Ons sociaalzekerheidsmodel in gevaar!

Ons sociaalzekerheidsmodel in gevaar!

Vakbond ABVV | Ons sociaalzekerheidsmodel in gevaar!

Op 28 oktober zette de federale regering zonder veel ophef, op voorstel van de ministers De Block en Borsus, belangrijke bakens uit voor een hervorming van de financiering van de sociale zekerheid. Samen met de aanpassing van de financiering aan de staatshervorming, de hervorming van de alternatieve financiering en de – tijdelijke – herinvoering van de evenwichtsdotatie wordt hiermee zwaar geraakt aan de kern van ons sociaalzekerheidsmodel. We mogen dit hervormingsontwerp niet stilzwijgend voorbij laten gaan. Het dreigt de sociale zekerheid op termijn totaal uit balans te brengen door ze voortaan ook te gaan onderwerpen aan een wettelijk verankerde politieke arbitrage.

Het voorgestelde wetsontwerp volgt deels het advies dat de sociale partners in juli 2015 uitbrachten: neutralisering van de impact van de 6de staatshervorming op het budget voor de sociale zekerheid, vereenvoudiging van de alternatieve financiering (btw en roerende voorheffing), overheveling van de uitgaven die niet onder de sociale zekerheid vallen (de zogenaamde “koekoekseieren”) naar de betrokken departementen en herinvoering van de evenwichtsdotatie vanaf 2017 (maar slechts voor vier jaar). Dit alles wordt echter zwaar overschaduwd door een sluipende onderfinanciering (door een overschatting van de terugverdieneffecten) en het zgn. responsabiliseringsmechanisme.

De federale regering verzwakt hiermee de sociale zekerheid op een gevaarlijke en bijna onopgemerkte manier.

Zwakkere sociale zekerheid door onstabiele financiering

Het zgn. responsabiliseringsmechanisme in het wetsontwerp is eigenlijk een wettelijk verankerde hefboom om bij elke begrotingsbespreking eerst een debat over asociale besparingsmaatregelen aan te vatten en de akkoorden van de sociale partners in vraag te stellen. Met de huidige regering kennen we dit soort discussies al. Ook bij de begrotingsopmaak 2017 was dit het geval. Nieuw is dat die arbitrage ten koste van de sociale zekerheid nu wettelijk wordt verankerd. Dit zal dus bij elke begrotingsbespreking het geval zijn en het schrijnende onevenwicht tussen de laksheid inzake de fiscale ontvangsten – en de hardheid naar de gerechtigden van sociale uitkeringen en gezondheidszorg alsmaar versterken.

In de toekomst zal de sociale zekerheid dus nog meer blootgesteld zijn aan permanente politieke arbitrages.

De ondergang van de sociale cohesie

Deze wettekst verzwakt ook aanzienlijk het sociaal overleg op diverse niveaus ( de sociale akkoorden ter discussie stellen, de Beheerscomités onder voogdij plaatsen, …). Door deze wettekst zal de regering immers sociale akkoorden kunnen bijsturen of ze naast zich neerleggen volgens hun budgettaire impact op de sociale zekerheid.

Deze wettekst plaatst de sociale zekerheid bovendien onder de voogdij van een Commissie Financiën en Begroting die het tripartiet Beheerscomité van de Rijkssociale Zekerheid buiten spel zet.

Dit zogenaamd neutraal, “technocratisch” bestuur van de sociale zekerheid is gezichtsbedrog en verbergt vooral dat de regering haar macht versterkt. Die machtsversterking is echter zonder reden want de regering stelt enerzijds al mechanismen in om haar beleidskeuzes te kunnen opleggen. Anderzijds legt ze de verantwoordelijkheid voor de voorvloeiende maatregelen uit die keuzes bij anderen, hier dus de sociale partners. Zij zullen uiteindelijk met het mes op de keel verplicht worden besparingsmaatregelen voor te stellen en te zorgen dat de rekening klopt.

Uiteindelijk eigent de regering zich op een uitgekiende maar onverbiddelijke manier het recht toe om de sociale bescherming in te krimpen ondanks de grote uitdagingen die zich aandienen.

Tegemoet komen aan de noden van de bevolking

Het is vandaag van essentieel belang eraan te herinneren dat de sociale partners vanaf juli 2015 een stabiele financiering van de sociale zekerheid hebben bepleit, via een duurzame evenwichtsdotatie die garandeert dat de rechthebbenden ook op het einde van het jaar hun sociale uitkering of gezondheidszorg krijgen, niet enkel tot einde 2020 maar ook nadien.

In diezelfde context moet rol van de sociale gesprekspartners versterkt worden voor de toekomst van de sociale zekerheid in plaats van die sociale zekerheid te destabiliseren. Tot slot moet het stoppen dat de sociale zekerheid als een kost wordt gezien terwijl die essentieel is voor de sociale cohesie en om beter samen te leven.

De sociale zekerheid is immers een middel om tegemoet te komen aan de noden van de bevolking. De pensioenen veilig stellen, gezondheidszorg terugbetalen en aan invaliden hun uitkering betalen, zijn doelstellingen waarvan de verwezenlijking tastbaar is. De oplossing voor een rechtvaardige financiering van de sociale zekerheid ligt voor de hand: vooreerst en onvermijdelijk, meer fiscale rechtvaardigheid. Het is ondenkbaar de burgers de rekening te laten betalen voor de uitblijvende resultaten van het fiscale beleid van de regering.

Op die koerswijziging hopen wij echt. Zo niet is het einde van ons sociaalzekerheidsmodel in zicht.

Deze tekst verscheen op 2 januari in De Standaard en werd ondertekend door ABVV, ACV, ACLVB, CM, Socialistische Mutualiteit en Beweging.net