Minister van Pensioenen kampioen in averechtse herverdeling

Minister van Pensioenen kampioen in averechtse herverdeling

Zonder blikken of blozen beaamt minister Bacquelaine dat hij de hogere pensioenen zal verhogen ten koste van de andere pensioenen. Want, zegt hij, de lagere pensioenen hebben al genoeg gekregen. Deze redenering rammelt langs alle kanten.

Vanaf 2019 wordt de solidariteitsbijdrage verlaagd. Deze bijdrage werd ingevoerd in 1994 in budgettair moeilijke tijden en diende, zoals de naam ook zegt, om de solidariteit tussen de laagste en de hoogste pensioenen te herstellen. Er was immers grote ongelijkheid tussen de hoogste pensioenen, die ook hogere aanvullende pensioenen hadden, en de laagste pensioenen die geen of een zeer beperkt aanvullend pensioen hadden.

Deze vaststelling is vandaag nog steeds actueel. Een werknemer met een maximumpensioen van 2.300 euro per maand heeft gemiddeld een aanvullend pensioen van net geen 1.000 euro per maand terwijl deze met een pensioen van minder dan .1500 euro in het beste geval enkele tientallen euro’s aanvullend pensioen heeft.

De ongelijkheid is dus niet weggewerkt. De budgettaire situatie is intussen niet rooskleuriger. Wat is dan het argument voor een ingreep die de sociale zekerheid 85 miljoen euro aan inkomsten ontneemt?

Dat de laagste pensioenen al genoeg hebben gekregen?  Eerst een indexsprong van 2%, vervolgens door de sociale partners voor 2% gecompenseerd vanuit het ingeperkte budget voor de welvaartsvastheid, dat lijkt niet echt op een vooruitgang.  De enige reële vooruitgang die er was, was ocharme 0,7%, en dan nog strikt beperkt tot de werknemers met 45 gewerkte jaren.  Voor de lagere pensioenen boven het minimum was er, door de indexsprong van 2%, alleen maar achteruitgang. 

Bovendien wordt de welvaartsenveloppe, het budget voorzien om de laagste uitkeringen op te trekken, voor 2017 met de helft verminderd. Daar gaat de belofte uit het regeerakkoord om de laagste uitkeringen geleidelijk op te trekken tot de armoededrempel.

De regering vindt het geld bij de doorsnee werknemers en gepensioneerden. Zo besliste ze dat er voor de jaren vanaf 2017 minder pensioen zal zijn voor werknemers die werkloosheidsperiodes hebben gekend of zelfs breder, een werkloosheidsstatuut hebben.

Het idee is om een rugzak van één jaar toe te kennen op een volledige loopbaan tot 67 jaar. Wanneer die vol is, moet je het stellen met een lager pensioen. Werkzoekenden, in opleiding, deeltijds met een RVA-aanvulling, inschakelingsuitkering, brugpensioen of werkloos met bedrijfstoeslag, tijdelijk werklozen... zullen hun pensioen dus zien afnemen. De impact zal enorm zijn en dus niet alleen voor langdurig werkzoekenden maar voor vele werknemers. Iemand met een bruto-inkomen van 3.000 euro verliest zo 250 euro pensioen per jaar vanaf het tweede jaar werkloosheid of SWT. Dat is 1.000 euro voor iemand met vijf jaar werkloosheid.. Denkt de regering nu echt dat het doembeeld van een lager pensioen mensen sneller aan werk helpt?

Deze maatregelen werden afgesproken in het kader van de recente begrotingsopmaak. Net als de hele begroting is dit een toonbeeld van averechtse herverdeling. De regering moet terugkomen op deze oneerlijke, onrechtvaardige en asociale maatregelen.