Ja, het stakingsrecht staat onder druk. Ook in ons land.”

"Ja, het stakingsrecht staat onder druk. Ook in ons land.”

Het stakingsrecht is een essentieel onderdeel van de collectieve onderhandeling en de vakbondsvrijheid. Zonder stakingen hadden we geen weekend, geen betaald verlof, geen stemrecht. Maar dit recht staat sinds enkele jaren opnieuw zwaar onder druk. Vandaag, op deze Internationale Dag ter Verdediging van het Stakingsrecht, hebben we daar extra aandacht voor.

In 1960-1961 brak een algemene staking uit als reactie op de door de regering-Eyskens doorgedrukte 'Eenheidswet' van november 1960. Het kwam tot een immense krachtmeting tussen de vakbonden en regering. De hevige protesten, manifestaties en stakingen uit deze periode behoren tot het collectief geheugen. En volgend jaar is dat maar liefst 60 jaar geleden! 

Staken loont. Zonder stakingen hadden we geen weekend. Geen betaald verlof. Geen stemrecht. Ook de eerste sociale wetgeving zag in 1886 het levenslicht na hevige stakingen. Het stakingsrecht is dan ook afgedwongen door een bitse syndicale en sociale strijd. Tussen 1830 en 1866 werden in ons land meer dan 1.500 arbeiders vervolgd, waarvan er bijna 1.000 een gevangenisstraf kregen. Staken was geen recht. Pas in 1866 kwam daar stilaan verandering in.

In 2005 stelde de regering-Verhofstadt z’n Generatiepact voor, met maatregelen om meer mensen aan het werk te krijgen en hen langer op de arbeidsmarkt te houden. Het ABVV vocht, vaak alleen tegen allen, opdat de maatregelen die de regering toen nam, niet zouden leiden tot een sociale achteruitgang voor actieve en inactieve werknemers, ongeacht hun leeftijd. Er kwam een algemene staking van het ABVV en een algemene staking in gemeenschappelijk vakbondsfront.

Het stakingsrecht en vakbondsvrijheid maken inherent deel uit van de sociale ziel in ons land. Onze nationale staking van vorige week 13 februari, past zo in deze traditie. Onze eisenbundel voor alle werknemers (zelfs in kleinere bedrijven) in alle sectoren, werd op deze manier kracht bijgezet. Het is des te opvallender dat werkgeversorganisaties dit recht trachten uit te hollen.

Meer nog, vakbondsdelegees worden tegenwoordig voor hun syndicaal engagement ontslagen of onze vakbond wordt zelfs gediscrimineerd op bepaalde sectorale niveaus. Dit zijn gevaarlijke precedenten

Onder druk

Wereldwijd verdedigen vakbonden op 18 februari het recht om te staken. Aanvallen van werkgeversorganisaties hiertegen zijn legio. Daarom riep het International Vakverbond in 2015 deze dag uit als Internationale Dag ter Verdediging van het Stakingsrecht. Deze actiedag kwam er na een geschil met de werkgeversorganisaties in de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO), die het bestaan van het stakingsrecht formeel ontkennen.

Werknemers- , werkgeversorganisaties en de regeringen van de IAO-lidstaten vormen samen de tripartite Commissie van de Normen. Sinds 1926 waakt ze over de toepassing van de internationale conventies van de IAO. Elk jaar treffen ze elkaar tijdens de arbeidsconferentie in Genève. Ook wij tekenen er jaarlijks present.

Sinds 2012 dringen werkgeversorganisaties er echt op aan dat de IAO-conventie 87 het stakingsrecht niet garandeert. In deze conventie spreekt men niet over het stakingsrecht. Wel staat er dat vakbonden de vrijheid hebben om actie te voeren om hun programma’s te realiseren. Maar staken is toch net een vorm van actievoeren en dus bijgevolg een universeel recht dat je overal ter wereld moet respecteren en kunnen toepassen.

“Vakbondsvrijheid is een democratisch recht en dat moeten we allemaal samen verdedigen.”, zegt algemeen secretaris Miranda Ulens. “Sinds juli 2012 voeren werkgeversorganisaties binnen de Internationale Arbeidsorganisatie de druk op en stellen ze dat staken geen algemeen recht is. Ongehoord. Ja, het stakingsrecht staat onder druk. Ook in ons land.”

Sindsdien slagen werkgevers- en werknemersorganisaties er niet langer in om tot afspraken te komen. “En dat is spijtig”, vult Miranda aan. “Want het stakingsrecht is een universeel recht, dat we overal ter wereld moeten kunnen gebruiken en respecteren.” In Europa hebben we dan nog “geluk” want daar garandeert het Europees Sociaal Handvest van de Raad van Europa het recht op staken.

In België

Zoals Miranda duidelijk stelt, staat in ons land het stakingsrecht ook onder druk. Getuige? Het laatste verkiezingsmemorandum van het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO). Zo eisen ze in deze catalogus voor sociale achteruitgang 1) een strenge omkadering van het stakingsrecht en het einde van de wettelijke bescherming van de syndicale vrijheden. Daarnaast blijven ze 2) inzetten op minimale dienstverlening, deze keer bij het goederenvervoer.

En als kers op de taart, eisen ze 3) dat de zgn. overmatige’ bescherming van werknemersvertegenwoordigers (wet van 1991) wordt afgestemd op wat in het buitenland bestaat, inclusief de mogelijkheid om de arbeidsovereenkomst van een vakbonds­afgevaardigde te beëindigen om redenen van “disfunctie”. Dit werkt patronale bandeloosheid in de hand.

Het stakingsrecht is een democratisch recht. Voor ons is het primordiaal van belang dat een volgende regering het stakingsrecht, alsook onze syndicale vrijheden, niet op de helling zet. Een garantie van onze vrijheden en rechten, opdat werknemers billijk en goed vertegenwoordigd en verdedigd kunnen worden is de absolute basis voor een gezond en evenwichtig sociaal overleg.

Syndicale vrijheden

Zoals afgesproken in onze resoluties op ons federaal congres van 2018, blijft respect voor syndicale vrijheden en bescherming van de syndicale afgevaardigden de uitgangspositie. Het recht om collectieve acties te voeren, is een fundamenteel mensenrecht:

  • Syndicale acties dienen expliciet uitgesloten te worden van het toepassingsgebied van zowel de terrorismewetgeving, de gemeentelijke administratieve sancties als van het hele strafwetboek. Het uitoefenen van fundamentele rechten kan geen misdrijf zijn!
  • Dwangsommen en elke mogelijke vorm van rechterlijke tussenkomst, horen niet thuis in een collectief arbeidsconflict.
  • Eenzijdige procedures zonder mogelijkheid om als vakbond de eigen argumenten te kunnen aanbrengen, zijn een rechtsstaat onwaardig.
  • Enkel de sociale gesprekspartners zelf kunnen bepalen op welke wijze collectieve conflicten kunnen voorkomen worden en hoe deze in goede banen kunnen worden geleid. Een eventuele herziening of actualisering van het Herenakkoord kan dan ook enkel door de leden van de Groep van 10 plaatsvinden, zonder druk vanuit regeringskringen.
  • Enkel voor essentiële diensten- zoals deze strikt gedefinieerd zijn in de rechtspraak van de Internationale Arbeidsorganisatie- en op vrijwillige basis, kan sprake zijn van een minimale dienstverlening.
  • Syndicale acties hebben gevolgen op de economische activiteit. Dat is onvermijdelijk. Het dient dan ook onmogelijk te blijven om die gevolgen te verhalen op vakbonden of hun leden.