PB Nota formateur: onevenwichtig en geen aanvaardbare basis

Nota formateur: onevenwichtig en geen aanvaardbare basis voor regeerprogramma

 Logo's gemeenschappelijk vakbondsfront CGSLB - ACLVB, CSC - ACV, ABVV - FGTB

De nota van de formateur is onevenwichtig en vormt geen aanvaardbare basis voor een regeerprogramma.

 

Een wind van bezuinigingen en antisociale maatregelen waait over Europa. Ook ons land wordt niet gespaard.

 

Het tekort en de openbare schuld moeten weggewerkt worden, dat is ook een bezorgdheid van de vakbonden. Dat is zeker het geval wanneer de Staat, de gemeenschap dus, over middelen moet kunnen beschikken om de crisis het hoofd te bieden en de werknemers te beschermen (en tegelijkertijd gedwongen wordt om de bankiers bij te springen, hoewel zij verantwoordelijk voor de chaos zijn).
En het is ook een verplichting, als men voor iedereen toegankelijke openbare diensten in stand wil houden en een echt relanceplan wil opstellen om duurzame, kwaliteitsvolle banen te scheppen in toekomstgerichte filières. In dit verband kan het behoud van de automatische indexering en het nastreven van de verhoging van de tewerkstellingsgraad, vooral van de jongeren, als lovenswaardig bestempeld worden, maar dit moet wel concreet uitgewerkt worden. Dit geldt ook voor de meer rechtvaardige fiscale voorstellen, zoals de taks op beursverrichtingen.

 

Maar het gemeenschappelijk vakbondsfront kan niet akkoord gaan met de nota van de formateur als basis voor een regeerprogramma.
Het verwerpt dan ook dit onevenwichtig werkstuk. Daar waar de maatregelen voor de werknemers, de slachtoffers van de crisis, heel duidelijk zijn, is dit veel minder het geval voor de echte verantwoordelijken van de crisis, waaronder een aantal werkgevers, die uiteraard niet thuis geven ….
Zo vormen een grotere responsabilisering van de bankiers of het in rekening brengen van de afschrijving van de kerncentrales, een minimumbelasting voor de vennootschappen, de strijd tegen belastingontduiking, meer gerichte en voorwaardelijke loonsubsidies voor kwaliteitsvolle banen, zeker interessante pistes, maar het gebrek aan bedragen of duidelijke preciseringen is verbijsterend. Zij kunnen het gebruik van twee maten en twee gewichten niet verhelen in de bijdrage tot het wegwerken van het overheidstekort: tussen enerzijds de werknemers en de uitkeringstrekkers die weer eens moeten betalen, en anderzijds de bankiers, de aandeelhouders en de grote ondernemingen, zoals Electrabel, van wie weinig of geen inspanningen gevraagd worden... Dat is onaanvaardbaar!

 

Bovendien kan het gemeenschappelijk vakbondsfront niet akkoord gaan als de formateur de spreekbuis wordt van individualisme en het terugplooien op zichzelf, want zij geven aanleiding tot het opblazen van de solidariteit die altijd de rijkdom van België uitmaakte en nog steeds blijft uitmaken. Zonder onze "Belgische" sociale zekerheid zou de werkwereld minder goed weerstaan hebben aan de crisis en zouden de werklozen het nog veel harder te verduren gekregen hebben. Voor ons is dat ronduit onaanvaardbaar omdat de lonen en de koopkracht de motor van onze economie zijn!

 

We wensen er nogmaals op te wijzen dat er onvoldoende banen zijn om werk te geven aan de 600.000 werkzoekenden.
De uitkeringen van de werklozen of de toegang tot het brugpensioen en het tijdskrediet beperken, de pensioenen beknotten, zouden uiterst slechte oplossingen zijn: er moeten dan ook absoluut oplossingen gevonden worden voor de oorzaken van het probleem, nl. een chronische onderinvestering van de bedrijven in innovatie, in O&O en in de opleiding van de werknemers, nochtans onontbeerlijk op het moment dat de technologie razend snel evolueert.

 

In plaats van het herstel voor te bereiden op een nieuwe basis van een gezonde, offensieve econome, luiden de voorgestelde maatregelen een recessie in voor alle werknemers en sociaal gerechtigden.

 

Terwijl het van primordiaal belang is opnieuw massaal te investeren in kwaliteitsvolle, voor iedereen toegankelijke openbare diensten (het voorbeeld van de NMBS en van wat kinderen onlangs op het spoor meegemaakt hebben, is sprekend), lijkt ons land zich te laten verleiden door de sirenezang van de soberheid (aanval op de werkgelegenheid en de pensioenen), met het gevaar dat het schip van de solidariteit kapseist.

 

Meer concreet beschouwt het gemeenschappelijk vakbondsfront als ronduit onaanvaardbaar:

  • de budgettaire beperkingen in de gezondheidszorg die de kwaliteit van de zorg voor de patiënten in het gedrang dreigen te brengen
     
  • vermindering met 40% van de budgetten voor de welvaartsvastheid, temeer omdat zij niet alle sociale gerechtigden omvatten
     
  • de vermindering van de uitkering van alle langdurig werklozen, inclusief gezinshoofden en alleenstaanden, na een (verkorte) tweede periode, tot een minimum dat (volgens de huidige normen) ver beneden de Europese armoedenorm zit; alsof zij het zijn die verantwoordelijk zijn voor de sterke verhoging van de werkloosheid
     
  • de verscherping van het sanctiebeleid naar werklozen (voor jongeren met wachtuitkeringen en via de passende dienstbetrekking)
     
  • de inperking van de rechten op tijdkrediet en loopbaanonderbreking
     
  • de inperking van de gelijkstelling van periodes van werkloosheid, brugpensioen en tijdkrediet voor de pensioenrechten
     
  • de verdere inperking van de toegang tot het brugpensioen, zonder zelfs te wachten op de toegezegde evaluatie van het Generatiepact door de sociale partners
     
  • de uitbreiding van de activering tot de oudere werklozen, zonder dat zij enig uitzicht krijgen op verbeterde tewerkstellingskansen
     
  • de zware inperking van het recht op vervroegd pensioen vanaf 60 jaar
     
  • de aanslag op de ambtenarenpensioenen
     
  • de inperking van de middelen voor ontwikkelingssamenwerking


De vertegenwoordigers van de werknemers kunnen ook niet aanvaarden dat de verantwoordelijken van de economische malaise in sommige Europese landen, en ook in België, vandaag hun wet opleggen en bovendien nog eens dezelfde recepten toepassen. Bovendien moeten we vaststellen dat de schade als gevolg van de bezuinigingen, meer problemen veroorzaakt dan oplost: daling van het verbruik, economische recessie, stijgende werkloosheid.

 

Op institutioneel vlak zullen de bevoegdheidsoverdrachten en de fiscale autonomie tot een schadelijke en onaanvaardbare concurrentie leiden tussen de werknemers, (onder meer op het vlak van de loonvorming) en tussen de bedrijven. Het gemeenschappelijk vakbondsfront herhaalt ook zijn ongerustheid m.b.t. het luik van de staatshervorming. Het dreigt:

  • onvoldoende garanties te bieden dat de federale overheid over voldoende middelen blijft beschikken voor zijn opdrachten, onder meer om de uitdaging van de vergrijzing aan te gaan;
     
  • in bepaalde onderdelen de federale solidariteit te ondergraven;
     
  • op het sociaal-economische terrein alleen maar tot bijkomende complexiteit te leiden voor zowel werkgevers als werknemers;
     
  • aan de basis te liggen van een verscherpte fiscale concurrentie tussen de Gewesten en dus van hun verarming.


Het gemeenschappelijk vakbondsfront wenst te herinneren aan zijn onwrikbare gehechtheid aan een consequente financiering van het federale niveau om een kwaliteitsvolle dienstverlening te kunnen verzorgen en het hoofd te bieden aan de vergrijzing. De belastingen die de burgers betalen, moeten besteed worden aan hun gezondheidszorg, aan de betaling van hun pensioen, hun brugpensioen, hun eventuele werkloosheidsuitkeringen, en niet aan het herstellen van het tot mislukken gedoemde beleid van de financiële wereld. In dit verband verwerpen de drie vakbonden een verarming van de deelgebieden via de financieringswet.

 

Het is van groot belang dat de vakbonden door de diverse democratische partijen van het land gehoord worden. Ze zullen in ieder geval hun werk blijven doen, nl. opkomen voor de belangen en de rechten van de werknemers. Als deze opnieuw met de voeten getreden worden, zullen ze niet nalaten te mobiliseren en desnoods de sociale vrede op de helling te zetten.