PB Draagvlak voor vakbonden neemt toe

Draagvlak voor vakbonden neemt toe

 

Vandaag verscheen een studie uitgevoerd in opdracht van Randstad rond inspraak van werknemers. Deze studie toont aan dat vakbonden in bijzonder grote mate kunnen rekenen op het vertrouwen van de werknemers en dat het draagvlak hiervoor niet alleen groot is, maar ook toeneemt.

 

Inderdaad, het draagvlak van de vakbonden is groot en neemt toe! 68% vindt dat de vakbonden het vertrouwen hebben van de werknemers. Bij niet-vakbondsleden is dat nog altijd 63%. 71% vindt dat vakbonden weten wat er leeft bij de werknemers. Meer dan de helft voelen zich betrokken (!) bij de vakbond in het bedrijf (53% tov 44% vier jaar geleden).

 

De studie van Randstad toont ook aan dat werknemers vinden dat zij te weinig betrokken worden bij beslissingen in de bedrijven, zelfs als het over de eigen werkplek gaat. En dat gaat ook niet de goede richting uit. Op dat punt is er geen positieve evolutie op langere termijn vast te stellen. Nochtans wordt hier opnieuw aangetoond dat participatie een positieve invloed heeft op tevredenheid en arbeidsmotivatie. Een heel grote meerderheid van de werknemers blijkt ook vragende partij te zijn voor meer overleg.



Zij zien de sociale overlegorganen zoals de Ondernemingsraad (OR), het Comité voor Bescherming en Preventie (CPBW) en de syndicale delegatie (SD) als de belangrijkste kanalen voor participatie. En dat gaat in stijgende lijn. Werknemers gaan dus niet zozeer voor directe participatie, maar wel voor een vertegenwoordiging, voor collectieve belangenverdediging. De sociale overlegorganen worden hoger ingeschat dan werkoverleg via kwaliteitskringen of autonome teams.



Deze studie toont ook aan dat de werknemers trouwens willen dat er een OR komt in bedrijven met minder dan 50 werknemers (70% van de respondenten! Oplopend tot 80% die voorstander zijn van een OR in bedrijven onder de 100 werknemers). Het ABVV is overigens al jaren vragende partij voor overlegorganen en het organiseren van sociale verkiezingen ook in kleinere bedrijven. Tot vandaag werd dit altijd tegengehouden door de betrokken werkgeversorganisaties zoals UNIZO.



Een andere vaststelling is dat werknemers in grote mate beroep doen op de syndicale delegatie, nl. 40% van de respondenten heeft het afgelopen jaar (!) minstens één probleem voorgelegd aan de SD. Werknemers zijn overigens ook heel tevreden over de werking van de overlegorganen. En die tevredenheid neemt.



Volgens de studie willen werknemers nog steeds het meest inspraak over de loon- en arbeidsvoorwaarden, maar ook arbeidstijd, flexibiliteit, werkdruk en arbeidsomstandigheden scoren hoog. Dat is veel minder het geval voor de ‘moderne’ thema’s als vorming, loopbaanbeleid en innovatie. Voor het ABVV is dat ook niet zo verwonderlijk als je ziet hoe de loon- en arbeidsvoorwaarden de laatste jaren onder druk zijn komen te staan door het beleid van de regering. Maar ook de houding van veel werkgevers die het loopbaanbeleid en het investeringsbeleid als hun exclusieve jachtterrein beschouwen, moet als verklarende factor gezien worden.

Tot slot, wat sociale verkiezingen betreft, blijkt dat werknemers het heel belangrijk vinden dat hun collega's hun belangen verdedigen. Bijna 90% van de respondenten delen die mening. 62% vinden dit heel belangrijk en zelfs 42 %van de kaderleden delen die mening.

 

Deze studie bevestigt tevens de bevindingen van het rapport dat door het Instituut voor Sociaal en Politiek Opinieonderzoek (ISPO- KUL) werd uitgegeven ‘Houdingen tegenover vakbonden en stakingsrecht in 2014’.
Het ABVV stelt vast dat mensen een welvaartsstaat willen met een sterke overheid, waarin vakbonden een belangrijke rol moeten kunnen spelen en dat het draagvlak van de vakbonden blijft toenemen. Deze vaststellingen bevestigen onze rol als individuele en collectieve belangenbehartiger.

 

Als uitsmijter: het rapport Randstad besluit dat “De problemen die vakbonden ondervinden om regeringsbeslissingen om te buigen in elk geval niet ten koste gaan van dit draagvlak.” We zouden het als ABVV niet mooier kunnen zeggen…