Bye, bye effectentaks zonder effect

Bye, bye effectentaks zonder effect

De effectentaks is vanuit verschillende oogpunten ongrondwettelijk. Dat oordeelde het Grondwettelijk Hof. Deze taks was een rookgordijn, een door de vorige regering ingestelde maatregel die de schijn van ‘sociale en fiscale rechtvaardigheid’ hoog moest houden. Nutteloos en zonder effect. Tijd voor doeltreffende maatregelen.

De regering-Michel bepaalde dat er vanaf 2018 een taks moest komen op iemands effectenrekening. Dat is een rekening waarop beleggingen (zoals aandelen, obligaties, kasbons, goud, etc.) bewaard of beheerd kunnen worden. Een zicht- of spaarrekening kun je gebruiken voor dagelijkse verrichtingen, een effectenrekening niet.

Op het eerste zicht zou je dus denken dat dit een concrete maatregel is om grote vermogens eerlijker te laten bijdragen. Maar dan kijk je wat verder.

Houdini

Wie zou onder die effectentaks vallen? Wel, elke particulier die een effectenrekening heeft met een waarde van meer dan 500.000 euro. Die zou dan belast worden met – hou u vast – 0,15%, omgerekend een 750 euro. U leest het goed. 750 euro op een rekening van 500.000 euro.

Dat was die fameuze effectentaks.

Dit was geen volwaardige, echte vermogensbelasting. Neen, deze taks was een echte spookbelasting. De bekende goochelaar Houdini zou verbleken met de fiscale trukendoos van de vorige regering. De toenmalige minister Johan Van Overtveldt maakte er bewust een misbaksel van.

Want aan fiscale rechtvaardigheid had de regering een broertje dood. Deze taks trof een beperkt aantal grote vermogens. Echt persistent kon je ze niet noemen. Het is dus goed dat ze door het Grondwettelijk Hof ten grave werd gedragen.

Wat dan?

Voor het ABVV moet het gedaan zijn met al die cadeautjes aan bedrijven en grote vermogens. Wij zijn ervan overtuigd dat er een echte fiscale hervorming nodig is. We eisen een rechtvaardige verdeling van inkomens en vermogens.

  1. We moeten alle inkomens op een globale en progressieve manier belasten: een euro = een euro.
  2. Er moet werk gemaakt worden van een meerwaardebelasting en van een jaarlijkse belasting op grote vermogens. Wij denken in eerste instantie aan de invoering van een meerwaardebelasting op aandelen (en onroerend goed).
  3. Voer een echte minimumbelasting in de vennootschapsbelasting in en schaf de notionele intrestaftrek (of een gelijkwaardige vervangingsmaatregel) en het verlaagd tarief voor kleine bedrijven af. Stel bovendien een einde aan de misbruiken rond managementvennootschappen.