PB ACV, ABVV en ACLVB herhalen hun negatief advies over de aangepaste beschikbaarheid voor

ACV, ABVV en ACLVB herhalen hun negatief advies over de aangepaste beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt van SWT'ers en oudere werklozen

 

ACV, ABVV en ACLVB herhalen hun negatief advies over de aangepaste beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt van SWT’ers en oudere werklozen. Voor de tweede keer ligt hierover een regeringsvoorstel op tafel in het beheerscomité van de RVA. Er blijven te veel vragen rond het principe van aangepaste beschikbaarheid onbeantwoord.

 

Ook het voorstel over verhoogde beschikbaarheid voor onvrijwillig deeltijdse werknemers met een IGU-uitkering is voor ACV, ABVV en ACLVB onaanvaardbaar. We zetten nu alles op alles om alle sociale partners op één lijn te krijgen rond deze principes van beschikbaarheid.

 

Werkgevers negeren akkoord dat ze sloten over beschikbaarheid


Op 18 juni kwam het regeringsvoorstel over aangepaste beschikbaarheid een eerste keer op tafel te liggen. Dit als reactie op het sociaal akkoord van de Groep van Tien. De gewestelijke bemiddelingsdiensten zullen binnen de negen maanden een individueel actieplan moeten aanbieden, dat kan bestaan uit een opleiding, een begeleiding bij het zoeken naar werk of elke andere maatregel die de inzetbaarheid op de arbeidsmarkt verhoogt. Eén jaar na de start van het actieplan wordt geëvalueerd. Wie niet positief meewerkt, krijgt een sanctie. Deze aangepaste beschikbaarheid wijkt af van het akkoord dat de sociale partners sloten.
Bovendien is er ook nu nog veel onduidelijkheid. De definitie en voorwaarden rond dit begrip zijn onvoldoende afgelijnd en zijn te vaak voor interpretatie vatbaar. Waar ligt de grens tussen passieve en actieve beschikbaarheid? Hoe moet aangepaste beschikbaarheid gecontroleerd worden? Wat ook met de begeleiding van SWT’ers en oudere werklozen? Kunnen de arbeidsbemiddelingsdiensten aangepaste begeleiding garanderen?

De invulling van de ‘aangepaste beschikbaarheid’ kan bovendien verschillen van gewest tot gewest. Wat tot onbeheersbare situaties zal leiden in ondernemingen met werknemers uit verschillende gewesten of met zetels in verschillende gewesten. Kunnen de bemiddelingsdiensten bovendien garanderen dat deze mensen een fatsoenlijke “ aangepaste” begeleiding gaan krijgen?


Geen greintje respect voor onvrijwillig deeltijdse werknemers met IGU


Vandaag zijn bijna 50.000 mensen onvrijwillig werkloos met een inkomensgarantie-uitkering (IGU) van de RVA bovenop hun deeltijds loon
De regering besliste in haar regeerakkoord van oktober 2014 onvrijwillig deeltijdsen met een IGU-uitkering een groot deel van hun uitkering af te nemen. Een eerste ingreep gebeurde reeds in januari en zorgde ervoor dat de IGU-uitkering opnieuw wordt berekend zoals voor 2008, wat tot een lagere uitkering leidt. Daarnaast wil de regering de IGU-toeslag met nog eens 50% verminderen na 2 jaar.

 

Vooral vrouwen, die de grootste doelgroep in de horeca, schoonmaak en distributie vormen, worden zwaar getroffen. In deze sectoren zijn de lonen sowieso al laag en is het moeilijk om voltijds aan de bak te kunnen.

 

De regering wil nu ook dat deeltijdse werknemers met een IGU-uitkering voortaan actief op zoek gaan naar een voltijdse job en wil daarop ook controles uitvoeren. De IGU-ers gaan dus een vaak zeer flexibele deeltijdse job moeten combineren met (de zoektocht naar) een 2de contract. Dit zal heel vaak onwerkbaar blijken. ACV, ABVV en ACLVB vinden deze maatregelen ten opzichte van een kwetsbare groep werknemers onbegrijpelijk. We betreuren ook de positieve houding van de werkgeversbank in het beheerscomité van de RVA ten opzichte van deze voorstellen en de aanhoudende rechtsonzekerheid die hiermee gepaard gaat.


Kliksysteem toch niet klikvast


Daarnaast blijven met de regeringsvoorstellen ook nog andere problemen onopgelost. Werknemers die vroeger al in SWT hadden kunnen gaan, maar verkozen om te blijven werken – vaak ook op vraag van de werkgever- mits hun rechten vast te klikken, zouden vrijgesteld worden van beschikbaarheid. Maar moeten nu vast stellen dat ze met deze reglementering beschikbaar zullen moeten blijven tot 65 jaar (tenzij 43 jaar loopbaan). Langer werken wordt dus niet beloond maar zelfs bestraft.