Beroep tegen de loonnorm 2015 – 2016 : het ABVV betreurt de beslissing van het Grondwettelijk Hof

Beroep tegen de loonnorm 2015-2016: het ABVV betreurt de beslissing van het Grondwettelijk Hof

Vandaag, donderdag 1 december, sprak het Grondwettelijk Hof zijn arrest uit over het beroep dat het ABVV heeft ingesteld tegen de wet van 28 april 2015 met betrekking tot de loonnorm 2015- 2016.

Ter herinnering: in 2015 werd de loonnorm door wet op 0% vastgelegd. Voor 2016 legt de wetgever de loonnorm vast op 0,5% bruto van de loonmassa en 0,3% netto van de loonmassa voor zover deze geen bijkomende kosten voor de werkgevers met zich meebrengen. Daarenboven geldt vanaf 2015 een indexsprong van 2%. Het ABVV is van mening dat dit loonmatigingsbeleid onrechtvaardig en onwettig is.

Door deze loonnorm in te stellen ontlopen de werkgevers hun verantwoordelijkheid daar er geen garanties worden gevraagd wat betreft het creëren van meer en duurzame jobs. Het Planbureau bevestigt dit trouwens met een studie van 2012 waarin wordt aangetoond dat ons verlies aan exportmarktaandeel slechts voor één derde te maken heeft met de kosten van onze bedrijven (loonkosten én andere kosten, zoals energie). De studie toont aan dat twee derde van ons verlies aan concurrentievermogen wordt verklaard door andere, structurele aspecten. Aspecten van de competitiviteit zoals de structuur van de productie, de samenstelling van het productgamma, de geografische oriëntatie, de inzet van R&D worden genegeerd.

Deze loonnorm betekent minder koopkracht voor de werknemers, minder consumptie, minder economische groei en een algemene verarming.

Voor het ABVV is de loonnorm 2015-2016 een bron van ongelijkheid en een schending van het fundamenteel recht op collectieve onderhandelingen.

Vandaag heeft het Grondwettelijk Hof deze argumenten verworpen. Het ABVV kan dit alleen maar betreuren, maar zal de beslissing respecteren.