Actu Klimaatakkoord: historisch maar onvoldoende

Klimaatakkoord: historisch maar onvoldoende

Vakbond ABVV | Klimaatakkoord historisch maar onvoldoende

Het VN-akkoord tot beperking van de globale temperatuurstijging is een belangrijke eerste stap naar een CO2-neutrale samenleving waarin werknemersrechten en duurzaamheid centraal staan.

 

Het klimaatakkoord dat werd bereikt op de COP21 in Parijs is het eerste échte, universele akkoord. Het Kyoto-protocol, de voorganger, was slechts afgesloten tussen een beperkte groep industriële landen. Deze keer gingen de 195 lidstaten van de Verenigde Naties akkoord. Het doel om de opwarming van de aarde te beperken tot maximaal twee graden Celsius zou zelfs nog aangescherpt kunnen worden tot maximaal anderhalve graad. Vanaf nu zullen wereldwijd de nationale parlementen het akkoord moeten goedkeuren.

 

Eerste stap

Het Parijse akkoord is slechts een eerste stap, een krachtig signaal dat het afgelopen is met ‘business as usual’. Ongebreideld kapitalisme, waarin enkel oog is voor winst op korte termijn, brengt het overleven van onze planeet in gevaar.

 

ABVV ijvert voor een complete ommezwaai naar een koolstofneutrale samenleving waarin de belangen van werknemers wereldwijd centraal staan. Het bereikte akkoord – ontgoochelend in dat opzicht dat aan het systeem zoals het nu bestaat, ondanks het aantoonbare failliet ervan, niet wordt geraakt – betekent een eerste stap in de koerswijziging van ons ontwikkelingsmodel. Deze eerste stap is evenwel hoogdringend. Het is nu aan politici en multinationale ondernemingen om de woorden eindelijk om te zetten in daden.

 

De ‘rechtvaardige transitie’ – gebaseerd op sociaal overleg, duurzame investeringen, respect voor mensenrechten en werknemersrechten, kwalitatief werk, opleiding en omscholing, en een sterke sociale zekerheid – moet voor de vakbeweging als ankerpunt dienen om de regeringen ertoe aan te zetten maatregelen te nemen tegen de klimaatverandering, waarbij rekening gehouden wordt met de belangen van werknemers.

 

Het akkoord

De lidstaten verbinden zich ertoe de opwarming van onze planeet aanzienlijk onder de 2°C te houden en inspanningen te leveren om ze tot 1,5°C te beperken. Het IPPC (het VN-klimaatpanel) moet de doelstelling van 1,5°C verder onderzoeken.

 

Het akkoord van Parijs bevestigt de in 2009 in Kopenhagen genomen verbintenis waarbij de ontwikkelde landen vanaf 2020 jaarlijks 100 miljard dollar zullen vrijmaken om de ontwikkelingslanden te helpen bij het beperken van hun uitstoot en de gevolgen van de klimaatverandering het hoofd te bieden. Vanaf 2025 wordt dit bedrag naar boven toe herzien.

 

De uitstootpiek van broeikasgassen moet snel bereikt worden om dan af te nemen. Vanaf 2050 moet er een evenwicht bereikt worden tussen de geproduceerde uitstoot en de CO2-absorptiecapaciteit van de planeet.

 

Vóór Parijs hadden de landen zich verbonden tot nationale doelstellingen om het streefdoel van 2°C te halen. Eenmaal de nationale doelstellingen vastgelegd, kwam men vóór de COP21 tot een beperking van de temperatuurstijging tot 3 à 3,5°C, aanzienlijk boven de aanbevelingen van het IPPC en wat vandaag voorzien wordt. Het akkoord voorziet dat vanaf 2023 de nationale inspanningen om de vijf jaar naar boven bijgesteld zullen worden.

 

Geen weg terug

De ‘bottom-up’ strategie – waarbij de landen individueel gevraagd werd hun streefdoel qua CO2-uitstoot mee te delen – heeft strategisch gewerkt, zelfs al moet uiteindelijk vastgesteld worden dat die inspanningen ruimschoots onvoldoende zijn. De partijen kunnen echter hun verantwoordelijkheid niet meer ontlopen. Bovendien voorziet het akkoord dat die doelstellingen enkel naar boven toe herzien kunnen worden, terugkrabbelen is niet meer mogelijk.

 

Financiële inspanningen

De financiële engagementen (100 miljard per jaar vanaf 2020) blijven gehandhaafd. Het staat wel niet als dusdanig in het akkoord. Sommige landen stellen immers dat het voor hen juridisch onmogelijk is om dat in een verdrag te vermelden. Het is dus een begeleidende tekst bij het akkoord, waardoor de draagwijdte ervan minder sterk is.

 

Vakbonden waakzaam

Met dit akkoord zijn enkele interessante vorderingen geboekt. Het komt tegemoet aan een groot stuk van onze verzuchtingen.

 

Parijs is slechts een stap in de goede richting, een vertrekpunt. Nu moet nog heel veel gebeuren, of zelfs alles. Dit is een dynamiek die de partijen ertoe moet aanzetten hun inspanningen op te voeren en concrete beleidsmaatregelen te nemen. De inzet en waakzaamheid van de vakbonden blijft zeer hoog.

 

Het is tijd de daad bij het woord te voegen, te beginnen in België, door werk te maken van onder meer een Energievisie en Energiepact, waartoe de minister van Energie zich al had verbonden. We verwachten een beleid van investeringen in duurzame projecten die de ‘rechtvaardige transitie’ naar een koolstofarme economie bevorderen, zoals bijvoorbeeld het openbaar vervoer. De beslissing van de regering-Michel om de dotatie van de NMBS met om en nabij de drie miljard euro te korten, druist duidelijk in tegen de engagementen in het Akkoord van Parijs.