Een goed pensioen staat gelijk aan 75% van jouw gemiddeld loon tijdens jouw loopbaan

Een goed pensioen staat gelijk aan 75% van jouw gemiddeld loon tijdens jouw loopbaan

Daar streven we naar. Het pensioen is een verzekerd inkomen. Goede pensioenen beschermen niet alleen tegen armoede, het is ook een belangrijke verzekering die onze levensstandaard moet blijven waarborgen.

Je hele carrière lang draag je bij om op het einde van de rit te kunnen genieten van een waardig pensioen. De werknemer betaalt bijdragen op basis van zijn salaris; de hoogte van zijn of haar pensioen wordt berekend op basis van dat loon, met een minimum en een maximum.

We gaan voluit voor hogere pensioenen. Onze Belgische pensioenen behoren tot de laagste van Europa. Daarom willen we dat het wettelijk pensioen 75% van het gemiddeld loon tijdens de loopbaan is, in plaats van 60% vandaag. Wij vragen ook een minimumpensioen van 1.500 euro. Dit is telkens gebaseerd op een carrière van 45 jaar. In werkelijkheid bereikt slechts een bepaald segment werknemers een carrière van 45 jaar. Heel wat vrouwen zitten daar bijv. niet bij. De pensioenberekening (die ferme 60%) wordt dan berekend op basis van een deel, bijvoorbeeld 30 op 45 of 40 op 45, waardoor de werkelijke vervangingsratio (véél) lager ligt.

Nood aan 75%

Die 75% komt niet uit de lucht vallen. Uit een recent onderzoek van Schroders benelux blijkt dat: "Belgen voorspelden dat ze gemiddeld 75% van hun huidige salaris of inkomen nodig zouden hebben om na hun pensioen comfortabel te leven."

Uit datzelfde onderzoek: “In werkelijkheid bedraagt het jaarinkomen van Belgische gepensioneerden gemiddeld 54% van hun laatste salaris, tegen 61% wereldwijd. Wereldwijd werd het kleinste verschil gemeten voor Europa als geheel: Europese gepensioneerden ontvangen gemiddeld 63% van hun laatste salaris, terwijl degenen die de pensioenleeftijd naderen verwachten 72% nodig te hebben. Dit betekent dat Belgische gepensioneerden gemiddeld 9% minder pensioeninkomen hebben dan andere Europeanen, vergeleken met hun laatst verdiende jaarsalaris.”

Bovendien ontvangt 13% van de gepensioneerden een pensioen onder de armoedegrens; voor een alleenstaande stijgt dit percentage al snel naar 18,9%! Daar zakt ons de broek van tot op de enkels. Het kan heus anders.

Wat wij denken

Daarom gaat het ABVV voluit voor hogere pensioenen, berekend op 75 procent van het gemiddelde loon tijdens de loopbaan, in plaats van 60 procent vandaag. Een gelijkschakeling van het pensioen van alleenstaanden met het gezinspensioen zou 3,3 miljard euro kosten. Doen we hetzelfde voor het overlevingspensioen, dan stijgt de jaarlijkse meerkost naar 4,9 miljard.

We gaan er ten tweede ook voluit voor dat de pensioenleeftijd terug op 65 jaar wordt gebracht en vroeger als je 40 jaar hebt gewerkt. Dit is realistischer.

Ten derde gaan we voor de volledige assimilatie van het pensioen van de perioden met toelagen of gelijkgesteld met het werk. Dat betekent het volgende. Als men het over een volledige loopbaan van 45 jaar heeft, dan omvat die ook bepaalde periodes waarin men niet gewerkt heeft, zoals de leger- of burgerdienst, invaliditeit, werkloosheid (brugpensioen inbegrepen) of loopbaanonderbreking in de vorm van tijdskrediet. Die niet-gewerkte periodes worden ‘gelijkgestelde periodes’ genoemd, omdat ze meetellen voor de berekening van de loopbaan.

Het enige verschil met de effectief gewerkte periodes is, dat – tot nu toe - het loon dat in aanmerking genomen werd, het laatst verdiende loon was aangezien er voor de niet-gewerkte jaren geen eigenlijk loon uitbetaald werd, zelfs al was er een vervangingsinkomen (werkloosheidsuitkeringen, ziektevergoedingen, uitkering tijdskrediet, enz.). Maar ook hieraan werd dus gesleuteld, want onder pensioenminister Bacquelaine, worden deze gelijkgestelde periodes niet langer meegerekend aan het laatste loon, maar aan een minimumbedrag.

Als laatste gaan we voluit voor welvaartsvaste pensioenen. Elke twee jaar geeft de aanpassing van de welvaartsenveloppe aanleiding tot beknibbelen op de sociale uitgaven. Wij gaan daarentegen voluit voor welvaartsvaste pensioenen. Het is dé broodnodige automatische aanpassing voor behoud van onze koopkracht.

De regering ziet die aanpassing van de welvaartsenveloppe als een post die kan dienen om de gaten in de begroting op te vullen: zo verminderden ze de enveloppe met 40%. Wij willen dat de sociale uitkeringen welvaartsvast zijn zodat de koopkracht van gepensioneerden gegarandeerd is. Kan je vandaag 500 broden kopen met je pensioen, dan moet je dat binnen 10 jaar ook nog kunnen. Daar kun je toch moeilijk tegen zijn?

Samen voor waardige pensioenen!

De financiering van dit broodnodige alternatief is een kwestie van politieke wil. Het is overduidelijk dat de huidige regering geen poging doet om de financiering van de sociale zekerheid te verhogen, integendeel zelfs.

In ons interview met Jean-François Tamellini, federaal secretaris van de ABVV, richt hij zich tot jongeren van vandaag: "Het geld is er om later waardige wettelijke pensioenen te financieren voor jullie. Geloof de regering dus niet wanneer ze je vertellen dat jij nu opdraait voor de vergrijzing van vandaag. Geloof ze niet!"

Het zijn voornamelijk de werknemers, die via hun loon, instaan voor de financiering van de sociale zekerheid.

Het ABVV wil ook dat er werk gemaakt wordt van een evenwichtsdotatie. De alternatieve financiering dient om de bijdrageverminderingen te compenseren. We denken hier bijvoorbeeld aan een vermogensbelasting. De klassieke inkomsten volstaan namelijk niet om de behoeften te financieren. De technologische vooruitgang, de vergrijzing maar ook de economische en financiële crisis, hebben als gevolg dat de uitgaven sneller toenemen dan de inkomsten. De evenwichtsdotatie moet de garantie bieden op een financieel evenwicht binnen de sociale zekerheid.