PB Hogere wettelijke pensioenen en geen verlenging van de loopbanen

Hogere wettelijke pensioenen en geen verlenging van de loopbanen


Met de actie die het ABVV vandaag organiseerde (mars van de Pensioentoren naar de Financiëntoren), herhaalt en benadrukt de socialistische vakbond zijn verzet tegen de aanhoudende aanvallen op de automatische indexering en het continu in vraag stellen van het (brug)pensioen.

 

Gegeven het start- en eindpunt van de manifestatie, richt het ABVV zich ook symbolisch tot de ministers De Croo en Geens en legt de vakbond - met de verkiezingen in het zicht - de eisen met betrekking tot de pensioenen op de ministeriële tafels.
 

Wat willen wij?

Het ABVV wil dat de volgende regering:

  • de wettelijke pensioenen (repartitiestelsel) concreet verbetert, wat een garantie is voor de intergenerationele solidariteit. Het basistarief voor de berekening van de pensioenen moet worden opgetrokken van 60 tot 75%, wat voor de laagste pensioenen een verbetering tot 200 euro/maand betekent;
     
  • de minimumpensioenen geleidelijk optrekt tot op het niveau van het minimumloon;
     
  • het loonplafond voor de berekening van het wettelijk pensioen optrekt;
     
  • de duur van de loopbaan niet verlengt;
     
  • niet raakt aan de wettelijke pensioenleeftijd.
     

Waarom?

  • de Belgische pensioenen zijn bij de laagste in Europa (cijfers OESO).
    Resultaat: één gepensioneerde op vier leeft onder de armoededrempel;
     
  • met een loopbaanvereiste van 45 jaar, past België op Europees niveau nu reeds de strengste voorwaarden toe voor het verkrijgen van een volledig pensioen;
     
  • de loopbanen nòg langer maken terwijl de werkloosheid de pan uit rijst, betekent dat de toegang tot de arbeidsmarkt voor jongeren en werkzoekenden nog meer bemoeilijkt wordt;
     
  • de levensverwachting in goede gezondheid bij laaggeschoolde mannen is achttien jaar lager dan bij hooggeschoolde mannen. Bij vrouwen loopt deze kloof op tot vijfentwintig jaar.
     
  • er zullen tegen 2060 wel degelijk voldoende middelen zijn om de wettelijke pensioenen te financieren
    (volgens de cijfers van de Studiecommissie voor de vergrijzing - SCvV zal de in België gecreëerde rijkdom (BBP) tegen 2060 meer toenemen dan de vergrijzingskosten);
     
  • de mensen langer doen werken vermindert geenszins de kosten voor de gemeenschap
    (volgens de SCvV wordt het begrotingsvoordeel dat resulteert uit een verlenging van de loopbaan, uitgevlakt door hogere kosten t.g.v. een toename van oudere werklozen en zieken).