Hogere uitkeringen en goede voornemens sociale verbeteringen

Hogere uitkeringen en goede voornemens voor sociale verbeteringen

Op 1 januari 2020 gaan enkele sociale uitkeringen omhoog. We vragen met aandrang dat deze verbeteringen bekomen via sociaal overleg, niet leiden tot het verlies van andere sociale voordelen, en dat overleg hierover niet meer verbonden wordt aan overleg over loonsverhogingen.

Op 1 januari gaan een aantal sociale uitkeringen omhoog. Dit voor een totaalbedrag van 80 miljoen euro. Het gaat om welvaartsaanpassingen afgesproken onder sociale partners, vakbonden en werkgeversorganisaties, die meteen de klemtonen leggen voor de toekomstige sociale zekerheid. Het is cruciaal om uitkeringen aan te passen aan de gestegen welvaart om de koopkracht en levenskwaliteit van mensen te garanderen.

Bijzondere aandacht voor minimumbescherming

De minimumuitkeringen gingen op 1 juli 2019 al omhoog. Nu is er een verhoging voorzien van het minimumrecht. Dit bedrag, dat gebruikt wordt voor de pensioenberekening van werkloosheidsperiodes en periodes van brugpensioen, wordt verhoogd met 2,4%.

Verhogen van berekeningsplafonds - waarborgen van het verzekeringsprincipe

Omdat de lonen (weliswaar erg beperkt) verhogen door de loononderhandelingen is het van belang dat ook de berekeningsplafonds van de sociale uitkeringen in gelijke mate verhogen. Dit gaat om het hoogste loon waarmee rekening gehouden wordt voor de berekening van de uitkering. De optrekking op 1 januari betekent dat er correcter rekening gehouden wordt met je loon.

Alle plafonds voor het berekenen van de sociale uitkeringen gaan omhoog met 1,1%: ziekte, arbeidsongevallen en beroepsziekten, werkloosheid. Het plafond voor de pensioenen gaat met 1,7% omhoog. Dit is nodig omdat het berekeningsplafond voor werknemers nog steeds lager ligt dan dat voor zelfstandigen.

Voorkomen van welvaartsachterstand

Om te vermijden dat de gewone uitkeringen (die boven de minima liggen) er op achteruitgaan in vergelijking met de lonen krijgen alle uitkeringen die zijn ingegaan in 2015 een verhoging met 2%. Zo verliezen ze niet aan welvaart.

We moeten jammer genoeg vaststellen dat door deze verhoging er heel wat mensen andere uitkeringen verlaagd zien of zelfs zien verdwijnen. Bij de laatste verhoging van het minimumpensioen op 1 juli 2019 zagen ongeveer 67.000 rechthebbenden hun verhoging teniet gaan door een vermindering van een ander recht. Als het dan gaat om de inkomensgarantie voor ouderen, dan verliezen ze door deze welvaartsaanpassing ook nog eens tal van sociale voordelen zoals sociaal tarief voor energie of lokale voordelen.

Het ABVV dringt er op aan dat wettelijke initiatieven moeten garanderen dat een welvaartsaanpassing nooit kan leiden tot het verlies van andere sociale voordelen.

Aandacht voor risicogroepen zoals alleenstaande ouders

Alleenstaande ouders hebben het moeilijk om rond te komen en daardoor hebben ze vaak niet de kans om een onderbreking op te nemen. Het ABVV vindt het belangrijk dat we hier bijzondere aandacht voor hebben.

Net als in 2017 willen we de uitkeringen voor alleenstaande ouders die thematisch verlof opnemen voor de zorg van een kind (ouderschapsverlof, verlof voor zwaar zieken of ouderschapsverlof) sterk verhogen. Vanaf 1 januari liggen de uitkeringen 4,5% hoger.

Deeltijds werkende samenwonenden: verbetering van 150%

De regering-Michel besliste om bovenop de indexsprong een reeks negatieve ingrepen te doen in de inkomensgarantieuitkering (IGU) voor onvrijwillig deeltijdsen. IGU is de toeslag bij het uurloon voor volledig werklozen die deeltijds gaan werken aan een (te) laag loon . Als ABVV hebben we ons  fel tegen verzet tegen de ingrepen van de regering-Michel.

Vanaf 1 januari maken we komaf met de laatst ingevoerde onrechtvaardigheid. We individualiseren opnieuw de uurtoeslag, dus ongeacht de gezinssituatie. De uurtoeslag komt weer gelijk op 3,23 euro (geïndexeerd) voor iedereen, terwijl het vandaag slechts 2,27 % is voor een alleenstaande en 1,29 € voor een samenwonende. Dit komt neer op een verhoging met 42% voor een alleenstaande en 150% voor een samenwonende.
 

Eerlijk overleg

Het ABVV is trots op deze verbeteringen die we hebben bekomen door sociaal overleg. We willen echter benadrukken dat dit overleg over de aanpassingen van de uitkeringen aan de gestegen welvaart telkens onnodig verbonden wordt aan het overleg over aanpassingen van de lonen (met name de onderhandelingen rond een marge voor loonstijging in het kader van een interprofessioneel akkoord).

Hierdoor worden werknemers tegen mekaar opgezet, werknemers aangewezen op een uitkering tegenover werknemers met een job. Deze keer is dat niet gelukt en konden we wel degelijk de uitkeringen verhogen, maar we vragen met aandrang aan de volgende federale regering om :

  • de welvaartsenveloppe, het budget voor aanpassingen aan de welvaart, te behouden
  • de koppeling met de loononderhandelingen onmogelijk te maken

Enkel hiermee kunnen sociale partners vrij hun prioriteiten voor de toekomstige sociale zekerheid sereen onderhandelen en verzekeren.