Langer, meer, goedkoper en altijd maar flexibeler werken

Langer, meer, goedkoper en altijd maar flexibeler werken

Kris Peeters, minister van Werk, maakte in volle vakantieperiode 2 voorontwerpen van Wet over aan de leden van de Groep van 10.

Met betrekking tot de Wet van 1996 over het concurrentievermogen, stelt het ABVV vast dat de loonvorming in België nog verder in een dwangbuis zal worden gestoken dan nu al het geval is.

Ten eerste bepalen momenteel de sociale gesprekspartners autonoom op basis van de voorspellingen van de loonevolutie in de drie buurlanden en de voorspelde Belgische indexering, de marge die bovenop de indexering mogelijk is. In deze oefening houden ze rekening met de ‘loonkloof’ met de buurlanden sinds 1996. Noteer dat eind 2016 deze loonkloof niet meer zal bestaan. Minister Peeters wil echter dat de marge bovenop de index mathematisch wordt vastgelegd waardoor er geen onderhandelingsmarge meer blijft voor de sociale gesprekspartners.

Ten tweede is het vandaag zo dat de marge die bovenop de index op interprofessioneel niveau wordt onderhandeld, indicatief is voor de sectoren. Dit betekent dat naargelang de sterkte van een sector de sectorale sociale gesprekspartners op een verantwoorde manier kunnen afwijken van de vastgelegde marge. Minister Peeters wil echter dat deze marge dwingend wordt wat er dus op neerkomt dat alle onderhandelaars op sectoraal niveau met handen en voeten aan de marge gebonden zijn. Er wordt dus geen enkele sectorale onderhandelingsvrijheid meer gegund.

Ten slotte tellen momenteel loonkostenverminderingen in de vorm van patronale bijdrageverminderingen mee in het berekenen van de Belgische loonkosten. Dit is logisch: lagere sociale bijdragen betekenen lagere kosten voor de bedrijven. Minister Peeters wil echter dat bij het berekenen van de loonkloof met de buurlanden de patronale bijdrageverminderingen (en zo zijn er de komende jaren heel wat voorzien) niet meer ten volle aanzien worden als loonkostverminderingen. Hierdoor verkrijg je een volledig vertekend beeld van hoe België zich verhoudt ten opzichte van de buurlanden.

Het ABVV kan dit niet aanvaarden, de vrijheid van onderhandelen wordt gegarandeerd op internationaal niveau door de IAO en door verschillende rechtsbronnen van de EU. Dit voorstel gaat ronduit tegen deze vrijheid in. Bovendien wil het ABVV erop wijzen dat met dit voorstel alle inspanningen eenzijdig bij de werknemers worden gelegd. Wie zal garanderen dat de zware loonmatiging die ons met dit wetsontwerp te wachten staat, effectief jobs zal opleveren? Aan de werkgevers wordt geen enkele eis opgelegd noch qua werkgelegenheidscreatie, noch qua investeringen in opleidingen, noch qua inspanningen op het vlak van innovatie. Nooit eerder werd competitiviteit zo eenzijdig benaderd.

Wij eisen dan ook een fundamentele bijsturing van dit wetsvoorstel.

Met betrekking tot het wetsontwerp over “werkbaar en wendbaar werk” stelt het ABVV vast dat de teksten grosso modo overeenkomen met wat reeds aangekondigd was.

Hoewel dus de indruk wordt gewekt dat er gestreefd wordt naar een evenwicht tussen werkgevers- en werknemersbelangen, geeft het geheel niet dit resultaat, integendeel.

De verschillende gerechten op dit menu zijn vooral heel vet aan werkgeverszijde, terwijl er voor de werknemers bitter weinig vlees aan zit. Bijvoorbeeld de regeling van overloon: ook al wordt er wettelijk niet geraakt aan de regeling van overloon bij overuren, zullen de nieuwe regelingen onmiskenbaar tot gevolg hebben dat er minder overloon zal betaald worden. De sectoren krijgen immers de mogelijkheid om af te wijken van de regels inzake overloon.

Maar voornamelijk de arbeidsduurregeling is een doorn in het oog. De deur wordt wagenwijd opengezet voor hyperflexibiliteit en een verhoogde werkdruk. Er wordt geen enkele vernieuwende maatregel genomen die er op gericht is de werkdruk te verlichten, of de loopbaan of het werk draaglijker te maken. Een enkel voorbeeld daarvan is dat het plusminus conto (tot vandaag enkel bij 1 bedrijf ingesteld en waar in de oorspronkelijke teksten enkel werd gesproken over bepaalde activiteiten) mogelijk wordt gemaakt voor de hele privésector.

Daarnaast wordt het sociaal overleg in vele gevallen op de helling gezet omdat bij ontstentenis van een akkoord in het Paritair Comité een cao op bedrijfsniveau kan gesloten worden, of zelfs het arbeidsreglement zou volstaan. Hoe minder interprofessioneel sociaal overleg, hoe minder mogelijkheid om ook voor werknemers uit sectoren waar we als vakbonden minder sterk staan, degelijke arbeidsomstandigheden en –voorwaarden af te dwingen en hoe eenvoudiger het is voor de rechtse krachten om werknemers onderling te verdelen en aan sociale afbraak te doen.

Langer, meer en steeds flexibeler werken op maat van het bedrijf, is niet het idee van werkbaar werk dat het ABVV voor de werknemers in gedachten heeft.

Het ABVV wenst te benadrukken dat het slechts definitief standpunt zal innemen na een brede consultatie met militanten en werknemers.