontvangen vandaag een pensioenberekening op basis van de 45 beste jaren. De regering wil wil dit veranderen naar de eerste 45 jaren. In die eerste jaren lag het inkomen natuurlijk een pak lager. Deze werknemers verliezen hierdoor heel wat pensioen. Van de 14.200 werknemers die het eerste jaar getroffen worden (in 2019) door deze maatregel begon de heflt met werken op hun 15de of 16de. Op deze werknemers gaat de regering besparen omdat ze 45 jaar later met brugpensioen, ziek of werkzoekend zijn. 120 miljoen tegen 2020.
  • Die heisa over de betaalbaarheid van de pensioenen is politieke stemmingmakerij. De pensioenen zijn perfect betaalbaar alleen moet er een politieke wil zijn om daarin te investeren. Die is er vandaag niet met deze neoliberale regering. De voorbij jaren was er wel de wil om de patronale bijdragen te verminderen ter waarde van 7,4 miljard euro. Daarmee zou men elke gepensioneerde 300 euro per maand meer hebben kunnen geven.