Terug

Bedrijven zitten op bergen cash

Bedrijven zitten op bergen cash

Het geloof in de economische fabeltjes van de afgelopen jaren hebben de bedrijven en aandeelhouders geen windeieren gelegd. Ze zijn ongelofelijk goed bediend, en de bedrijven zitten nu op veel cash geld. Maar ondanks de beloftes levert dat geen investeringen in werknemers op. Het wordt tijd dat iedereen zijn verantwoordelijkheid neemt. Het geld is niet verdwenen, het ging van de werknemers naar de aandeelhouders.

Vooral sinds de financieel-economische crisis van 2008 stapten zelfs de grootste believers één voor één af van de zogenaamde ‘trickle-down’-theorie over hoe ons economisch systeem in elkaar zit. De culinaire metafoor voor die theorie luidt dat je vooral niet moet proberen om een taart op een eerlijke wijze te verdelen, zodat iedereen tevreden is. Neen, je moet de taart vergroten, zo beweren de aanhangers, opdat er meer te verdelen valt. De grootste slokoppen gaan dan wel met een groot stuk van die taart aan de haal, maar in hun schranspartij vallen er ook veel kruimels op de stoelen en met een beetje geluk ook wel op de grond. Die zijn voor de kleine eters. En dat is goed. Want wel kruimels is beter dan geen kruimels.

Theorie

Types als oud-minister van Financiën Johan Van Overtveldt (N-VA) zijn bijna religieus toegewijd aan deze theorie. Hij schreef zelfs een boek over de Chicago School, de Amerikaanse universiteit waar deze theorieën als evangelie beschouwd worden, en over één van de grootste aanhangers ervan, Milton Friedman. Theorieën klinken vaak mooi, maar helaas weten we van Van Overtveldt en collega-rekenwonders dat ze het doorgaans niet zo erg vinden wanneer op het einde van de rit de rekening niet blijkt te kloppen.

Deze theorie – een fabel – is nog steeds zo in trek bij zogenaamde kenners, omdat ze de vermogende klasse uit de wind zet en omdat die klasse niet begrijpt dat andere recepten nodig zijn. De schrijver Upton Sinclair zei ooit: “Het is moeilijk iemand iets te doen begrijpen wanneer zijn salaris afhangt van het niet-begrijpen ervan.”

Cadeaus

“De bedrijven zijn in België de afgelopen jaren goed bediend”, zegt Lars Vande Keybus van de ABVV-studiedienst. “De vennootschapsbelasting ging omlaag, in één klap van 33 naar 25 procent. De patronale sociale zekerheidsbijdragen werden verlaagd tot 25 procent. De kraan met loonsubsidies en extra kortingen voor ondernemingen werd flink opengedraaid.”

Bovenop deze miljarden kwam er nog een indexsprong, zogezegd om “de concurrentiepositie van bedrijven ten opzichte van het buitenland te versterken”, en een strikte beperking van de loonsverhoging die vakbonden kunnen onderhandelen.

“In ruil voor deze cadeaus zouden de bedrijven volop gaan investeren. Dit moest op zijn beurt dan weer leiden tot een sterke groei in de tewerkstelling en stijgende lonen en meer koopkracht waardoor de economie verder aangroeit. Een win-winsituatie voor iedereen”, aldus Lars. “Maar we zijn de cijfers eens gaan checken. Dit verhaaltje is gestoeld op hete lucht. Ondanks de stijgende winsten zien we een stagnatie of zelfs een daling van de bedrijfsinvesteringen.”

“Van 2013 tot 2018 zagen we de dividenden – hetgeen als winst wordt uitgekeerd aan aandeelhouders – toenemen van 14 naar 35 miljard euro. Dat is tweeënhalve keer meer. Met de investeringen nam het in diezelfde periode niet zo’n vaart. Die gingen van 9 naar 13 miljard euro.”

De beloftes van ministers over de heilzame gevolgen van belastingcadeaus aan ondernemers lijken dus weinig meer dan een fata morgana. De gunstregimes, hevig gepromoot door N-VA, CD&V, Open Vld en MR, hebben slechts een verwaarloosbaar effect op de investeringszin van kapitaalbezitters en hebben dus niet geleid tot de massale groei in tewerkstelling. “De koek wordt misschien wel groter, maar dat wil nog niet zeggen dat er voor de meerderheid van de bevolking veel meer kruimels overblijven”, aldus Lars.

Cash

De bedrijven zitten op zo’n grote hoop cash dat ze niet eens meer weten wat ermee gedaan. Investeren lijkt onnodig want de centen blijven toch binnenstromen en ze willen niet in een situatie van overproductie terechtkomen. Oppotten en reserves aanleggen heeft weinig zin omdat de intrestvoeten zo laag zijn. Dat brengt niets op. En het is niet alsof er om de haverklap een kans opduikt om een concurrent over te nemen en zo de positie in de sector veilig te stellen.

Dat is ook de reden waarom bedrijven tegenwoordig zo veel eigen aandelen terugkopen. Wat moet je anders met al dat contant geld aanvangen? Volgens de krant De Tijd kochten de Belgische beursgenoteerde bedrijven in 2018 voor ongeveer 3 miljard euro aan eigen aandelen terug. Dit zorgt ervoor dat de aandelenprijzen de lucht in gaan (want er is meer vraag) en dat is op zijn beurt weer prima nieuws voor de aandeelhouders. Bovendien wordt de eigendomsstructuur minder verwaterd, door minder verschillende eigenaars. Ook dat is ‘kassa’ voor de aandeelhouders, want de winst moet onder minder verschillende begunstigden worden verdeeld.

Investeren, investeren, investeren

In tijden van beperkte loonmarges – de regering legde de onderhandelingsruimte flink aan banden en schotelde werknemers een sneeuwballende indexsprong voor – zijn de gigantische cashoverschotten van de ondernemingen een symptoom van onrechtvaardige economische organisatie.

“Nochtans is het vandaag broodnodig om te investeren,” zegt Lars, “met het oog op de lange termijn. Dat verwachten we van een toekomstige regering. Er zijn werven genoeg: infrastructuur, klimaat, sociale zekerheid. Maar hetzelfde geldt voor de bedrijven. Forse investeringen in de private sector kunnen de Belgische productiviteit een flinke boost geven.”

Investeringen in opleiding voor werknemers is slechts één voorbeeld. Daar wordt iedereen beter van. Het is tijd dat iedereen zijn verantwoordelijkheid neemt.