PB Controle beschikbaarheid: een gemiste kans

Controle beschikbaarheid: een gemiste kans

Naar aanleiding van het debat over de begeleiding en de controle van de beschikbaarheid van de werklozen, moeten we vaststellen dat er geen fundamentele hervorming van het systeem komt, dat er alleen wat in de marge gemangeld wordt. Daarom wenst het ABVV nogmaals zijn standpunt te herhalen en ook de redenen waarom het niet tevreden is met de oriëntaties van de minister van Werk in dit dossier.

Voor het ABVV zijn de belangrijkste problemen die vandaag op de regeringstafel liggen, de volgende:

 
  • de antwoorden zijn defensief: ze kaderen in een logica van kleine stappen, die echter onvoldoende rekening houdt met het uiteindelijke doel van elk werkgelegenheidsbeleid die naam waardig: het behoud en het scheppen van duurzame en kwaliteitsvolle banen in bestaande economische activiteiten of in nieuwe toekomstgerichte filières (in het kader van een offensief nationaal en Europees herstelplan);
  • de voorstellen die ter discussie liggen, houden onvoldoende rekening met de sociaal-economische context waarmee de werknemers te maken hebben: elke dag gaan er 350 banen verloren; dit zijn dus evenveel werknemers die de rangen van de werklozen komen aandikken terwijl ze dat nooit gevraagd noch gewild hebben.
    We herinneren eraan dat er in 2009, in het kader van de controle op de beschikbaarheid, 14.415 schorsingen of uitsluitingen uitgesproken werden en dat 3.272 uitkeringen verlaagd werden voor de eerste 9 maanden van het jaar, wat neerkomt op 17.687 sancties. Ter vergelijking: voor het hele jaar 2008 werden er 10.948 schorsingen of uitsluitingen uitgesproken.
 
Het ABVV betreurt:
 
  • dat men het niet nodig vond een moratorium in te stellen op de controle van het zoekgedrag. Immers, het overgrote deel van de werknemers die ontslagen worden of geen baan hebben, wordt geconfronteerd met het feit dat er gewoon onvoldoende werk is (32 werkzoekenden voor één werkaanbieding in bepaalde subregio's);
  • dat men geen halt wenst toe te roepen aan de administratieve pesterijen waarvan de werklozen het slachtoffer zijn. Een werkloze zou dankzij een geïndividualiseerde begeleiding op gewestelijk vlak vrijgesteld moeten worden van bijkomende controles op federaal vlak;
  • dat de RVA nog moet tussenkomen, ook als de werkloze een positief rapport van de tewerkstellingsconsulent (VDAB, FOREM, ACTIRIS) gekregen heeft;
  • dat de procedures nog steeds toegepast worden op de 50-plussers. Zal men echt aan een ontslagen werknemer van Carrefour die ouder dan 50 is, vragen waarom hij geen nieuwe baan vindt?

 

Bepaalde voorstellen zijn eerder zwak, maar gaan wel de goede richting uit. We denken onder meer aan:
 
  • de aangepaste begeleiding van "moeilijk toeleidbare werkzoekenden". Maar het probleem blijft bestaan en er wordt geen duidelijkheid geschapen over de notie zelf;
  • de gelijke behandeling van de deeltijdse werknemers, zoals het ABVV vraagt;
  • de stopzetting van de controlecarrousel na een derde positief onderhoud, zoals het ABVV vraagt;
  • de vrijstelling van controle voor werkzoekenden die een opleiding volgen.

 

Het ABVV moet vaststellen dat de controleprocedure het beoogde doel niet gehaald heeft (zoveel mogelijk werklozen opnieuw aan werk helpen), zeker niet in de huidige economische crisis.
Gezien de economische toestand en de onmogelijkheid om de werklozen voldoende werkaanbod te geven, blijft het ABVV een sterkere begeleiding van de werklozen eisen evenals een moratorium op het systeem van de controle van het zoekgedrag voordat het fundamenteel hervormd wordt.