Ontwerp interprofessioneel akkoord: wat betekent de loonmarge

Ontwerp interprofessioneel akkoord: wat betekent de loonmarge?

Het ontwerp van interprofessioneel akkoord legt een maximale loonmarge vast. Wat betekent dit voor jou?
 

Ontwerp van interprofessioneel akkoord?

Rekening houdend met de moeilijke context, een strengere loonwet en dus een strakker keurslijf om de loonmarge te bepalen, een plan-Peeters dat bij wet de flexibiliteit wil verhogen (zie www.planpeeters.be), en een beperking van het budget voor uitkeringen, heeft het sociaal overleg niettemin een ontwerp interprofessioneel akkoord 2017-2018 mét inhoud opgeleverd.

We zijn erin geslaagd met de werkgevers een ontwerpakkoord te sluiten dat loonopslag toelaat voor de werknemers in de hele privésector. Dit ontwerpakkoord gaat echter niet alleen over de loonnorm, maar ook over de regelingen voor brugpensioen – stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT) en landingsbanen, en enkele ‘maatschappelijke uitdagingen’. En er is ook een akkoord over de invulling en verdeling van de enveloppe welvaartsvastheid, het budget om uitkeringen te versterken. Wij leggen dit ontwerpakkoord nu voor aan onze instanties en onze militanten.

Loonmarge?

Na jarenlange loonblokkering en een indexsprong ten voordele van de bedrijven, was het tijd om jouw inspanningen te laten lonen. De winsten geboekt door jouw hogere productiviteit moesten dringend rechtvaardiger worden verdeeld, zeker omdat de zogenaamde ‘loonkosthandicap’ ten opzichte van onze belangrijkste handelspartners is weggewerkt.

Het voorakkoord zet de maximale loonmarge waarover verder onderhandeld kan worden in sectoren en vervolgens in bedrijven op 1,1% bruto.

Samen met de verwachte stijging van de lonen aan de index (2,9% minimum) omwille van prijsstijgingen maakt dit een behoud en verbetering van de koopkracht met 4% mogelijk.

De verhoging van de brutolonen kan in principe onmiddellijk ingaan in 2017 (mits er een collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten).

Krijg ik 1,1% opslag?

Neen, dit wil niet zeggen dat iedereen sowieso 1,1% meer loon zal krijgen.

Binnen je sector en vervolgens je bedrijf kunnen de vakbonden en werkgevers nu afspreken hoe ze aan de slag gaan met dit cijfer. Er kan gekozen worden voor procentuele verhogingen, forfaits, hogere bijdragen in de groepsverzekering ...

De cao’s (collectieve arbeidsovereenkomsten of afspraken tussen vakbonden en werkgeversorganisaties), mogen de uurloonkost gemiddeld met niet meer dan 1,1% laten stijgen. De afspraken kunnen dus lager liggen. De individuele opslag kan wel wat hoger zijn.

Het is wel opslag in de echte zin van het woord want dit komt sowieso bovenop de index, die je koopkracht waarborgt als de prijzen stijgen, en bovenop de baremieke verhogingen of de normale opslagregelingen, zoals loonsverhogingen wegens anciënniteit – jaren in dienst.

In tegenstelling tot de vorige akkoorden komt de opslag niet via maaltijd- of ecocheques.

Belangrijk

Dit is een belangrijke afspraak want er is nu onderhandelingsruimte die zeker in de sectoren die goed boeren, door onze vertegenwoordigers kan aangewend worden opdat werknemers hun deel van de koek zouden krijgen.

Dat is overigens niet alleen goed voor je portemonnee maar ook goed voor de economie: hogere lonen laten ons toe meer uit te geven waardoor de economie draait.

En symbolisch is dit ook van tel want eigenlijk wordt nu toegeven dat onze lonen niet te hoog liggen maar in evenwicht zijn met wat werknemers de bedrijven opleveren.